Snelle radioflitsen (fast radio bursts) produceren evenveel energie als de zon in een paar dagen, maar dan in een tijdsbestek van eenduizendste seconde. Vanwege die extreem korte duur, en doordat je van tevoren niet weet waar en wanneer er een afgaat, zijn ze moeilijk te vinden. Vermoedelijk gaat het om explosies op kleine en extreem compacte neutronensterren, maar niemand weet precies hoe ze ontstaan.
Twaalf van de veertien schotelantennes van de Westerbork-telescoop zijn de afgelopen jaren voorzien van nieuwe ontvangers, waardoor ze een veel groter beeldveld hebben en bovendien veel scherper kunnen kijken.
‘Om het nieuwe systeem te kalibreren, deden we metingen aan een quasar – een ver sterrenstelsel met een heldere, actieve kern’, vertelt onderzoeksleider Joeri van Leeuwen van het Nederlandse instituut voor radioastronomie Astron. ‘Daarbij ontdekten we onze eerste radioflits. Later vonden we er in hetzelfde gebied nog twee.’ Ook in een ander deel van de sterrenhemel zijn twee flitsen gevonden. De ontdekkingen zijn gepubliceerd in het vakblad Astronomy & Astrophysics.
Ziggy Pleunis, die snelle radioflitsen bestudeert aan de Universiteit van Toronto in Canada en niet bij het nieuwe onderzoek is betrokken, is enthousiast over de vondst. Dankzij de upgrade is Westerbork in staat om zelfs de allerkortste flitsen te detecteren, zegt hij. ‘En als Nederlander vind ik het natuurlijk geweldig om te zien dat de iconische Westerbork-telescoop nog steeds nieuwe ontdekkingen doet.’
Hoewel de ware aard van snelle radioflitsen nog steeds niet goed wordt begrepen (misschien worden ze wel op verschillende manieren geproduceerd), kan het onderzoek volgens Pleunis veel informatie opleveren over structuur, ontstaan en evolutie van sterrenstelsels.
De radiogolven van een flits worden tijdens hun reis door het heelal namelijk een beetje in de tijd ‘uitgesmeerd’, door de invloed van elektrisch geladen deeltjes (elektronen) in de kosmos. Zo kan de verdeling van ijle materie in het heelal in kaart worden gebracht; niet alleen in de ruimte tussen de afzonderlijke sterrenstelsels, maar ook in de uitgestrekte halo’s van die stelsels zelf – de kolossale bolvormige wolken van ijl gas waar elk sterrenstelsel door wordt omgeven.
Drie van de radioflitsen die nu met de Westerbork-telescoop zijn ontdekt, vonden volgens Van Leeuwen bijvoorbeeld plaats op grote afstand achter het Driehoekstelsel, een naaste buur van ons eigen Melkwegstelsel. Daardoor reisden de radiogolven door de halo van dat sterrenstelsel én door de buitendelen van de halo van het Andromedastelsel, dat nog iets dichterbij staat. Zo krijgen sterrenkundigen een goed beeld van de hoeveelheid elektronen in die halo’s.
Nu met radiotelescopen over de hele wereld steeds meer snelle radioflitsen worden ontdekt (Westerbork komt er ongeveer één per week op het spoor), zal het uiteindelijk mogelijk worden om de verdeling van ijle materie in het hele universum in kaart te brengen – ijl gas dat op vrijwel geen andere manier waarneembaar is. Zo kom je meer te weten over de evolutie van het heelal. ‘Kosmologiebedrijven met snelle radioflitsen’, zegt van Leeuwen – ‘dat is echt de toekomst.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden