Home

In Parijs-Roubaix draait het om de truc met de bandenspanning, een noviteit in het peloton

Om Parijs-Roubaix te rijden heeft elke renner eigenlijk twee fietsen nodig: een om 200 kilometer over asfalt te zoeven en een om 54,5 kilometer over kasseien te dokkeren.

De eerste van 29 kasseienstroken komt zondag na 96 kilometer, met nog circa 160 kilometer te gaan. Je zou zeggen: wissel na een kilometer of 90 van asfalt- naar kasseienfiets. Maar dat lukt niet vanwege de nervositeit en spanning in het peloton als iedereen vooraan wil zitten zodra het de eerste keer over zo’n Noord-Frans boerenweggetje gaat.

Verschrikkelijke paden zijn het, met schots en scheef liggende blokvormige keien die variëren in grootte, scherpte, hoogte en tussenruimte – spekglad als ze nat zijn.

Helemaal ondenkbaar is om na elke stuiterstrook van fiets te wisselen. Met andere woorden: als je onderweg niet van fiets kan veranderen, verander dan onderweg iets aan je fiets. Wat? De bandenspanning.

Van de twee Nederlandse wielerploegen gaat Team DSM het zeker en Jumbo-Visma het misschien proberen zondag: fietsen met een apparaatje om zonder af te stappen de banden wat op te pompen voor op het asfalt of er juist wat lucht uit te laten ontsnappen als de kasseien opdoemen. Jumbo-Visma en DSM gebruiken elk verschillende, circa 4.000 euro kostende, door de internationale wielerbond UCI goedgekeurde systemen van twee bedrijven uit Eindhoven. Maar het idee is hetzelfde.

Rond of in de as van het voor- en achterwiel zit een mechaniek met, langs de spaken, een slangetje naar het ventiel. Knoppen op het stuur zenden een draadloos signaal naar de twee wielassen om meer of minder lucht in de banden te krijgen. De actuele bandenspanning kan de renner aflezen op zijn fietscomputer.

Over de auteur

Robert Giebels is sportverslaggever en schrijft over wielrennen en Formule 1. Eerder werkte hij op de politieke redactie en was hij correspondent in Azië.

Het extra gewicht van pakweg een volle bidon weegt ruimschoots op tegen de baten van het fietsen met de juiste bandenspanning voor de juiste ondergrond. Met ‘zachte’ banden over perfect asfalt fietsen kost onnodig veel kracht en kan ook nog gevaarlijk zijn in de bochten.

Hoe het anderzijds is om met te ‘harde’ banden over kasseien te gaan, weet Gianni Moscon sinds de editie van ‘Roubaix’ van 2021. Ongenaakbaar vrat de Italiaan de ene kasseistrook na de andere op en ging het wielermonument winnen, zo leek het. Totdat hij lek reed en een nieuwe fiets kreeg met een te hoge bandenspanning. Onzeker stuiterde Moscon daarna alle kanten op. Hij viel al snel en werd vierde.

Met de juiste bandenspanning over kasseien gaan, zorgt ervoor dat de banden veel meer contact houden met de ondergrond. Dat heeft verschillende voordelen. Er is meer grip, zoals Moscon liet zien. Er is meer demping waardoor handen en schouders minder klappen krijgen, al wordt elke coureur nog steeds flink door elkaar gerammeld, zeker op de meest afschuwelijke strook van allemaal: de Trouée d’Arenberg beter bekend als het Bos van Wallers.

Het grootste voordeel van ‘zachte’ banden op kasseien is dat de renner minder vermogen hoeft te leveren bij dezelfde snelheid. Althans, dat beloven de producenten van de meerijdende bandendruksystemen. Over de grond wordt de band voortgestuwd, door de lucht niet. Contact houden met de kasseien is energie-efficiënter dan steeds maar weer aanzetten nadat de band van een kassei is gelanceerd.

De gekozen bandenspanning is in Parijs-Roubaix een noodzakelijk compromis tussen asfalt en kasseien. Op beide ondergronden levert de renner daardoor in, maar vooral op de bijna 55 kilometer aan keien. Grofweg kost het op die stukken twee keer zoveel kracht om 30 kilometer per uur te blijven fietsen met dezelfde bandenspanning. Is die flink lager dan kan de energiebesparing op de kasseien voor de renner oplopen tot 10 procent.

DSM zou vorig jaar al Parijs-Roubaix rijden met het bandendruksysteem, maar de renners voelden zich na enkele experimenten nog niet zeker. Sturen voelt anders met een zwaarder voorwiel. Ook de ‘Roubaix-etappe’, de vijfde rit van de Tour van vorig jaar, kwam nog te vroeg. Dit jaar hoopt DSM op een stunt van kopman John Degenkolb, ‘Roubaix-winnaar’ in 2015.

Bij Jumbo-Visma reed de Italiaan Edoardo Affini vorige week de Vlaamse kasseienklassieker Dwars door Vlaanderen met het bandendruksysteem en was tevreden. Zijn ploeggenoot, de Nederlandse winnaar van Parijs-Roubaix van vorig jaar, Dylan van Baarle, testte naar verluidt het systeem langdurig in training en zou er zeer enthousiast over zijn.

Niet dat hij zich meteen kansrijk acht om zichzelf op te volgen, zondag. Door een val en ziekte is Van Baarle wat teruggeworpen en weet hij niet hoe goed hij is ten opzichte van de twee uitgesproken favorieten zondag: Mathieu van der Poel en Wout van Aert. Of de kopman van Jumbo-Visma met de innovatie gaat rijden, wilde hij donderdag nog niet zeggen tegen het Belgische Sporza. ‘Dat zien jullie zondag wel. Er zit veel toekomst in, maar het moet natuurlijk feilloos werken.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next