Bommen ontploffen er niet meer, glimmende gebouwen schieten er uit de grond en de ‘vredesmuren’ zijn toeristische attracties geworden. Het straatbeeld van Belfast is het tastbare bewijs van het succes van het akkoord dat op 10 april 1998 werd getekend door Tony Blair en Bertie Ahern, de toenmalige premiers van het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Op die historische Goede Vrijdag werd er een streep gezet onder de ‘Troubles’ in Noord-Ierland die in dertig jaar tijd 3.500 burgers het leven kostte.
Over de auteur
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland voor de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen en schreef er meerdere boeken, waaronder over de Brexit.
Hoe fragiel de vrede is, bleek afgelopen week. De Noord-Ierse politie ving informatie op over een op handen zijnde terreuraanslag van dissidente IRA-leden tijdens het bezoek van Joe Biden. De Amerikaanse president arriveert dinsdag om de festiviteiten bij te wonen. De burgeroorlog mag dan verleden tijd zijn, de dreiging van terreuraanslagen blijft. Juist rond Pasen, wanneer voorstanders van een hereniging van beide Ierlanden de Paasopstand van 1916 tegen de Britse bezetters vieren, bestaat er van oudsher een verhoogd risico.
Biden is eregast en die honneur heeft een historische verklaring. Het Goedevrijdagakkoord kwam voort uit jarenlange, veelal geheime onderhandelingen. Daarbij was in de slotfase een sturende rol weggelegd voor de Amerikaans president Bill Clinton en zijn gezant George Mitchell. De IRA beloofde de wapens neer te leggen, er kwam amnestie voor terroristen en de macht in Noord-Ierland werd voortaan gedeeld door de pro-Ierse nationalisten, Sinn Féin, en de pro-Britse unionisten.
De gemilitariseerde posten aan de Noord-Ierse grens verdwenen door de deal, een onzichtbare grens bleef over. Na de Britse stem voor Brexit in het referendum van zeven jaar geleden zorgde deze onzichtbare grens voor problemen, omdat het de nieuwe buitengrens van de Europese Unie werd. Het neerzetten van grensposten werd in strijd geacht met de geest van het Goedevrijdagakkoord. Om die reden werd de grens verlegd naar de Ierse Zee, tussen Noord-Ierland en de rest van het Verenigd Koninkrijk.
Zolang die zeegrens bestaat, zal de pro-Britse Democratic Unionist Party (DUP) weigeren deel te nemen aan een Noord-Ierse regering. Dat draagt bij aan een politieke impasse die al sinds 2017 bestaat in Stormont, het regeringsgebouw van Belfast. Met nostalgie wordt teruggekeken naar de foto uit 2007 waarop de toenmalige leiders van Sinn Féin en de DUP – oud-IRA kopstuk Martin McGuinness en dominee Ian Paisley – lachend naast elkaar op een bank van de Ikea in Belfast zitten.
Normaal gesproken zou Biden tijdens zo’n bezoek het parlement toespreken, maar dat gaat nu niet. ‘Waarom zou hij naar een leeg gebouw gaan,’ zei Sinn Féin-coryfee Gerry Adams op de Ierse radio, ‘hij kan net zo goed een wake bezoeken.’ Bij de weigering van de DUP om mee te regeren speelt ook het feit mee dat de oude rivaal Sinn Féin, de partij die voor een hereniging van beide Ierlanden is, sinds de laatste verkiezingen de grootste is.
Sinds 1998 is het politieke landschap in Noord-Ierland op nog een andere wijze veranderd. De jongste verkiezingen vormden de doorbraak voor Alliance. Deze onafhankelijke partij is door de verplichte machtsdeling tussen nationalisten en unionisten, die is opgenomen in het Goedevrijdagakkoord, echter uitgesloten van coalitiedeelname. ‘Bij het vieren van de 25ste verjaardag van het akkoord moeten we erkennen dat er behoefte is aan een echte verandering van onze politieke instituties,’ zegt Stewart Dickson, die namens Alliance in het parlement zit.
Volgens deze 72-jarige partijveteraan kan zijn partij de impasse doorbreken door een vrijwillige coalitie aan te gaan, iets dat in andere landen de gewoonste zaak van de wereld is. Volgens politicoloog Katy Hayward leeft die wens ook onder de bevolking. ‘Een recent onderzoek van de Northern Ireland Life and Times wees uit dat de helft van de ondervraagden hervorming nodig vindt. De steun voor een opgelegde samenwerking tussen de DUP en Sinn Féin ligt op slechts 37 procent.’
Hervorming is echter ver weg, omdat de twee grote partijen ermee akkoord moeten gaan. Sinn Féin weigert vragen te beantwoorden over een mogelijke hervorming van het Goedevrijdagakkoord. En binnen de DUP bestaat achterdocht over de roep om verandering. ‘De DUP was indertijd tegen het akkoord omdat gerechtigheid werd opgeofferd voor de vrede,’ zegt oud-partijleider Edwin Poots, ‘en problemen over het vormen van een verplichte coalitie werden toen al voorspeld.’
Ondanks deze weerzin is de DUP indertijd toch gaan meeregeren, roept Poots in herinnering. ‘De vraag om nu alsnog de regels te veranderen zal binnen unionistische kringen daarom als verraad worden beschouwd.’ Bij zijn bezoek aan Belfast sprak de Britse premier Rishi Sunak de hoop uit dat de Noord-Ieren binnen afzienbare tijd toch een eigen bestuur krijgen. Zijn lofzang op ‘de moed, het doorzettingsvermogen en politieke verbeelding’ van de politieke leiders in 1998 was ook gericht op de leiders van nu.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden