Home

Kunnen boeken helpen de natuur te redden? Dik van der Meulen ziet het niet somber in

Lang geleden waren er nog niet zoveel boeken over de natuur, maar was de natuur zelf een boek. Het Boek der Natuur, zoals de titel luidde, werd gezien als een van de twee bronnen – de Bijbel was de andere – om de bedoelingen van het Opperwezen te doorgronden. Jacob Cats vatte het in de 17de eeuw als volgt samen:

Wanneer ick lees het boeck, dat Godt ons heeft gelaten,
Een boeck dat soeter is als duysent honigraten,
Ick sie het veldt bekleedt met wonder aerdig kruyt,
En wat ick immer sie dat roept den Schepper uyt.

Toen Cats dit rijmde, was het idee al oud. Ook zijn oproep om de natuur te koesteren – want zijn woorden laten zich nauwelijks anders lezen – was niet nieuw. In zekere zin werd de natuur al sinds het begin door de menselijke beschaving beschermd: niet alleen omdat ze zoeter was dan duizend honingraten, maar ook uit welbegrepen eigenbelang. De natuur zorgde voor hout (als bouwmateriaal en brandstof) en de geprivilegieerde bovenlaag ging er op jacht. Voor problemen zorgde diezelfde natuur overigens ook, in de vorm van wolven en ander roofgespuis, en bovendien gaf ze beschutting aan bandieten. Om die reden deden de mensen er wel alles aan om de wildernis in toom te houden.

In de eeuw na Cats stond er een elite op die het juist voor de wildernis opnam. ‘De mens’, schreef Jean-Jacques Rousseau rond 1760, ‘vermengt en verwart alle klimaten, elementen en seizoenen’, alsof hij toen al voorzag hoe dit zou misgaan. De boeken die hij en andere Verlichtingsfilosofen publiceerden, hadden een grote invloed op het denken over de natuur in de eeuw erna: een denken waarin steeds meer ruimte kwam voor de ongetemde wildernis.

Over de auteur
Dik van der Meulen (1963) schrijft biografieën en boeken over de natuur. Hij werkt nu aan een nieuwe biografie van natuurschrijver Jac. P. Thijsse, waarvan al een beknopte versie is verschenen. Hij schrijft geregeld over onder meer natuur voor het boekenkatern van de Volkskrant.

Uiteindelijk kwam hieruit de natuurbescherming voort zoals wij die nog altijd kennen, een proces waarin boeken doorslaggevend zijn geweest. In 1845 bouwde de Amerikaan Henry David Thoreau, die het werk van Rousseau goed kende, een blokhut bij Walden Pond, een meer in de buurt van Boston. Daar leidde hij twee jaar lang, met enkele onderbrekingen, een teruggetrokken bestaan. Het resultaat hiervan, zijn boek Walden, or, Life in the Woods, werd een inspiratiebron voor natuurliefhebbers in Amerika en daarbuiten.

Zo ook Jac. P. Thijsse (1865-1945), aartsvader van de natuurbescherming in Nederland. Walden had, schreef hij, geleid ‘tot de stichting der Amerikaansche Nationale Parken, tot de maatregelen voor behoud van natuurschoon en ter bescherming van Flora en Fauna in alle landen der wereld. Voor Nederland kan ik dit ten minste met de grootste stelligheid verzekeren.’

Thijsse zelf is wel het beste voorbeeld van wat je met boeken voor elkaar kunt krijgen. Hij stond aan de basis van Vogelbescherming en Natuurmonumenten, maar het meest bereikte hij met zijn Verkade-albums: een serie boeken met, alles bij elkaar, een oplage van vele honderdduizenden exemplaren, waarin hij hartstochtelijk de schoonheid van de natuur bezong. Hun populariteit dankten de albums voor een belangrijk deel aan de mooie plaatjes die de lezers erin moesten plakken, en die ze cadeau kregen bij de aankoop van ontbijtkoek en beschuit van het merk Verkade. Toch is het niet overdreven om te zeggen dat Thijsse een groot deel van de Nederlandse bevolking de liefde voor de natuur heeft bijgebracht – en aldus het draagvlak voor de natuurbescherming heeft geschapen.

Maar wat stelt dat draagvlak nu nog voor? In hoog tempo verdwijnen de insecten, verzuren en verdorren de bossen en sterven de weidevogels uit. Natuurlijk zijn er ook lichtpuntjes, zoals deze krant onlangs meldde: met een aantal (vooral) grote vogels en zoogdieren gaat het helemaal niet slecht. Hoe omstreden hij momenteel ook mag zijn, de wolf is hiervan het meest aansprekende voorbeeld.

Toch zit de natuur in de verdrukking. ‘Sommige natuur die Nederland verplicht moet beschermen, is er op dit moment niet goed aan toe en vertoont een negatieve trend’, aldus het veelbesproken rapport van Johan Remkes in 2022: een conclusie die door het woord ‘sommige’ nóg terughoudend overkwam.

Die negatieve trend is misschien nog wel het best te merken in Nederlands grootste aaneengesloten (zij het door wegen doorsneden) natuurgebied, de Veluwe, waar bijvoorbeeld veel jonge mezen door hun pootjes zakken – als ze al levend uit een ei kruipen. Dit komt door een tekort aan kalk, waardoor de vogelskeletjes wel van rubber lijken en eierschalen te dun worden; een kalkgebrek dat op zijn beurt veroorzaakt wordt door de stikstofneerslag in de natuur. Ook wandelaars die niet uitblinken in natuurkennis, merken dat het stil begint te worden in het bos, speciaal in deze tijd van het jaar.

Het verval van de Nederlandse natuur valt dus nogal op, en de bezorgdheid hierover heeft uiteindelijk tot de stikstofcrisis geleid. Nu is het interessant – en verontrustend – hoeveel Nederlanders hierop reageren. De pogingen van de overheid om iets aan de veestapel te doen, stranden op de onwil van de boeren, zeker, maar uiteindelijk zit het probleem dieper. De Nederlander eet te veel vlees en drinkt te veel melk, en betaalt er te weinig voor: minder dan 9 procent van ons gemiddelde inkomen geven we aan eten uit.

Intussen heeft een behendige nieuwe partij de indruk weten te wekken dat de rigide overheid de boeren offert om wat bloemetjes te redden, uitgerekend de boeren, symbool van de Hollandse onverzettelijkheid en bovendien noodzakelijk voor de voedselvoorziening. En al verzekeren allerlei natuurorganisaties dat ze met de BBB best zouden kunnen samenwerken, op het oog is het of de Nederlandse kiezers zich massaal van de natuur hebben afgekeerd.

Is dit ook het beeld dat boekverkopers hebben? Zeker niet. ‘Natuur is booming!’, zegt een boekhandelaar in Baarn: met de natuurboeken in haar winkel gaat het voortreffelijk. Collega’s roepen het haar na: de meeste boekwinkels hebben een prominente tafel waarop boeken over planten en dieren liggen uitgestald. Vogelboeken blijven onverminderd populair. Een paar jaar geleden was er een ware run op de nieuwste editie van de Vogelatlas van Nederland, die eerder alleen door specialisten werd aangeschaft. Voor de vogelserie van uitgeverij Atlas Contact zijn inmiddels bijna 25 vogels geportretteerd, waaronder enkele soorten die je bijna nooit meer ziet, zoals de tapuit. Twee keer per jaar verschijnt er een tegen de literatuur aanleunend vogeltijdschrift, De scharrelaar, de ornithologische pendant van het voetbalblad Hard gras.

Ook wandelboeken zijn in zwang. Dezer dagen verschijnt bij Van Oorschot Omwegen van Thomas Heerma van Voss, een nieuw deeltje in de Terloops-reeks. In de geest van J.J. Voskuil, die in 2004 onder de titel Terloops zijn eerste wandeldagboeken publiceerde, gaat Omwegen over meer dan de natuur. Heerma van Voss – of is er een verteller aan het woord die zich als de schrijver voordoet? – doet er verslag in van een wandeltocht door de Ardennen met zijn toenmalige schoonfamilie. Een wat weemoedige, soms ook vermakelijke vertelling, waarin de verwikkelingen tussen de wandelaars meer aandacht krijgen dan het landschap.

Toch is de natuur meer dan decor. Neem een beschrijving van het riviertje de Semois: ‘Vroeg of laat belandden we steeds weer bij dat kronkelende water, waaruit keien als gebalde vuisten omhoogstaken, en dat geflankeerd werd door velden en bossen, meer bossen dan ik ooit in mijn leven had gezien, soms zo dicht en hoog dat ze nauwelijks zonlicht doorlieten en me alle besef van tijd deden vergeten.’ Bij het lezen van zoiets heb je de neiging meteen op de trein naar België te stappen.

Van geheel andere aard is de aanzienlijke stapel natuurboeken waarvan kinderen de doelgroep zijn. Een onlangs verschenen boek springt eruit: Polder, met paginagrote dierenplaten van Marieke ten Berge en teksten van Eva Moraal (Lemniscaat; € 19,99). Mede door zijn formaat herinnert het aan de Verkade-albums van voor de oorlog. Maar de toon is heel anders dan die van Thijsse: ‘Welkom, kom binnen! Heb je je voeten geveegd?’ Zo spreekt de das de jonge lezer toe: een vertelwijze die Thijsse, niet geneigd om voor kinderen op zijn hurken te zitten, uit de weg zou zijn gegaan.

Of het zal helpen? Op het eerste gezicht zou je denken van niet: de mensen die zulke boeken kopen hielden toch al van de natuur, al is het mooi dat ze ook hun kinderen ervan voorzien. Toch weerspiegelt de verkoop wel degelijk een trend. Ondanks alle stemmen op de BBB is de natuur allerminst uit de mode. Na een jarenlange daling is het aantal leden van natuurorganisaties weer gestegen: gevolg van de lockdowns in de coronajaren, toen mensen die tot dan toe zelden een bos of heideveld hadden betreden, massaal de natuur in trokken en zagen hoe mooi het er was.

Of deze tendens zal doorzetten is ongewis, maar natuurboeken kunnen eraan bijdragen. Al is hun invloed in een tijd van televisie en sociale media beperkter dan in de jaren van Rousseau, Thoreau en Thijsse, dat ze het denken over de natuur nog altijd beïnvloeden, bewijzen vooral de bomenboeken van de Duitse boswachter Peter Wohlleben. Zijn werk, dat aansluit op wetenschappelijke inzichten maar ook omstreden is door zijn vermenselijking van het bos, heeft een g Source: Volkskrant

Previous

Next