Home

Ja, jonge mensen willen niet werken. Jaaahaaaaa

Er woedt schijnbaar een besmettelijke ziekte in het hart van de BV Nederland. ‘Een jonge generatie werknemers loopt de kantjes ervan af’, las ik deze week in een column in NRC. Talloze media schreven het afgelopen jaar dat Gen Z’ers aan ‘quiet quitting’ zouden doen, een vage term voor leveren wat je met de baas hebt afgesproken en daarna lekker een potje padel spelen ofzo. In maart las ik in Time Magazine dat zelfs jonge Taliban dreigen te quiet-quitten, want nu de jihad achter de rug is zijn ze gewoon ambtenaar, en missen ze kennelijk de toewijding uit de good old days toen ze nog met M16’s achterop een Toyota-pick-up zaten, hun baarden wapperend in de wind.

Alarmerend allemaal – alhoewel het ook deed denken aan tien jaar terug, toen ik dit in iets andere bewoordingen over millennials las, de ikke-ikke-ikke-generatie. Is er ook een probleem? Niet dat we weten. Quiet quitting is vooral een mooi voorbeeld van hoe een buzzwoordje zich via consultancybureaus en media kan opwerken tot quasifeit.

De term werd groot gemaakt op TikTok, door een coach die er best enthousiast over was: het ging om een gezonde werk-privébalans en het afbakenen van grenzen. Hartstikke goed zou je zeggen, maar al gauw werd quiet quitting synoniem voor luiheid en onverschilligheid – en het kwam van TikTok, dus dat moest wel een specifiek Gen Z-kwaaltje zijn, toch? Consultants gingen Gen Z stevig consulten om deze generatiespecifieke aandoening te onderzoeken en werkgevers te vertellen hoe zorgwekkend het precies is.

Uit een onderzoek (van Gallup) bleek dat 50 procent van alle Amerikaanse werknemers een quiet quitter zou zijn – ander continent, maar goed, het werd ook hier geciteerd en gelinkt aan Gen Z. Ook lag het engagement van Amerikaanse werknemers onder de 35 vorig jaar een paar procentpunt lager dan dat van oudere collega’s. Maar in Nederland is er géén bewijs voor het idee dat Gen Z’ers (of millennials) sneller uitklokken dan de rest. Zo blijkt uit onderzoek van I&O dat 18 tot 34-jarigen net zo vaak als andere leeftijdsgroepen zeggen ‘te werken om geld te verdienen, niet om zich te ontplooien’. Eén geruststellend feit uit Gallups onderzoek naar wereldwijde arbeidsmoraal: álle Nederlanders voelen vrij weinig betrokkenheid bij hun werk in vergelijking met andere landen.

Nou vallen er sowieso veel vraagtekens te zetten bij generatieonderzoek. Als je leest dat ‘jonge werknemers geen hechte verbinding voelen’ met hun werk, komt dat dan doordat Gen Z’ers ontrouw en werkschuw zijn, of gewoon jong en zoekende? Misschien scheelt het dat ze begonnen aan hun carrière in de coronacrisis, veelal met flutcontractjes? En was het engagement onder jongeren in het jaar 2000 dan zo veel hoger? Desondanks wordt generatieonderzoek vaak gebruikt om bloedsaaie vooroordelen over jeugd te bevestigen.

Het idee dat de jeugd van tegenwoordig gewoon lui is, is voor sommige managers comfortabeler dan lastige vragen beantwoorden over de werkcultuur. Collega’s kunnen elkaar gaan verdenken. Een Gen Z’er die zegt dat hij geen tijd heeft voor die extra klus, kan er nét wat sneller van beticht worden ‘mentaal uitgelogd’ te zijn om thuis te gaan tikkietokken. Op internet schrijven bezorgde HR-managers alom feitenvrije, bezorgde blogs die het schrikbeeld bevestigen: hoe krijg je die dekselse Gen Z’ers toch aan de arbeid? Quiet quitting is quatsch die het met wat hulp van consultancybureaus vanzelf tot halve waarheid schopt.

En dat terwijl er onder millennials en Gen Z eindelijk een gesprek op gang komt over het eerlijk verdelen van zorgtaken thuis. Misschien zelfs met gevolgen voor hun bereikbaarheid buiten de tijd van de baas. Ze verzinnen er vast een term voor, die vervolgens gebruikt wordt om ze de les te lezen, carrière-ghosting of zo. Ik kan niet beloven dat ik die zal negeren.

Source: Volkskrant

Previous

Next