Vlak voor het Paasweekend riep staatssecretaris Van Ooijen voor Jeugd en Preventie (VWS) op tot een debat over ‘de grenzeloze groei van professionele hulp voor mentale problemen van jonge mensen’. Hij opent hiermee opnieuw het gesprek over de vraag waarom zoveel jonge mensen mentale problemen hebben en of we daar als samenleving niet een antwoord op moeten vinden.
Wat ons betreft is dit inderdaad een van de belangrijkste vraagstukken van deze tijd. Gelukkig gaat het goed met veel van onze kinderen, ondanks de toenemende complexiteit en onzekerheid in onze samenleving. Maar helaas zien we ook dat het met steeds meer jongeren mentaal niet goed gaat.
Marjolein Moorman is wethouder Jeugdzorg in Amsterdam voor de PvdA.
Arne Popma is hoogleraar en afdelingshoofd Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het Amsterdam UMC/Levvel.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Volgens de gezondheidsmonitor jongvolwassenen van de GGD en RIVM heeft inmiddels de helft van de 16- tot 25-jarigen psychische klachten. Een schrikbarend hoog aantal dat in vijf jaar tijd ook nog eens is verdubbeld. Deels gaat het om problemen die nu eenmaal horen bij het opgroeien en de pubertijd, maar we zien ook een toename van ernstige, zelfs levensbedreigende, problematiek. Kinderen die zichzelf snijden, uithongeren, ernstige depressieve klachten hebben of door een onveilige opvoeding zelf een gevaar vormen voor hun omgeving.
Van dit soort cijfers moeten alle alarmbellen gaan rinkelen bij iedereen met een maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel. We zijn het dan ook hartgrondig met de staatssecretaris eens dat de samenleving meer oog en aandacht zou mogen hebben voor het mentale welzijn van jongeren.
We moeten jongeren een stevig collectief fundament bieden, waardoor een deel van de problemen kan worden opgevangen en voorkomen. Dit vraagt echter wel om meer sturing dan alleen een oproep aan ouders om hun kind niet te snel naar een psycholoog te sturen. Zo’n oproep kan zelfs een gevaarlijk averechts effect hebben: hoe vaak verzuchten we als betrokken professional of beleidsmaker niet over een uit de hand gelopen probleem van kinderen, jongeren en gezinnen: ‘Waren we er maar eerder bij geweest.’
We vragen ons af aan wie de boodschap van de staatssecretaris nou precies is gericht. Hoe zal zijn oproep zijn binnengekomen bij ouders wier kind al maanden op een wachtlijst staat en dat steeds verder in de put raakt? Of bij ouders die überhaupt de weg naar hulpverlening niet weten te vinden? Of ouders die de instituties waar hulp geboden wordt uit wantrouwen mijden? Of die zelf zoveel stress ervaren dat het omzien naar hun kinderen erbij inschiet? En wat te denken van de kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, maar daar niet om durven te vragen omdat hun omgeving onveilig is, of omdat er een taboe heerst op het bespreken van mentale problemen?
Helaas geldt voor mentale gezondheid, net als voor lichamelijke gezondheid, dat de mogelijkheden om mentaal gezond op te groeien niet gelijk zijn verdeeld. De coronapandemie heeft deze ongelijke verdeling verder versterkt. Juist de kinderen, jongeren en gezinnen waar toch al (mentale) problemen aanwezig waren, zijn het hardst geraakt en veren het minst terug. Veel van deze kinderen, jongeren en hun ouders vinden de weg naar de hulpverlening het slechtst. In Amsterdam-Zuid ligt het jeugdhulpgebruik vele malen hoger dan in bijvoorbeeld stadsdeel Amsterdam-Zuidoost. Dat geeft te denken. Sturen de ouders in Zuid hun kinderen te snel naar hulpverlening, of de ouders in Zuidoost niet snel genoeg?
Als we willen streven naar een rechtvaardige verdeling van mogelijkheden om mentaal gezond op te groeien, moeten we ervoor waken om ons niet te makkelijk en te eenzijdig te richten op ouders die te snel naar een psycholoog stappen. We moeten de toegang tot ondersteuning en hulp juist beter toegankelijk maken voor de gezinnen die de weg nu niet weten te vinden.
De noodzaak daartoe is evident. Driekwart van de mentale problemen begint voor het 25ste levensjaar. De impact van mentale gezondheidsproblemen werkt potentieel levenslang door met enorme persoonlijke drama’s en grote maatschappelijke kosten tot gevolg. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft mentale gezondheid niet voor niets al vóór de pandemie uitgeroepen tot de grootste volksgezondheidsuitdaging van deze eeuw. Zo’n uitdaging vergt meer dan een oproep tot debat, maar vraagt om de bestuurlijke moed om aan te geven welke collectieve investering en inzet nodig is om te komen tot een rechtvaardige verdeling van mogelijkheden om mentaal gezond op te groeien.
Vele rapporten van onder andere de Raad voor de Volksgezondheid, jongerenvertegenwoordigingen en professionals hebben de laatste jaren al een goede bodem gelegd voor een breed maatschappelijk plan voor een mentaal gezonde samenleving. We kunnen daarover het gesprek blijven voeren, maar wat nu vooral nodig is, is verstandig beleid.
Beleid dat ervoor zorgt dat kinderen en gezinnen de hulp en steun krijgen die ze nodig hebben; collectief waar dat kan, individueel waar dat moet. Beleid dat ervoor zorgt dat gezondheidsverschillen worden tegengegaan en waarmee ergere problemen worden voorkomen. Beleid dat beleidsgrenzen doorbreekt en niet het systeem maar het kind en gezin centraal stelt.
Dat vergt daadkracht, een langetermijnvisie, een solide begroting en het uithoudingsvermogen om als samenleving tot een steeds beter functionerende jeugdzorg te komen waar we op kunnen vertrouwen. Wij hebben als samenleving een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om de toekomst van onze jeugd. Samen moeten we ervoor zorgen dat geen kind in de kou komt te staan, of nog erger: het kind van de rekening wordt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden