President Nicolas Sarkozy slaagde er tijdens zijn presidentschap (2007-2012) in om ‘niet één stap op Nederlandse bodem te zetten’, herinnert toenmalig ambassadeur in Parijs Ed Kronenburg zich. Dat is echter alweer enige tijd geleden, en zelfs toen was dit een anomalie in de geleidelijk verbeterende Frans-Nederlandse relaties.
Nu vloeit de champagne – of eigenlijk: het bruiswater – rijkelijk in de vele tête-à-têtes tussen Macron en Rutte. Het Nederlandse denken over Frankrijk heeft, met enige vertraging, net zo’n revolutie ondergaan als ooit het geval was met Duitsland. De argwaan tegen de grote continentale buren heeft, afgedwongen door geopolitieke veranderingen, plaatsgemaakt voor een besef van gedeelde lotsbestemming.
Om te stellen dat de Frans-Nederlandse verhouding historisch gezien niet altijd vlekkeloos was, hoef je niet eens tot Napoleon terug te gaan. Tijdens de Koude Oorlog was de Nederlandse diplomatie vaak als de leeuw die bij Waterloo naar het zuiden brult. De ‘kleine, trouwe’ Atlantische bondgenoot Nederland stond tegenover de Franse president De Gaulle, die bijvoorbeeld de Britten buiten de EEG wilde houden.
En als een Fransman Europa zegt bedoelt hij natuurlijk Frankrijk, wist men in Den Haag. Dit wantrouwen werd versterkt door het verschil in omvang: Nederland streefde toen nog naar sterke Europese instellingen die de macht van de grote landen moesten inkapselen. Frankrijk was er juist op gericht om zijn tijdens de oorlog verloren status als gerespecteerde grootmacht te herstellen.
Over de auteurs
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Eerder was hij correspondent in Moskou. Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.
Dit alles veranderde toen de Koude Oorlog voorbij was en de Sovjet-Unie in 1991 instortte. In de jaren negentig groeide het besef in Den Haag dat de band met Washington structureel losser zou worden, en pleitte bijvoorbeeld buitenlandminister Hans van Mierlo voor nauwere aansluiting bij de Frans-Duitse samenwerking.
Een worsteling was het wel. Want het heeft enige decennia geduurd voordat de change of mind in Nederland ook werd ervaren als een positieve change of heart. Jacques Chirac, die 23 jaar geleden als laatste Franse president een staatsbezoek aan Nederland bracht, had grote aanvaringen met Nederland vanwege het drugsbeleid. Toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat Annemarie Jorritsma zei niets buitenissigs toen ze zich in 1996 liet ontvallen ‘Frankrijk is een leuk land, jammer dat er Fransen wonen’.
Het klimaat waarin Macron dinsdag en woensdag een staatsbezoek brengt, is totaal anders. De Brexit en de politieke turbulentie in de Verenigde Staten hebben de ommekeer in de Nederlandse diplomatie bezegeld. Rijksambtenaren op bijna alle ministeries kennen Brussel als hun tweede thuishonk en zelfs op Buitenlandse Zaken is de Atlantische traditie bijna weggespoeld.
‘Bij BZ is al jarenlang een enorme focus op Europa’, zegt geopolitiek expert Alex Krijger, die erop wijst dat denktanks als Clingendael en de AIV, in opdracht van dat ministerie, al jarenlang rapporten uitspuwen over Europese strategische autonomie. ‘Het is daarom wel ironisch dat het nu, 78 jaar na de Tweede Wereldoorlog, toch weer de Amerikanen zijn die ons in Ramstein-overleggen precies uitleggen wat we moeten doen.’
Van Franse kant is er ook veel veranderd. Parijs zag Den Haag vroeger vaak niet staan, omdat het te voorspelbaar was in zijn Atlantische voorkeuren. Maar de betrekkingen met partners die vroeger in de blinde hoek zaten zijn vooral de afgelopen tien jaar enorm geïntensiveerd. Dat geldt voor Nederland, maar bijvoorbeeld ook voor de Noordse landen. De Brexit wordt ook in Parijs gezien als het scharnierpunt in de vernieuwde relatie met Nederland, dat op zoek naar een nieuwe partner in Frankrijk gretig gehoor kreeg.
Wat daarbij helpt, is een trend die deze krant al bij het bezoek van Chirac in 2000 bespeurde: ‘Frankrijk is sinds de Koude Oorlog kleiner geworden. Nederland voelt zich (economisch) gegroeid.’ Frankrijk heeft de afgelopen jaren de bilaterale relatie met de grote EU-lidstaten Italië en Spanje naar een hoger plan getild. Maar Nederland zit daar slechts één treetje onder, met een gestructureerde dialoog op hoog niveau en toegenomen ambtelijke contacten over een brede waaier van onderwerpen.
En dan is er nog de persoonlijke relatie tussen Macron en Rutte. Beiden benadrukken ze graag de ‘goede vriendschap’. Een niet te onderschatten factor van belang: in Parijs is men ervan doordrongen dat politiek boven alles menselijk is. Ruttes lange ervaring vergroot zijn invloed in Europa. Maar behalve hun persoonlijke chemie helpt het ook dat de twee tot dezelfde ‘Europese liberale familie’ behoren, zegt René Cuperus, Europa-onderzoeker van Instituut Clingendael. Ze zijn het, ondanks traditionele financieel-economische tegenstellingen, over veel zaken eens.
Politiek zijn beide landen naar elkaar toe gegroeid. Het voorheen bijna karikaturale onderscheid tussen een open, economisch liberaal Nederland en protectionistisch Frankrijk is minder zwart-wit geworden. ‘Vroeger merkten we meer dat we cultureel verschillend waren, letterlijk niet dezelfde taal spreken’, ziet ook Jan Versteeg, de Nederlandse ambassadeur in Parijs. ‘Dat is nu echt anders. Op economisch gebied is Frankrijk de laatste zes, zeven jaar opener geworden. Tegelijkertijd zijn wij gevoeliger geworden voor het feit dat we als Europa niet te afhankelijk moeten zijn van de buitenwereld. Dat hebben we gemerkt met de covidcrisis en de energiecrisis, als gevolg van de invasie in Oekraïne. Er is bewustwording dat we onze kwetsbaarheden moeten verminderen en tegelijkertijd baat hebben bij internationale handel.’
President Macron heeft vanaf zijn aantreden in 2017 nadrukkelijk zijn liefde voor Europa geëtaleerd. ‘We moeten het enige pad vinden dat onze toekomst verzekert, dat van de wederoprichting van een soeverein, verenigd en democratisch Europa’, sprak hij bij zijn intussen beroemde speech aan de Sorbonne-universiteit in 2017. In Frankrijk leeft het gevoel dat dat Franse pleidooi voor meer Europese autonomie intussen ook in Den Haag wordt begrepen en omarmd. Nederland presenteerde in 2021 in EU-verband met Spanje een eigen vrije nota over ‘open strategische autonomie’.
Wat de bilaterale relatie ook de wind in de zeilen geeft, zegt Cuperus, is de haperende Frans-Duitse samenwerking. ‘Een top-Europa-adviseur van Macron kreeg onlangs bij Clingendael de vraag wat het zou betekenen als de Duitse Zeitenwende (de grote ommekeer in het Duitse buitenland- en veiligheidsbeleid na Poetins tweede invasie van Oekraïne, red.) wél zou lukken en Berlijn echt een powerhouse in Europa zou worden. Haar geschrokken blik sprak boekdelen.’
Macron houdt dinsdag in Den Haag een grote rede over de toekomst van Europa. Dat hij dat doet in het Engels, is een kniebuiging naar een Nederlands gehoor dat zijn talen niet meer spreekt, maar wel wil luisteren. ‘Nederland is een beetje in de leer bij Frankrijk qua geopolitieke strategie’, zegt Cuperus. ‘Veel traditioneel ‘Franse’ onderwerpen domineren nu de Europese agenda: strategische autonomie, geopolitiek, industriepolitiek. Dat is de paradox: Europa is aan het verfransen, maar tegelijkertijd marginaliseren de Fransen binnen Europa.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden