Ben Ferencz is vrijdag op 103-jarige leeftijd overleden. Hij was de laatste nog levende aanklager van de Neurenbergprocessen tegen kopstukken uit het naziregime. In 2019 interviewde de Volkskrant hem over zijn werk en leven.
Delray Beach, Florida. De roze bungalow is gelegen in een uitgestrekt park, waar het gras iets te groen is en de vakantiehuisjes eruit zien als taarten die smelten in de zon. Voor de deur staat een Buick Century met op de nummerplaat een tekst: Law, Not War.
Was de hippieslogan niet Make Love, Not War? Ja, maar dit is de auto van Ben Ferencz (99). Als 27-jarige werd Ferencz benoemd tot hoofdaanklager bij een van de Neurenberg-processen tegen de nazi’s. Een eigenzinnige aanklager, want het vervolgen van de nazi’s interesseerde hem minder dan de vraag: hoe kunnen we dit soort oorlogsmisdaden in de toekomst voorkomen? Ferencz droomde van een Internationaal Strafhof. Schreef er boeken over en lobbyde ervoor. Het kwam er. Inmiddels is Ferencz de enige nog levende aanklager van Neurenberg. Hij werkt naar eigen zeggen nog elke dag, geeft lezingen en gastcolleges. In het Nederlandse tijdschrift Nexus uitte hij in april felle kritiek op president Trump.
‘Loop maar door naar achteren, meneer Ferencz is in zijn kantoor’, zegt de Peruaanse vrouw die de deur opendoet. Zij is er vooral voor Ferencz’ vrouw Gertrude, 100, die op de bank ligt te slapen.
Ferencz zelf ziet er fris uit vandaag. De kleine man (1,50 meter) draagt een blauw overhemd en dito joggingbroek.
Benjamin Berell Ferencz zwemt nog elke dag, zoals te zien is in de film Prosecuting Evil, die vorig jaar over hem gemaakt werd. Ook probeert hij elke ochtend honderd push-ups te doen.
‘Vanmorgen kwam ik tot 75’, zegt Ferencz. ‘Maar soms ga ik over de honderd. Vorige maand kwam hier een interviewer van de plaatselijke krant, en die ochtend had ik er 115 gedaan. Maar toen ik het interview terug las, zag ik dat er ‘vijftien push ups’ stond. Ik heb meteen de krant gebeld, natuurlijk.’
Ferencz’ ogen glimmen. Zijn gestalte is fragiel maar toch stevig, als een antieke sculptuur. Zo oud worden en zo fit blijven, wat is zijn geheim? Ferencz rookt niet, drinkt niet, zegt hij. Hij is altijd sportief geweest. Als jongeman was hij bokser. ‘Ik mocht geen wedstrijden doen’, vertelt hij geamuseerd, ‘want ze vonden me te klein. Maar goed, waarschijnlijk zit dat lange leven gewoon in de genen, en heeft het niets met mijn lifestyle te maken.’
‘Ja, ik heb een roeping. En die is ontstaan in de Tweede Wereldoorlog. Ik had gevochten in het Derde Leger van generaal Patton en werd na de oorlog benoemd tot onderzoeker van oorlogsmisdaden. Dat betekende dat ik verschillende concentratiekampen moest bezoeken. Flossenbürg, Ebensee, Mauthausen. Mijn eerste kamp was Buchenwald. Overal lagen lichamen. Je kon amper zien of de mensen nog leefden. Degenen die nog net in leven waren, konden alleen nog met hun ogen om hulp roepen. Het was als een blik in de hel, en wat ik zag heeft zeker een traumatisch effect op me gehad. Mijn hele denken is erdoor bepaald. Want ik heb de rest van mijn leven geprobeerd te voorkomen dat zoiets nog eens zou gebeuren. Dat is belangrijker, vind ik, dan het vervolgen van een handjevol massamoordenaars.’
Bij het eerste Neurenberg-proces tussen november 1945 en april 1946 werden 22 hoge nazi’s veroordeeld. Maar er bleken nog veel meer oorlogsmisdadigers te berechten, in allerlei categorieën: kampcommandanten, SS’ers, dokters die medische experimenten hadden uitgevoerd. Zo werd besloten tot nog twaalf extra zaken, die gevoerd werden tussen 1946 en 1948. Ferencz werd in 1947 benoemd tot hoofdaanklager bij een van deze latere Neurenberg-processen.
‘De Einsatzgruppen hadden als opdracht om iedere Jood – man, vrouw of kind – die ze konden vinden, te doden. En hetzelfde te doen met zigeuners en andere veronderstelde vijanden van het Reich. Dus dat deden ze. Elke dag maakten ze een rapport en dat stuurden ze naar Berlijn. Als jonge researcher voor het Neurenberg-Tribunaal stuitte ik op die rapporten. Ik pakte de rekenmachine: 30.000 moorden hier, 46.000 moorden daar. Ik telde ze allemaal op. Toen ik op 1 miljoen zat, dacht ik: dit is genoeg. Er was tot dan toe geen aparte zaak voor de Einsatzgruppen voorzien. Maar ik stapte met mijn bewijs naar Telford Taylor, de hoofdaanklager die door president Truman benoemd was om de processen te leiden, en zei: ‘We moeten een extra rechtszaak aanspannen.’ Toen zei Taylor: ‘Oké, doe jij die dan maar.’ Het was mijn eerste zaak. Ik was nog nooit in een rechtszaal geweest!’
‘Ja, sommigen sloegen een baby met zijn hoofd tegen een boom. Om munitie te besparen. Generaal Ohlendorf van de Einsatzgruppen zei: ‘Als je een moeder met een baby ziet, richt dan op de baby. Zij zal de baby altijd tegen haar borst aandrukken, dus zo dood je twee Joden in een. En bespaar je munitie.’ Ze gooiden ze ook in een greppel en stortten aarde over hen heen. Hun taak was gewoon alle joden die ze zagen uit te roeien, als kakkerlakken. In totaal waren er 3.000 leden van deze Einsatzgruppen, waarvan ik er 22 selecteerde op basis van hun rang en opleiding. Meer dan 22 kon niet, om de belachelijke reden dat we maar 22 plaatsen hadden in de beklaagdenbank.’
‘Niks. Die kwamen ermee weg. Daarom besefte ik al snel: een paar nazi’s berechten, dat is niet genoeg.’
Ferencz besloot hoger in te zetten. De jonge aanklager vroeg de rechtbank om ‘bij internationaal strafrecht het recht te bevestigen van alle mensen om in vrede en waardigheid te leven, ongeacht hun ras of geloof’. Hij noemde het ‘een bede van de mensheid aan het recht’.
Het was zijn persoonlijke bijdrage aan de Neurenberg-processen: een basis leggen voor internationaal recht in de toekomst. Ferencz: ‘Het interesseerde me niet wat er met deze 22 mensen zou gebeuren. Ik heb ook niet om de doodstraf gevraagd. Ze hadden een miljoen mensen vermoord, wat wil je dan doen? Ze in 1 miljoen stukjes hakken en aan de honden voeren? Er was geen passende straf denkbaar.’
‘Ja, ik kan me dat heel goed voorstellen. Ik heb nooit gedacht dat het nazisme het enige voorbeeld was in de geschiedenis van dit type wreedheid. En elke oorlog kent wreedheden aan beide kanten, dat heb ik als soldaat zelf gezien. Ik herinner me een Duitse vrouw. Zij was betrokken bij het doodslaan van een Amerikaanse piloot. Maar wat bleek? Ze had bij Amerikaanse bombardementen twee kinderen verloren. Sommige dingen zijn begrijpelijk, maar daarmee nog niet gerechtvaardigd. Ik snap best dat je verblind kunt worden door een ideologie. De helft van de Duitsers geloofde echt wat Hitler zei. Dat het Duitse volk niet kon schitteren omdat het gesaboteerd werd door de Joden. Hij hield een krachtige toespraak en er werd gejuicht, mensen riepen Sieg Heil. Deutschland über alles! Klinkt dat bekend? Make America great again!’
‘IS’ers hebben recht op een eerlijk proces. Als dat niet kan voor een lokale rechtbank is er gelukkig het Internationaal Strafhof. En ja, je moet proberen ze te heropvoeden, als dat kan. Maar we moeten niet alleen IS’ers heropvoeden. We moeten iedereen heropvoeden die gelooft in het gebruik van gewapend geweld. We denken dat nazi’s en IS’ers ‘verblind’ zijn door een gevaarlijke ideologie. Maar zij zijn geen uitzondering.’
‘Ja, dus de echte oplossing is stoppen met oorlogvoeren. Maar dat betekent niet dat iedereen vrijuit gaat in een oorlog. Oorlog is geen abstract gegeven. Het zijn mensen die een oorlog beginnen. En misdaden worden gepleegd door individuen, die we voor hun daden verantwoordelijk moeten houden.’
Ferencz was de eerste die het woord ‘genocide’ voor een rechtbank gebruikte. De bedenker was Raphael Lemkin, een Pools-Joodse advocaat. Het was een contractie van het Griekse woord génos (soort, ras, volk) en het Latijnse caedere (doden). Lemkin had het begrip in zijn boek Axis Rule in Occupied Europe (1944) omschreven als ‘De vernietiging van een natie of een etnische groep’.
Ferencz: ‘Lemkin was ook in Neurenberg. Hij was een arme sloeber, had altijd gaten in zijn overhemd. Hij gaf me zijn boek, ik las het en ik vond dat hij gelijk had. Genocide stond nog niet het wetboek. Dat wist ik goed, maar dat kon me niets schelen. Dus ik gebruikte het in mijn pleidooi, hoewel het juridisch niet kon: de nazi’s vervolgen voor een misdaad die nog niet als misdaad erkend was.’
Zijn eigenwijsheid hielp het internationaal recht vooruit. In 1948 werd de Genocide-Conventie aangenomen door de Verenigde Naties. Maar gevraagd naar dit succes, uit Ferencz vooral frustratie over de laksheid van zijn eigen land. ‘Het is een schande dat het nog veertig jaar duurde voordat de VS de Genocide-Conventie tekenden. Pas in 1988!’
Na Neurenberg was Ferencz vastberaden het zijne te doen om de wereld veiliger en vreedzamer te maken. Hij werkte als advocaat in New York. Las in zijn vrije tijd alles wat er te lezen was over internationaal recht, in de rechtenbibliotheek van de Verenigde Naties en die van Harvard. ‘Ik realiseerde me: om orde te hebben in een stad, in een land, of op een planeet, hebben we wetten nodig en rechtbanken. Dat is waar ik me voor inzet, nog steeds. Elke ochtend om 8.00 uur begin ik met werken, om 10.00 uur ’s avonds ga ik naar bed. 365 dagen per jaar.’
‘Nooit. Pensioen, daar snap ik ook niks van. Moet ik gaan golfen? Een bal in een gat proberen te slaan, wat is dat voor onzin? Dus daarom zit ik hier met een vriendelijke reporter uit Amsterd Source: Volkskrant