Home

Hannah Cuppen, auteur van ‘Liefdesbang’: ‘Ik heb lang gedacht dat ik de enige was die niet snapte hoe het moest’

In een ontroerende aflevering van haar podcast Where Should We Begin? belt de beroemde relatietherapeut Esther Perel met een man die bijna 40 is en nog nooit een relatie heeft gehad die langer dan vijf maanden standhield. Intussen denkt hij niet langer dat dit ligt aan de vrouwen die hij tegenkomt. Dat zijn meestal wat afstandelijke types op wie hij flink moet jagen om ze voor zich te winnen, waarna hij al snel zijn interesse verliest. Hij ziet nu in dat het een patroon is dat iets over hém lijkt te zeggen, en dat hij de verklaring bij zichzelf moet zien te vinden. Maar waar te beginnen?

Na nog geen kwartier aan de telefoon met een doortastende Esther Perel vraagt zij hem te vertellen over de relatie van en met zijn ouders. ‘Wie was er voor jou, wie was er niet voor jou? Wat gebeurde er met je moeder toen je vader haar verliet?’ Even later komt hij tot zijn hoorbare verbazing en opluchting zelf met een analyse: elke verhouding die hij begint en laat stuklopen weerspiegelt hoe verantwoordelijk hij zich als kind voelde voor zijn moeder, en hoe hij werd overspoeld door haar verdriet en boosheid.

Ontroerend, omdat je als luisteraar merkt dat dit inzicht voor hem werkelijk een aanzet betekent tot een belangrijke doorbraak. En zonder twijfel herkenbaar voor wie zich in bindingsangst en verlatingsangst heeft verdiept en daarvoor een van de populairste zelfhulpboeken over dat thema in huis haalde. Van Liefdesbang, vertaald in het Duits en Engels, zijn in Nederland meer dan honderdduizend exemplaren verkocht.

Al bijna een decennium lang grijpen mensen met of zonder relatie, die grip willen krijgen op hun aanhoudende liefdesgeworstel, of zich afvragen waarom ze nog alleen zijn, naar het boek van therapeut en ervaringsdeskundige Hannah Cuppen (49). Op hun nachtkastjes krijgt het dikwijls gezelschap van een andere spirituele bestseller, Verslaafd aan liefde (Jan Geurtz, 2009) of (H)echt niet (Martin Appelo, 2020).

Nog twee populaire titels die vaak aanwezig zijn in de zelfhulpbibliotheek: Verbonden (Amir Levine en Rachel Heller, 2016) en Houd me vast (Sue Johnson, 2008), psychologieboeken over de invloed van ‘veilige’ of ‘onveilige’ hechtingsstijlen op romantische relaties. Ze leggen uit hoe de manier waarop ouders reageren op de behoeften van hun kinderen van invloed is op de relaties die zij later al dan niet aangaan. De mate waarin kinderen in hun jongste jaren kunnen terugvallen op een beschikbare, stabiele bron van emotionele veiligheid en steun, bepaalt mede hun (onbewuste) liefdesgedrag.

‘Dertien relaties ben ik begonnen tijdens het lezen van dit boek, waarvan ik er twaalf op de klippen heb laten lopen.’ Zo begint een van de recensies op boekencommunity Goodreads over Liefdesbang, van een man die duidelijk tot de doelgroep behoort: mensen die proberen te begrijpen waarom ze altijd voor de verkeerde vallen, hoe het komt dat ze steeds na een paar maanden geen (seksuele) zin meer in de ander hebben, of waarom ze telkens een terugtrekkende beweging maken zodra de band met degene die ze daten diepgaander wordt en een vastere vorm aanneemt.

‘Dit boek heeft mijn leven veranderd!’, schrijft een andere lezer. Jaren na de verschijning krijgt Cuppen nog wekelijks dankwoorden van die strekking binnen, vertelt ze. ‘Het vaakst zeggen lezers dat ze zich een op een in mijn boek herkennen: ‘Het lijkt wel of je eerst mij hebt geïnterviewd en toen bent gaan schrijven.’’ Ook voor haar eigen liefdesleven betekende Liefdesbang een kentering: ‘Ik heb een leven vóór het boek en een leven ná het boek.’

In Liefdesbang diepte ze voor het eerst ‘tot de kern’ haar eigen verlatingsangst uit. Ze schrijft over wat zij ‘de liefdesbange dans’ noemt. Ze legt uit waarom mensen met een onveilige hechtingsstijl vaak een vorm van bindingsangst of verlatingsangst ontwikkelen, hoe het komt dat mensen met bindingsangst en verlatingsangst elkaar aantrekken, en wat er doorgaans gebeurt als zij een relatie (of iets wat daarop lijkt) aangaan: een soms mild en vaker ronduit gekmakend, giftig aantrekken en afstoten. Het zijn stormachtige relaties vol gedoe waarin mensen met bindingsangst en verlatingsangst ook nog eens geregeld van positie wisselen.

Cuppen beschrijft haar ervaringen minutieus en legt uit wat de symptomen van verlatingsangst en bindingsangst zijn. Iemand met bindingsangst is bang om vrijheid te verliezen, heeft de neiging alles open te willen laten en ervaart de ander al snel als ‘te veel’. Iemand met verlatingsangst zoekt naar bevestiging en manieren om toch dichtbij te komen, heeft een neiging tot vastklampen en aanpassen, en heeft eindeloos veel begrip voor de ander.

Verderop gaat Cuppen vooral in op onderliggende mechanismen, en wat daaraan volgens haar te doen is. Ze is niet vies van termen als ‘innerlijk werk’, ‘triggers’ en ‘moederwond’: therapeutentaal die mensen met therapie-ervaring waarschijnlijk wel vertrouwd is, en die andere lezers tegen of over het zweefrandje zullen vinden.

Voor de groepstrainingen die Cuppen geeft als praktische aanvulling op Liefdesbang, tweedaags of meerdere sessies in een jaar, is altijd een wachtlijst. In de begintijd was het gros van de deelnemers tussen de 30 en de 60 jaar, maar het valt haar op dat er de laatste jaren steeds meer twintigers komen.

‘Ik denk dat jongeren tegenwoordig eerder tegen deze thema’s aanlopen, en er ook iets mee willen doen. Zelfhulpboeken en therapie horen er voor deze generatie veel meer bij.

‘De generatie van mijn ouders is een generatie waarin veel werd bedekt en er weinig aandacht was voor gevoel en zelfontwikkeling. Ik heb de indruk dat mijn generatie – en die neem ik dan heel ruim – dat patroon aan het doorbreken is.

‘Laatst zei iemand: ‘Mijn moeder is vorig jaar bij jou in training geweest.’ Voor mensen die kinderen hebben is het feit dat ze zelf verlatingsangst of bindingsangst hebben een pijnlijk besef, maar wat ze vaak nog het pijnlijkst vinden is dat ze het ook nog hebben doorgegeven aan hun kinderen.’

Cuppen maakt thee in de kantoorruimte van haar vriend Marc Bouwmeester, die ook als coach werkt en betrokken is bij de Liefdesbang-trainingen; ze wonen klein en hij is vandaag thuis, dus daar afspreken leek haar niet ideaal. ‘Het begint bij jezelf’, staat er op een bordje aan de muur. ‘Er zijn genoeg mensen die mijn boek gaan lezen om het gedrag van hun partner te verklaren: zie je, wel mijn partner heeft bindingsangst! Diezelfde mensen komen soms een paar jaar later naar een training en zeggen dan: ‘Ik snap nu dat het ook over mij gaat.’’

‘Mensen met verlatingsangst hebben de neiging om van de moeilijk bereikbare ander een project te maken, om die ander zo wél te kunnen bereiken. Ze weten precies welke therapie de ander zou moeten volgen, wat diegene zou moeten doen om het te laten werken. Ze gaan daarmee totaal voorbij aan hun eigen angst. Ze denken: ik wil verbinding, dus aan mij ligt het niet. Maar dat is niet waar.’

‘Maar dat geldt net zo goed voor mensen die zich niet bewust zijn van hun verlatingsangst. Bindingsangst manifesteert zich alleen duidelijker: mensen met bindingsangst maken de ander vaak heel expliciet duidelijk dat die niet dichterbij mag komen, vaak op een botte, ronduit pijnlijke en afwijzende manier. Zij moeten hun grenzen heftig afbakenen om er niet benauwd van te worden.

‘Mensen met verlatingsangst zien vaak niet dat hun jacht op onbeschikbare partners ook iets over hen zegt. Ieder heeft zijn belang in deze dynamiek. Wat het mensen met verlatingsangst oplevert, is dat ze niet bezig hoeven te zijn met hun eigen onderliggende angst. Want waarom zou je je met zo veel overgave storten op iemand die in feite onbeschikbaar is? Omdat je even bang bent voor echte intimiteit als iemand met bindingsangst. Alleen daar heb je een blinde vlek voor.’

‘Ja, ik wilde heel graag een relatie, ik wilde zo graag dat ik daarvoor steeds meer grenzen verlegde. Je gaat voor de ander denken, accepteert dat je in de wachtstand moet staan om een appje te krijgen dat pas na een week komt, negeert allerlei alarmbellen en je neemt genoegen met minder dan je eigenlijk wilt.’

Onder bindingsangst en verlatingsangst liggen andere angsten, legt Cuppen in Liefdesbang uit. Iemand met een emotioneel onbeschikbare vader of moeder zal in zijn latere leven onbewust vaker kiezen voor een liefdeskandidaat die moeite heeft met intimiteit, zoals de man uit de Esther Perel-podcast die een hang heeft naar afstandelijke vrouwen.

Het is voor hem in eerste instantie makkelijker om achter iemand aan te zitten die zich een beetje terughoudend opstelt: bij zo iemand lijkt de kans kleiner om het benauwd te krijgen. Maar als hij een vrouw ontmoet met wie hij zo close wordt dat hij zich verantwoordelijk voor haar begint te voelen, roept dat alsnog een benauwd, onzeker gevoel op dat hij van vroeger kent, dat hem onbewust doet denken aan zijn behoeftige moeder.

Cuppen is zelf de jongste in een gezin van vier kinderen, haar oudste broer heeft een verstandelijke beperking en de middelste verongelukte op 2-jarige leeftijd in het bijzijn van zijn broer en opa. ‘Hoe welkom ik ook was, ik kwam in een nest van verdriet, dat ‘te groot’ was en verdrongen werd’, schrijft ze. ‘Aangezien mijn ouders dit trauma niet konden toelaten, was het voor mij onmogelijk om hen emotioneel te bereiken. Er was altijd een onbewuste angst voor hun grote verdriet.’

Hoe Cuppen d Source: Volkskrant

Previous

Next