Het is zondagmiddag 16.45 uur en Mathieu van der Poel (28) kijkt op het beige beton van het velodroom André Pétrieux even opzij. Daar wippen zijn achtervolgers de wielerbaan op, zijn ploeggenoot bij Alpecin-Deceuninck Jasper Philipsen (25) en zijn grote rivaal Wout van Aert (28) van Jumbo-Visma.
Maar er is geen enkele reden tot zorg. Hij hoeft nog maar een half baantje af te leggen, de anderen nog anderhalf. Nog maar 250 meter, hij balt eerst één vuist, de tweede volgt, en dan schrijft hij Parijs-Roubaix op zijn naam, zijn vierde monument, na twee zeges in de Ronde van Vlaanderen, in 2020 en 2022, en zijn winst vorige maand in Milaan-Sanremo. Hij volgt Dylan van Baarle op, die hier vorig jaar ook alleen aan de finish kwam, maar nu na een val in het beruchte Bos van Wallers moest opgeven. Mede geholpen door een bries in de rug is de wedstrijd de snelste uit de geschiedenis, met een gemiddelde van 46,8 kilometer per uur, bijna een kilometer sneller dan de 45,9 van vorig jaar.
Over de auteur
Rob Gollin schrijft sinds 2016 over sport voor de Volkskrant, vooral over wielrennen. Eerder was hij algemeen verslaggever, kunstverslaggever en correspondent in België.
Voor de start had Van der Poel gezegd dat hij misschien wel bezig was aan zijn beste voorjaar ooit, met vorige week na het succes in Italië nog een zwaarbevochten tweede plaats in Vlaanderen, achter Tadej Pogacar. Na de finish is hij zekerder van zijn zaak. ‘Dit was een van mijn beste dagen ooit op de fiets.’ En: ‘Dit was mijn mooiste klassieke seizoen.’ Op 46 seconden achter hem wordt Philipsen tweede en Van Aert derde. De Belg is zwaar teleurgesteld. Een lekke band aan het eind van de Carrefour de l’Arbre ontneemt hem de mogelijkheid met de Nederlander in Roubaix om de zege te sprinten.
De Hel is niet de wedstrijd die Van der Poel naar eigen zeggen het meest ligt. In de Ronde van Vlaanderen kan hij zijn explosiviteit kwijt op de gemene kasseihellingen en is hij in staat te herstellen op de vlakkere weggetjes er tussenin. Een echte liefhebber van het gestuiter op de keien is hij evenmin, in deze 120ste editie 54 kilometer van de totaal 257, verdeeld over 29 stroken.
Het doet deze dag niets aan zijn tomeloze aanvalsdrift – het is nog altijd zijn handelsmerk. In een kopgroep, met daarin ook naast het verwachte duo ook de erkende hardrijders Stefan Küng en Filippo Ganna en renners met een geducht eindschot, John Degenkolb en Mads Pedersen, demarreert hij voor het eerst op de lastige Mons-en-Pévèle, met nog zo’n 50 kilometer te gaan. Hij weet zich in het gezelschap ook gesteund door ploeggenoten Philipsen en Gianni Vermeersch. Er volgen versnellingen op 46, 44 en 37 kilometer, op kasseien, maar ook op asfalt als het even wat omhoog gaat. Hij dreigt soms uit de bocht te vliegen, hij belandt meermaals met beide wielen in het gras. Het verontrust hem niet. ‘Ik had altijd de controle. Ik ben banger in het peloton. Op dit soort momenten heb ik alles in eigen hand. In een kleine groep kan ik mijn ding doen.’
Beslissend is het niet. Telkens is het Wout van Aert die de dadendrang van de Nederlander onschadelijk maakt. De Vlaming na afloop: ‘Toen zat ik wel een paar keer op de limiet. Maar ik wist dat het de enige aanvallen waren waarop ik moest reageren.’ Van der Poel vreest niet dat zijn gretigheid hem duur komt te staan. ‘Ik voelde me heel sterk.’ Hij rekent erop dat hij het desnoods nog op de wielerbaan kan afmaken.
Iedere renner weet dat geluk altijd een factor is in de kasseienklassieker en op de Carrefour de l’Arbre, nog zo’n roemruchte passage, valt het fortuin de kant van Van der Poel op. Eerst beleeft hij een hachelijk moment. Hij wringt zich in een krappe ruimte tussen Philipsen en Degenkolb, als zijn ploeggenoot naar rechts stuurt en hij ook wat van zijn lijn afwijkt. De Duitser lijkt iets naar binnen te sturen als hij probeert toeschouwers langs de kant te ontwijken en gaat dan onderuit.
Volgens beide ploeggenoten is onduidelijk wie wie nou raakte. Philipsen verklaart in Roubaix dat hij naar de kop wilde sturen en dat hij mogelijk in contact kwam met Degenkolb. ‘Maar ik weet niet zeker of ik het was.’ Van der Poel vertelt dat hij de beelden nog zou moeten terugzien. ‘Ik weet niet of het mijn fout was of dat hij een toeschouwer raakte of in een kuil kwam. Als het mijn fout was, bied ik mijn verontschuldigingen aan. Dit soort dingen gebeuren in een race. Ik ben blij dat ik een val kon vermijden.’ Beiden buigen zich na aankomst van Degenkolb – zevende op 2 minuten en 35 seconden – over de uitgeputte Duitser om uit te leggen dat het geenszins de bedoeling was geweest. Hij is er zelf wat laconiek onder. ‘Ik raakte een toeschouwer, dat is het zo’n beetje. Ja, we hebben elkaar ook geraakt, maar dat komt ervan als je met z’n drieën aan het strijden bent op dezelfde plek, waar geen ruimte is.’
De lekke band van Van Aert, op dezelfde strook, is uiteindelijk bepalend voor de uitslag. Voor de eerste keer in de wedstrijd is hij het die het initiatief neemt. Hij was in de kopgroep alleen komen te zitten, toen zijn ploeggenoot Christophe Laporte na het verlaten van het Bos van Wallers ook kampte met een leeglopende band. Hij had zich lang gedeisd gehouden in de groep met drie renners van Alpecin-Deceuninck. Snel ziet hij Van der Poel achter hem opduiken en hem voorbij steken, terwijl hij met nog één kilometer te gaan op de meedogenloze kinderkoppen al had gemerkt dat hij met zijn achterwiel grip aan het verliezen was. Hij verliest bijna een halve minuut en zet met nog 15 kilometer te gaan nog de achtervolging in met als enige hoop dat Van der Poel ook iets kan overkomen. Was hij misschien zelfs net wat sterker? ‘Ik kan er niet over speculeren. Maar ik had in elk geval de benen gehad om mee te doen voor de eindzege. De Hel is een vloek voor mij.’
Van der Poel tilt om 17.19 op het middenterrein van de wielerbaan de felbegeerde kassei boven het hoofd, onder het toezien van trotse moeder Corinne Poulidor. ‘Hij verbaast me altijd weer.’ Goede benen en een beetje geluk – hij had ze beide deze dag. Volgend weerzien: half juni, in de Ronde van Zwitserland. Dan is Van Aert er ook weer bij.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden