PSV-voetballer Xavi Simons werd vorige week tijdens de bekerwedstrijd tegen Spakenburg door de thuissupporters uitgescholden voor ‘homo’. De scheidrechter liet de wedstrijd gewoon doorgaan, na aan de 19-jarige Simons te hebben gevraagd of hij dat goed vond. Simons vond het goed. Wat had hij anders moeten zeggen? Niemand wil een zieligerd zijn. Wie klaagt over wangedrag wordt zeker nóg eens te grazen genomen.
Het leek mij een staaltje van wat je vaker ziet: mensen die zijn uitgescholden of vernederd, worden medeverantwoordelijk gemaakt voor de gevolgen. Het kind dat wordt gepest of buitengesloten moet naar een cursus weerbaarheid of sociale vaardigheden, wat zijn vermoeden bevestigt dat het aan hém ligt. Hij is een kneus, híj moet vertimmerd worden. Of zijn ouders doen hem tegen zijn zin op een sportclub, waar zijn kwelduivels hem opwachten.
De pestkop pest ongehinderd door. Dat hakt er enorm in bij slachtoffers. Het doet iets met je vertrouwen als je nergens bescherming vindt. Kennelijk ben je niet de moeite waard.
De basisregel is toch kraakhelder: wangedrag ligt altijd aan de dader, nooit aan het slachtoffer. Als in een gemeenschap – of het nu het gezin is, een klas, een school, een club of een sportbond – is afgesproken dat schelden, vernederen, bedreigen, shamen, met projectielen gooien enz. niet wordt getolereerd, houd je daar dan aan. Zeg nooit tegen het doelwit: je lokt het wel een beetje uit. Bestraf de dader. Die scheidsrechter had die wedstrijd meteen moeten platleggen.
Met veel jongeren in Nederland gaat het niet goed. Volgens de Gezondheidsmonitor jongvolwassenen die GGD en RIVM vorige week publiceerden, heeft de helft van de 16- tot 25-jarigen psychische klachten. Velen zijn gestrest door de druk van studie of werk. Nu kun je denken: als de helft het heeft, zal het wel loslopen. Zijn niet alle jongeren weleens somber? Een beetje stress mag toch best? Natuurlijk speelde corona een rol. Deze groep heeft jarenlang thuis achter hun laptop les gekregen. Zij misten het normale onderlinge contact.
Maar wat echt niet te relativeren valt, is dat het percentage jongeren met psychische klachten in vijf jaar is verdubbeld – dat is ronduit zorgelijk. Waar ik ook van schrik is dat een ruime meerderheid, 70 procent, zich ‘emotioneel eenzaam’ zegt te voelen, en 59,6 procent ‘sociaal eenzaam’. Niks mooiste tijd van je leven, waarin je lekker samen losgaat.
De oproep die staatssecretaris Maarten van Ooijen (ChristenUnie) onlangs deed aan ouders, om hun kind bij problemen niet te snel naar een psycholoog te sturen, klinkt behoorlijk onkies, pal na dit onderzoekresultaat. Het gaat niet goed met jongeren, dus verminderen we de hulp aan hen, anders wordt het onbetaalbaar. Het deed me denken aan minister Edith Schippers van Volksgezondheid, die in 2011 vond dat mensen hun problemen ‘zelf moeten uitvogelen’.
Het is een pijnlijke vorm van victim blaming, bij Van Ooijen nu via de ouders. Die gaan echt niet voor de lol naar een psycholoog met hun kind, en gaan vaak op aanraden van een leerkracht.
Iedere jongere die depressief is, of angstig, of suïcidaal, moet altijd kunnen rekenen op directe deskundige hulp. Dat kan levensreddend zijn.
Maar Van Ooijen heeft wel gelijk als hij zegt dat we niet alle gedrags- en opvoedproblemen moeten medicaliseren. Wie psychologisch getest wordt, staat al gauw met een diagnose als ADHD of autismespectrumstoornis buiten. Zo’n label kan een loden bal om je voet worden, of een excuus voor machteloosheid. Weer ligt het aan de jongere zelf, niet aan de omgeving, de groepsdwang of het gebrek aan bescherming. Kijk daar nu eerst eens naar.
Source: Volkskrant