Home

‘Steeds vroeg het meisje: ‘Gaat mijn kindje het redden?’’

‘Op ons terrein in Ter Apel stond een hek met ijzeren spijlen. Aan onze kant worden alle vreemdelingen binnengebracht. Aan de andere kant wachten asielzoekers op het besluit van de IND of ze mogen blijven. Daar, op het COA-terrein, stonden in de vroege ochtendschemering twee ambulances en twee politieauto’s. Als agent weet je: er komen alleen twee ambulances als het heel ernstig is. Ik kreeg koude rillingen toen ik hoorde dat er iets met een kind was; ik ben zelf ook moeder.

‘Maar dat was achter het hek, waar de gewone politie z’n werk doet. Aan onze kant van het hek maken wij de dienst uit – ik werk bij de Vreemdelingenpolitie als mcv’er. Dat staat voor multicultureel vakmanschap. Mijn vader sprak Frans, mijn moeder Marokkaans, op school leerde ik klassiek Arabisch. Ik herken de accenten van het Libisch, Egyptisch, Algerijns, Syrisch, Irakees, Jemenitisch, eigenlijk alles van Noord-Afrika tot Saoedi-Arabië. Mcv’ers moeten samen met hun collega’s achterhalen of een vreemdeling werkelijk komt uit het land waarvan hij zegt dat hij komt. Ook kijken we of de documenten in orde zijn en of de vreemdeling bijvoorbeeld geen verdovende middelen, wapens of gestolen goederen bij zich heeft.

‘Zowel aan onze kant als aan de overzijde van het hek spreken mensen de Nederlandse taal nog niet. Ik weet hoe moeilijk het dan is om je te uiten, en vroeg via de portofoon: ‘Ben ik nodig?’ De politiecollega’s antwoordden dat er een tolk was opgeroepen. Maar mijn intuïtie zei: elke seconde telt, ik moet nu die kant op. ‘Ga maar’, zei mijn leidinggevende, die aan de blik in mijn ogen zag dat ik ernaartoe wilde, hoewel er al politie ter plaatse was.

‘Snel liep ik naar de kant van het hek waar ik niet hoor te zijn, dat ligt buiten ons domein. Om mijn politie-collega’s niet voor het hoofd te stoten, zei ik: ‘Ik spreek Arabisch, misschien kan ik iets betekenen?’ Bij een van de ambulances stond een oude man met een zorgelijk gezicht en angstige ogen. ‘‘Wat is er?’ vroeg ik in het Arabisch. Hij antwoordde in het Irakees, met een brok in zijn keel: ‘Het gaat niet goed met mijn kleinzoon.’

‘Twee verpleegkundigen lieten me in de ambulance, waar een jongedame met een hoofddoek in haar nachthemd op de brancard lag, met een baby in haar armen op haar borst. Het kindje bewoog zwakjes. De verpleegkundigen waren met allerlei apparatuur bezig. De moeder vertelde dat ze drie maanden geleden was bevallen van haar zoon, maar dat haar kindje helemaal koud was.

‘Op dat moment landde de traumahelikopter en kwam een kinderarts ook de ambulance in rennen. Hij voelde overal aan de baby, zijn hoofd, oksels, beentjes, en stelde vragen die ik voor hem vertaalde: ‘Wanneer heeft hij voor het laatst gegeten? Heeft hij overgegeven? Welke kleur heeft zijn urine?’

‘Het meisje vertelde dat haar baby niet meer at. Dat haar kamer in het asielzoekerscentrum vochtig en koud was, omdat de centrale verwarming op een bepaald tijdstip altijd uitviel. En dat ze de baby niet meer warm kreeg.

‘Het kindje bleek onderkoeld te zijn en moest met spoed naar het ziekenhuis in Emmen. ‘Mag mijn vader mee?’, vroeg het meisje. Ik overlegde dat met een collega, waarna hij met die vader achter ons aan reed.

‘De sirenes loeiden terwijl de ambulance trilde van de snelheid waarmee hij reed, door het raam zag ik al het verkeer voor ons opzij gaan. Ik hield het meisje aan de praat om haar gerust te stellen, want ze vroeg steeds: ‘Gaat mijn kindje het redden?’ Als je de taal spreekt, ben je een van hen, dat wekt vertrouwen.

‘Bij het ziekenhuis wachtte een team van artsen en verpleegkundigen ons op, helemaal ingepakt, want het was in de coronatijd. Zij hadden nog specifiekere vragen, die ik weer vertaalde, en begonnen een onderzoek.

‘Het meisje was doodsbang, ze keek alsof ze van een andere planeet kwam. Tot een arts kwam zeggen: ‘Je kindje is buiten levensgevaar.’ Dat is het mooiste wat je op dat moment kunt horen. Haar vader kwam binnen en ik vertelde meteen het goede nieuws. De baby moest op temperatuur komen en ze moesten een nacht blijven voor controle, maar alles zou goedkomen.

‘Het meisje keek me aan met zo’n dankbare blik... Daar doe je het voor. Ze kreeg weer kleur op haar wangen. Haar vader greep mijn handen en zei opgelucht: ‘Allah zal jouw pad altijd veilig en goed maken.’ Voor zijn gevoel had ik hem zijn kleinkind teruggegeven, maar ik had alleen maar een bruggetje geslagen tussen hen en de hulpverleners.

‘Ik wil hiermee zeggen: denk niet in hokjes. Denk niet: die ambulances staan buiten mijn domein, dus dat probleem is voor de lokale collega’s. Als je intuïtie zegt: jij moet dit nu doen, volg dan je gevoel. Want dat stemmetje in je hoofd heeft vaak gelijk.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next