Misschien is het wat veel gevraagd, maar ik vind het dus heel fijn om gemist te worden als ik een paar dagen van huis ben. Of in ieder geval het gevoel te krijgen dat ik gemist word. Ik hoef niet elke avond te videobellen met een huilend gezin, maar als het even kan graag wel een heldenontvangst bij thuiskomst. Alsof ik zeven maanden aan boord van de Sea Shepherd heb geleefd, met gevaar voor eigen leven walvisjagers heb achtervolgd, een vinger ben kwijtgeraakt en nog een week vast heb gezeten in een Japanse cel – en niet gewoon zes dagen met vrienden heb gesurft.
Dus toen ik midden in de nacht thuis kwam en het briefje zag dat mijn oudste dochter op de deur had geplakt, viel alles op zijn plek. ‘Liefste papa ever’, stond er, ‘kom gezelig bij mij in de kamer slapen geev me een kus doei groet i love you’. Ik deed mijn schoenen uit, sloop haar kamer in en gaf haar een zoen. Ze glimlachte met haar ogen dicht en sloeg even haar armen om me heen. Tevreden ging ik slapen.
Een paar uur later strompelde ik na een te korte nacht naar de keuken. Mijn jongste dochter was al even op en zat televisie te kijken. ‘Papa, waar zijn de cadeaus?’, riep ze nog voordat ze me gezien had. Ach ja, cadeaus. Eens hanteerde ik het principe dat je, als je een paar dagen weg bent, heus geen cadeaus voor je kinderen mee hoeft te nemen. Jouw thuiskomst, dat is het cadeau. Anders raken ze verwend. Maar soms denken kleine mensen anders over principes dan grote mensen en kleine mensen zijn uiteindelijk toch de mensen met de macht. Mijn jongste dochter was verguld met het autootje dat ik voor haar had meegenomen.
Nog blijer was ze met de zure mat in regenboogkleuren, die ze die middag opat terwijl we samen aan de picknicktafel zaten. ‘Had je een leuke vakantie gister?’ vroeg ze, nadat ze een hap van de mat had genomen. Absoluut, antwoordde ik. Het was heerlijk weer geweest en de golven waren perfect. Ik vroeg haar hoe zij het de afgelopen week had gehad. ‘Ik heb je wel een beetje gemist soms’, zei ze.
Liefde is broos en grillig en heeft de hardnekkige gewoonte te verdwijnen als de suiker en kleurstof uitgewerkt zijn. ’s Avonds bracht ik mijn dochters naar bed. De oudste was net klaar met tandenpoetsen en zette haar borstel terug. ‘Ik ben blij dat je er weer bent’, zei ze. Een warm en dankbaar gevoel vulde me. Een gevoel dat vertelde dat ik gemist was en dus belangrijk. De jongste zat op de rand van het bad. Ze bungelde met haar benen. ‘Ik niet’.
Source: Volkskrant