Ergens op de glijdende schaal tussen boerka en minirok bevindt zich Hilal Oguzkan, maar waar precies? Vandaag draagt zij een zwarte leren rok en een groen vest. Rond het haar heeft ze een zwart sjaaltje strak gebonden. Een hoofddoek kun je het niet noemen, hoewel ze strikt gesproken (een deel van) het haar bedekt heeft. Emine Beder-stijl, heet dit in Turkije, naar een bekende televisiekok.
‘Ik ben moslim’, zegt Oguzkan, tijdens een rondleiding door een van haar kledingwinkels in Istanbul. ‘Ik wil niet mijn lichaamsvormen laten zien of mijn hoofd onbedekt laten, maar verder dan dit kan ik niet gaan.’ Ze gebruikt duidelijk make-up. Bepaald een vrouw met stijl.
Oguzkan is een succesvol ontwerper met afnemers over de hele wereld, zowel van haar couture als van haar confectie. In Istanbul heeft ze haar kantoor, twee winkels en een atelier. In 2002 studeerde ze af aan de Marmara Universiteit, richting modeontwerp en kunst.
Wat geldt voor haar eigen outfit, geldt ook voor de kleding die ze ontwerpt. Die beweegt zich tussen modern en behoudend, tussen wat in Turkije açik (open) en kapali (gesloten) wordt genoemd. Zo’n leren rok, dat is voor waarlijk vrome vrouwen echt geen optie. Een liberale Turkse vrouw daarentegen peinst er niet over het haar te bedekken, en op een warme voorjaarsdag in Istanbul is te zien dat massa’s vrouwen er geen enkel probleem mee hebben hun lichaamsvormen te tonen.
De Turkse vrouw als zodanig, zou je kunnen zeggen, beweegt zich tussen modern en conservatief. Dat komt niet alleen doordat Turkije ‘de brug tussen Oost en West’ is. De verspreiding van de mondiale cultuur via internet speelt een rol, en zeker het proces van verstedelijking, dat bijna nergens ter wereld zo snel en zo massaal verliep als in Turkije.
In het laatste kwart van de vorige eeuw trokken miljoenen bewoners van het platteland naar de grote steden in West-Turkije. Stadsbewoners hadden altijd neergekeken op het ‘achterlijke’ boerenvolk in Centraal-Anatolië, met z’n religie en z’n traditionele cultuur. En nu drong dat volk zomaar hun stedelijk domein binnen. Met afgrijzen zagen de stedelingen het aan. Hun seculiere levensstijl werd bedreigd. Al die hoofddoeken!
Al spoedig beheerste dat kledingstuk het politieke debat in Turkije, zeker na 1997, toen het hoofddoekverbod bij de overheid en in het onderwijs werd aangescherpt. De hoofddoek werd hét symbool van de polarisatie tussen seculieren en islamisten. Miljoenen mensen in de grote steden gingen in 2007 de straat op toen het parlement een president dreigde te kiezen met een gesluierde echtgenote.
Tussen 2008 en 2012 werd, onder de regering-Erdogan, het hoofddoekverbod gefaseerd opgeheven. In het maatschappelijk debat speelt het kledingstuk sindsdien geen rol meer. De seculiere partij CHP stelt zelfs voor het recht op het dragen ervan bij wet vast te leggen. En de onderwerping van de moderne stad aan de conservatieve plattelandscultuur? Dat is allemaal erg meegevallen. Het is eerder omgekeerd. In Centraal-Anatolië zien conservatieven met lede ogen hoe de jeugd de losse zeden van Istanbul overneemt.
Zo beleeft Turkije een toenemende vermenging van levensstijlen, die zich ook manifesteert in de mode. De mogelijkheden voor moslimvrouwen om zich modieus te kleden zijn sterk verruimd. De eerste trend, in de jaren negentig, was kleding die tesettür werd genoemd: verhullende lange gewaden die alleen de handen en het gezicht onbedekt laten, ingetogen van kleur.
Zo konden vrouwen zich volgens Nazli Alimen, auteur van het boek Faith and Fashion in Turkey (2018), modern, gerieflijk en toch zedig kleden. De tesettür-stijl werd voor jonge, goed opgeleide moslimvrouwen in de grote stad ook een manier om te zeggen: Say it loud, I’m Muslim and I’m proud! Het seculiere kamp reageerde met schrik. Zulke vrouwen werden öcü (boeman) genoemd, een term die je niet vaak meer hoort.
De tesettür-branche is sindsdien gegroeid en heeft zich verbreed. Gelovige jonge vrouwen wilden deelnemen aan het moderne leven in de stad en hun kleding paste zich daaraan aan. Wat voor moslimvrouwen gepast of wenselijk is, is vager geworden. Modebladen, reclamebureaus, tv-zenders en winkelketens zijn erop ingesprongen. Ontwerpers voelen zich vrijer om buiten de gevestigde islamitische lijntjes te tekenen. Zo ontstond de ‘modest’ stijl (Turken gebruiken de Engelse term), een veel ruimere verzameling stijlvormen dan tesettür.
Wat Hilal Oguzkan maakt, noemt ze ‘conservatief’, niet tesettür. ‘Dat zijn verschillende dingen’, zegt ze. ‘Mijn ontwerpen zijn niet strikt volgens de Koran. Ik werk voor een breed publiek. Ik interpreteer de godsdienstige regels zo dat zelfs de hijab niet nodig is. Of dat correct is weet ik niet.’ Ze haalt de schouders op, de handpalmen naar boven.
Haar website omvat vrijwel alleen modellen met prachtige avondjurken en tweedelige tenues, sommige met broek, kleurig, maar nooit fel. De mouwen zijn lang, de benen bedekt. Wat opvalt: alle modellen zijn ongesluierd, hun haren onbedekt. De creaties stralen uit dat ze geschikt zijn voor zowel seculiere als moderne gelovige vrouwen; de laatsten kunnen ze aanvullen met een hoofddoek naar keuze.
Veel jonge vrouwen willen niet per se via hun kleding hun vroomheid etaleren, zegt auteur Alimen, onderzoeker aan de School of Fashion and Textiles in Birmingham. Ze willen gewoon modern, stijlvol en prettig gekleed gaan, zonder de grenzen van de betamelijkheid te overschrijden. Of misschien willen sommigen die grenzen juist wél een beetje over. Het begrip ‘bescheiden’ is opgerekt. Zelfs de broek is tegenwoordig een optie, mits ruimvallend en stemmig van kleur.
De conservatieven vonden het maar niks. Sommige vrouwen werden twintig jaar geleden örtülü çiplaklar genoemd, gesluierde naakten, het scheldwoord van islamisten voor moslimvrouwen die soepel omgaan met de kledingvoorschriften. Het bleek ook uit de reacties op het verschijnen in 2011 van het tijdschrift Âlâ, later gevolgd door Hesna en Aysha, islamitische varianten van glossies als Vogue en Cosmopolitan. De rechtse krant Yeni Safak sprak van ‘schoonheidsfascisme’.
Zo creëert de mode tweespalt in het gelovige kamp. De ‘modest’ mode is een ‘blijk van het afbrokkelen van de consensus onder vrome moslims in de huidige Turkse samenleving’, schrijft Pierre Hecker, universitair onderzoeker in het Duitse Marburg, in Islam. The Meaning of Style. De tegenstelling tussen rigide en modieuze islam kwam tot een climax tijdens de Istanbul Modest Fashion Week in mei 2016, met catwalk en al. Hecker beschrijft hoe binnen de ‘electrobeats stampen’, terwijl buiten wordt geprotesteerd door een islamistische studentenorganisatie.
Tijdens een rondgang door twee wijken in Istanbul waar boetieks voor bescheiden mode zijn geconcentreerd, Erenköy in het Aziatische deel van de stad en Zeytinburnu in het Europese deel, valt op dat veel ondernemers beide soorten klanten proberen te bedienen: modern (maar niet té) en conservatief (maar niet té). Seculiere merken pikken een graantje mee van het nieuwe marktpotentieel en maken kleding die voor gelovigen aanvaardbaar is. De baggy-trend bijvoorbeeld sluit mooi aan bij wat moslimvrouwen willen: verhulde lichaamsvormen. Islamitisch geïnspireerde couturiers ontwerpen jassen en jurken die ook voor ongelovigen aantrekkelijk kunnen zijn.
De winkels geven een beeld van overlappende modesegmenten. De meeste verkoopsters zijn meer açik dan hun koopwaar en hun klanten. De 32-jarige Esra, verkoopster in winkel Efsa Moda, draagt een lichtbruine wollen trui met col en een bruine omslagdoek op het hoofd. Dat past niet bij de veelal zwarte gewaden in de rekken. Die typeert ze als: ‘Niets dat de aandacht kan trekken van mannen.’
In Boutique Evan laat de 30-jarige eigenaar Mert Kafali met voorbeelden zien dat internationale merken zich op de bescheiden mode hebben gestort. Dolce & Gabbana heeft een abaya-lijn, overigens vooral met het oog op de rijke Golfregio. Zara had een trenchcoat van 90 centimeter vanaf de schouder; die is er nu ook op 110 centimeter, tot net onder de knie, geschikt voor de modieuze jonge moslimvrouw.
Kafali heeft de winkel overgenomen van zijn moeder. Zelf heeft hij liever niet dat vrouwen een sluier dragen en hij kan zich niet voorstellen – hij wijst zijn winkel in het rond – dat zijn toekomstige echtgenote ‘dit soort kleren’ zal dragen. Zelf heeft hij helemaal niets met islamitische mode. ‘Ik verkoop het, maar ik hou er niet van. Je moet érgens van leven, toch?’
Heidens karwei
Van Rob Vreeken verschijnt deze week bij uitgever Prometheus het boek Een heidens karwei – Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije. Het boek beschrijft, zoals de uitgever zegt, ‘waarom het in Turkije anders is dan je denkt’. Turkije islamiseert niet, het wordt juist steeds seculierder. Wat de seculiere Vader des Vaderlands Kemal Atatürk nooit echt lukte, gaat onder president Recep Tayyip Erdogan vanzelf.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen va Source: Volkskrant