Home

De schandalige manier waarop wordt omgegaan met de toezichthouders vindt Piet Adema schandalig

Het is het Vragenuurtje after het grote debat; de Kamer is op dinsdagmiddag bijna uitgestorven. Vanaf de perstribune hoor ik vlak voor het vragenuur begint, een baby huilen. Vreemd. Beneden in de hal staat een handjevol stewardessen en piloten in blauwe kleding om een petitie aan te bieden. In de Kamer is het heel stil. Iedereen is, zo lijkt het, aan het bijkomen van het stikstofdebat van vorige week. Of van Pasen, of een combinatie van stikstof en eieren.

In de loop van het uur druppelen er wat mensen binnen; Caroline van der Plas komt recht uit haar gesprek met Frans Timmermans over, alweer, stikstof en de wolf. Ze heeft de gifgroene overjas en dito Nikes aan die ze op de persfoto’s met Timmermans droeg.

De vragen gaan over ondernemers en slachtdieren, twee groepen die het moeilijk hebben. Eerst de ondernemers.

Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Thierry Aartsen van de VVD begint met: ‘Een oud-Hollandse uitspraak, volgens mij: er zijn twee zekerheden in het leven, dat je belasting moet betalen, en dat het leven eindigt.’

Met deze openingszin begint hij aan zijn vragen over ondernemers die het niet lukt om het belastinggeld dat ze tijdens corona niet hoefden te betalen, nu alsnog op te hoesten.

De favoriete uitspraak van staatssecretaris Marnix van Rij, die Aartsens vragen moet beantwoorden, blijkt: ‘Ik ga nu iets zeggen.’ Daarmee bedoelt hij: ‘Ik ga nu iets zeggen dat mij niet populair zal maken bij ondernemers.’

Bijvoorbeeld: ‘Ik ga nu iets zeggen. Er is ook een deel van die groep ondernemers die wel kan betalen, maar niet wil betalen.’ Van Rij wisselt het af met: ‘Ik ga tóch iets zeggen.’ Dat betekent hetzelfde; ik kom met een onleuke boodschap. ‘Ik ga tóch iets zeggen. Er zijn ook ondernemers bij die anders ook failliet zouden zijn gegaan.’

De laatste vraag van het uur gaat over alweer een angstcultuur die blijkt te heersen, namelijk bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, bij de afdeling die toezicht moet houden op dierenmishandeling. Kort samengevat: er is daar een cultuur waarin mensen toezichthouders intimideren omdat ze niet willen dat er naar buiten gebracht wordt dat er in hun bedrijf dieren mishandeld worden; dat is pas een angstcultuur. In het nieuws hierover ging het de afgelopen dagen veel over ‘wrak vee’ – ziek of zwak vee, betekent dat, en dat werd dan tegen de regels in vervoerd. Wrak vee. Een term die net zo zielig klinkt als hij is.

Minister Piet Adema mag het woord doen, hij vindt het verschrikkelijk. Van die angstcultuur, van die dieren. Hij vindt alleen wel dat de Voedsel- en Warenautoriteit het probleem van de angstcultuur ‘in zichzelf’ moet oplossen. Opmerkelijk: op elke tv-redactie waar een zweem van angstcultuur heerst, wordt een extern onderzoek en een bataljon vervangende presentatoren losgelaten, maar deze organisatie moet het ‘in zichzelf’ regelen. Adema benadrukt dat hij weet dat dit alles al jaren speelt, maar alle vertrouwen heeft in de inspecteur-generaal: ‘Ze hebben nu een inspecteur-generaal die er met de borstel doorheen gaat.’

Maar, toegegeven, Adema vindt dat je moet ‘kijken naar als iets fout is, want dan is het fout’. En: ‘de schandalige manier waarop wordt omgegaan met de toezichthouders vind ik schandalig.’

Bij dit grimmige onderwerp is er toch iets gezelligs, en dat is dat Kamerleden uit alle hoeken het met elkaar eens zijn over dierenmishandeling. Op zo’n moment merk je dat ongebruikelijke duo’s als Dion Graus (PVV) en Laura Bromet (GroenLinks) ineens een mening delen. Graus is boos, hij zit al zeventien jaar op het dierendossier en weet van mensen die zijn ‘mishandeld in slachthuizen’. ‘Die dierenbeulen moeten een beroepsverbod krijgen. Die toko’s moeten worden gesloten. Dat gebeurt soms, maar dan gaan ze een maand later weer open.’ Graus heeft een oplossing bedacht voor intimiderende slachthuishouders: ‘Stuur gewoon een gewapende agent mee, dan wordt-ie meteen bij zijn veter gepakt.’

En zo zijn we rond, met de oud-Hollandse en geheel zelfbedachte uitdrukkingen.

Source: Volkskrant

Previous

Next