Home

Vergeving in de praktijk: Spanje laat tijdens paasweek gevangenen vrij – maar wel steeds minder

In Spanje is het een lange traditie om tijdens de Goede Week gevangenen vrij te laten. Maar waar dat er in 2013 nog 21 waren, komen er dit jaar nog maar vier op vrije voeten. Waarom wordt er minder gratie verleend? Zijn we tegenwoordig minder vergevingsgezind?

In het centrum van Málaga wordt geleden. Dragers schuifelen voort onder een gigantisch Jezusbeeld, ze zijn met meer dan tweehonderd, mannen en een enkele vrouw, hun gezichten vertrokken in een grimas. Zacht wiegen ze onder de gouden troon, rug tegen buik, een groot organisme dat traag voortgaat door de straten van de stad.

Een groepje mensen loopt op blote voeten door de stegen die geplaveid zijn met kaarsvet, ze willen hun heilige bedanken voor een gunst, of die juist afsmeken, ze lijden om geluk te krijgen, alsof er ergens een balans wordt bijgehouden van hun leven.

Kinderen worden steeds slaperiger naarmate het later wordt, het is al ver na middernacht en nog steeds zitten ze langs de kant om ook de laatste heilige te zien passeren.

Over de auteur
Maartje Bakker is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en won voor haar werk een AAAS Kavli Science Journalism Award, een grote internationale prijs voor wetenschapsjournalisten. Eerder werkte ze op de politieke redactie en was ze correspondent in Spanje, Portugal en Marokko.

Het is lijden dat ineens kan omslaan in vreugde. Als de dragers een slok water krijgen uit een kruik die wordt aangegeven door een krom mannetje dat afkomstig lijkt uit een ander tijdperk en iedereen drinkt uit dezelfde tuit, een grote revanche op het coronavirus, in een land waar je ooit zelfs tijdens een eenzame wandeling een mondkapje moest dragen.

Als voor een vermoeid kind een figuur met een hoge puntmuts en een kaars stopt, om het kaarsvet te laten druppelen op wat begon als een propje papier maar nu een grote wassen bal is.

Als een gezamenlijk arriba klinkt, omhoog, als het Jezusbeeld een sprongetje lijkt te maken op de schouders van de dragers, als de muziek aanzwelt en het applaus van de toeschouwers het beeld nog een beetje verder optilt.

Te midden van dit gezamenlijke optreden, dit eeuwenoude kunstwerk dat is opgebouwd uit honderden mensenlichamen, is er één man die opvalt. Hij is gekleed in een zwarte tuniek, als enige. Als de menigte klapt omdat het Jezusbeeld in zicht komt, maakt deze man een kleine buiging. Meisjes van 15 rennen naar hem toe, feliciteren hem. Vooraanstaande leden van de broederschap drukken hem een plaatje in handen van hun heilige, Jesús El Rico, die zo heet omdat hij rijk (rico) is in mededogen.

Wie is deze man? Waarom loopt hij daar? En hoelang zal dat nog zo zijn, dat hij de hoofdrol mag spelen tijdens deze processie?

Het verhaal gaat zo. In het jaar 1759 woedde er een pestepidemie in Málaga, waardoor er niet genoeg dragers waren voor de processie met het beeld van Jesús El Rico. De gevangenen van de stad boden aan het beeld op hun schouders te nemen, maar kregen geen toestemming.

Ze lieten het er niet bij zitten. De gevangenen kwamen in opstand, ontsnapten uit de gevangenis, droegen Jesús El Rico door de stad en – nu komt het wonderbaarlijke – keerden vervolgens allemaal terug naar hun cel. Toen de Spaanse koning Carlos III daarvan hoorde, verleende hij de broederschap van Jesús El Rico een privilege: vanaf dat moment mochten de broeders ieder jaar een gevangene in vrijheid stellen.

En zo gebeurt het dus, tot op de dag van vandaag.

In de loop der jaren begonnen ook andere broederschappen gratieverzoeken in te dienen, en met succes. Tot voor kort. Want hoewel de broederschap van El Rico nog ieder jaar een gevangene mag bevrijden – ook de Spaanse regering is niet ongevoelig voor de macht der gewoonte – worden de gratieverzoeken van andere broederschappen de laatste tijd steeds minder vaak ingewilligd.

De cijfers zijn veelzeggend. Waar er in de paasweek van 2013 nog 21 gevangenen werden vrijgelaten op verzoek van de broederschappen, ligt dat aantal nu al jaren onder de tien. Dit jaar komen er slechts vier gevangenen op vrije voeten. De rechtse media aarzelen niet om daar de hand van de linkse regering in te zien, die sinds 2018 aan de macht is. Die zou minder geneigd zijn de katholieke broederschappen hun zin te geven.

En het is waar, onder linkse Spanjaarden klinkt regelmatig gemor over dit ‘privilege’ van de broederschappen. Zo sprak een parlementslid van de linkse partij Compromís harde woorden over een verschijnsel ‘dat ons terugvoert naar de Middeleeuwen’. ‘De graties van de Goede Week brengen ons dichter in de buurt van dictaturen of theocratische regimes dan van een rechtsstaat’, schamperde hij.

Is de regering van de socialist Pedro Sánchez gevoelig voor die kritiek? Of is er iets anders aan de hand? Niet alleen tijdens de paasweek, maar ook gedurende de rest van het jaar stelt de regering zich immers veel minder genadig op dan voorheen. Waar onder de conservatieve premier José María Aznar in het jaar 2000 maar liefst 1.744 keer gratie werd verleend, kwam Sánchez niet verder dan vijftig keer, in 2021.

Een maand voor de processie. Midden in Málaga, in het huis van de Koninklijke, Uitmuntende, Zeer Illustere en Eerbiedwaardige Broederschap van Aanbidding en Processie van Onze Vader Jezus van Nazaret Genaamd ‘El Rico’ en de Heiligste Maria der Liefde, is het een en al bedrijvigheid. Dit is het moment waarop de ‘nazareners’ hun tunieken komen ophalen, de gewaden met karakteristieke puntmuts.

Achter de metershoge toegangsdeuren worden de twee tronen van Christus en de Maagd alvast afgestoft. De broeders bevestigen op verzoek van hermano mayor oftewel hoofdbroeder Ramón Varea net een nieuwe bel aan de voorkant van een van de tronen. ‘Met een minder blikkerig geluid’, zegt Varea tevreden. De bel geeft de maat aan waarmee de broeders de tronen – van respectievelijk 2.500 en 3.000 kilo – ronddragen door het centrum van de stad: op uw plaatsen, omhoog, vooruit.

In de vergaderzaal, onder het toeziend oog van talloze wenende Maagden en lijdende Christussen, vertelt Varea waarom de vrijlating van een gevangene zo’n belangrijke traditie is. ‘Vooral omdat dit door de hele geschiedenis heen is volgehouden’, zegt hij. ‘Of Spanje nu een absolute monarchie was, een republiek, een franquistische dictatuur of een democratie, altijd is er hier in Málaga een gevangene bevrijd.’

Daarnaast staat het verlenen van gratie natuurlijk symbool voor wat er wordt gevierd met Pasen: dat Jezus heeft geleden, is gestorven en weer is opgestaan voor de vergeving van de zonden. Varea: ‘Het is iets wat de aandacht trekt, vooral ook bij kinderen: kijk, daar is de gevangene! Voor ons als volwassenen is dat dan het moment om uit te leggen dat dit geen slecht persoon is. Dat iedereen een fout kan maken, afhankelijk van de omstandigheden in zijn leven.’

De broederschap probeert die gedachte ook zelf in de praktijk te brengen. Dat bleek toen een van de broeders, een bestuurslid nog wel, een greep uit de kas had gedaan. Hij biechtte op een gokverslaving te hebben, waarop de overige bestuursleden besloten geen aangifte te doen, maar hem te vergeven.

Juist in deze tijd is het belangrijk om dit soort waarden te benadrukken, vindt Varea. ‘De maatschappij wordt steeds individualistischer. Solidariteit, vergeving, naastenzorg, empathie: het is allemaal niet meer in de mode. Gevangenen worden weggestopt op een afgelegen plek, zodat we er geen omkijken meer naar hebben. Door de vrijlating van een van hen onthouden we dat elk van ons óók daar had kunnen staan.’

Komt het door die maatschappelijke tendensen dat er nu minder graties zijn dan vroeger? Nee, denkt Varea, die in het dagelijks leven advocaat is. ‘Het heeft te maken met veranderingen in het justitieel systeem. Vroeger kwam je om het minste of geringste in de gevangenis. Als je dronken op straat liep, werd je al opgepakt. Nu zijn er minder gevangenen, en dus minder geschikte kandidaten.’

Wie komt er in aanmerking voor gratie? De broederschap van Jesús El Rico selecteert de kandidaten niet zelf. Dat gebeurt onder leiding van de provinciale rechtbank van Málaga. Lourdes García, de president van die rechtbank, vertelt hoe haar personeel al vanaf de herfst in de weer is om gevangenen te vinden die voldoen aan de criteria voor gratie in de Goede Week.

‘We vragen om te beginnen aan de directies van de gevangenissen in Málaga of ze geschikte gedetineerden kennen: mensen die zich goed gedragen, die hun leven willen beteren. Van hen leggen we een dossier aan. We kijken of mensen al eerder een delict hebben gepleegd, vragen eventuele slachtoffers om hun mening, doen navraag bij de rechtbank die de straf heeft opgelegd. En we vragen het Openbaar Ministerie om een brief. Bij andere gratieverzoeken, die advocaten door het jaar heen doen, zijn die brieven doorgaans afwijzend. Maar in het geval van El Rico adviseert de aanklager eigenlijk altijd positief, ook door alle voorbereiding.’

Dit jaar zijn er vanuit Málaga drie dossiers opgestuurd naar het ministerie van Justitie in Madrid, vertelt García. ‘Twee drugsdelinquenten en een oudere man die een heel wapenarsenaal in huis had. Die laatste maakt niet zo veel kans, denk ik.’ En de andere twee? ‘Er was er een die aan het einde van zijn straf zat, die verbleef al niet meer permanent in de ge Source: Volkskrant

Previous

Next