Op zoek naar woorden om de verkiezingsuitslag te duiden, was VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans bij een artikel van De Correspondent uitgekomen. De mensen in het land, dacht ze te begrijpen, waren de ‘politiek van het eeuwige moeten’ zat. De winnaar van de Provinciale Statenverkiezingen over wie het ging, BBB-leider Caroline van der Plas, reageerde schamper: Hermans had jaren van onvrede gemist, maar na lezing van dit stuk – bij een progressief elitemedium, dacht ik er achteraan – snapte ze die ineens?
Hermans sputterde nog dat zij heus zelf ook ‘gesprekken in stallen voerde’.
In het aangehaalde artikel stoort auteur Jelmer Mommers zich eraan dat voorstanders van stikstof- en klimaatmaatregelen steeds ‘we moeten wel’ zeggen en doen of er geen alternatieven zijn. Een ergernis die in deze krant van tijd tot tijd ook door Martin Sommer wordt verwoord. ‘Verdedig de noodzaak van stringent milieu- en klimaatbeleid voortaan met het woord willen’, maant Mommers.
Goed punt.
Maar het legt iets bloot, vrees ik. Dat kunnen we zien wanneer Hermans het inzicht waarvan ze zo onder de indruk is in de praktijk probeert te brengen. ‘Ik zit in de politiek omdat ik zelf iets wil, niet omdat ik iets moet van iemand anders’, begint ze. So far, so good. En dan meteen: ‘Ik wil het aantal vluchtelingen beperken.’
Hola, die zag ik even niet aankomen. Op zich is Hermans hier lekker bezig met iets willen. We zitten alleen nog niet erg in de buurt van milieu en klimaat. Maar wacht, misschien ben ik te ongeduldig, daar is ze al: ‘Ik wil werk maken van het klimaat. Niet omdat het moet van het verdrag van Parijs.’
Ah kijk, geweldig. En waarom dan wél? ‘Omdat ik snel onafhankelijk wil worden van enge regimes.’
Nu is zulke onafhankelijkheid belangrijk en je kunt je iets voorstellen bij het verband met duurzame energie. Toch valt vooral op dat ze het niet over haar lippen krijgt dat een goed klimaat waarde heeft in zichzelf. En zo gaat het door. Milieu en klimaat figureren in haar verhaal uitsluitend gesandwicht tussen verontschuldigingen: sorry dat ik het erover heb. Mijn lievelingszin is dat Hermans ‘Nederland op een betaalbare manier schoon wil doorgeven aan volgende generaties’. Wat een passie! Jullie krijgen een leefbaar land, lief nageslacht, als we dat ten minste ergens met korting op de kop kunnen tikken.
Hier wringt het: de meeste politici die aan de macht zijn kunnen milieumaatregelen niet verdedigen met het woord willen, omdat ze die… niet willen! Dat hebben we allemaal gewoon kunnen zien. We zijn er getuige van geweest hoe kabinetten álles uit de kast haalden om maar niet te voldoen aan de eigen beloftes om de natuur te verbeteren. We waren erbij toen Nederland keihard met zijn kop tegen de muur liep in Brussel en bij de rechter. Nu kun je zeggen dat iemand met een hevig bloedende hoofdwond zelf heus ontzettend graag naar de eerste hulp wil, maar ik schaar dat geloof ik toch onder ‘moeten’.
En dat gebeurde niet omdat het grote boze Brussel zo streng is. Nee hoor, keer op keer kreeg Nederland respijt van zelfgemaakte afspraken, onderwijl standjes uitdelend aan andere ongehoorzame lidstaten. Nederland is in Europa echt een beetje een eikel.
De enige in het kabinet die dit hardop uitspreekt is minister Van der Wal. Maar op de waarheid staat geen beloning in het land van Rutte, dus die wordt voor de wolven geworpen.
Ze willen niet. Daar wordt aan voorbijgegaan bij de veelgehoorde analyse dat ‘80 procent geen BBB heeft gestemd’ en dat er ‘een meerderheid voor het stikstofbeleid is’ en dat je ‘in de Eerste Kamer over links kan’. Nee. D66 is de enige partij in de coalitie die écht wil. De meeste Nederlanders stemmen op partijen die natuur en milieu niet zo hoog in het vaandel hebben staan. En de provincies, onmisbaar voor het stikstofbeleid, worden gedomineerd door een nieuwe partij die uitdrukkelijk níét wil.
Kijk, niemand gelooft dat voorlopig CDA-leider Wopke Hoekstra ineens bevangen is door een diepe behoefte om signalen van de samenleving in zich op te nemen. Zijn partij is in doodsnood, zijn ambities zijn gefnuikt en hij grijpt naar strohalmen voordat hij een leuke andere job in het openbaar bestuur krijgt of zijn carrière in de vergevingsgezinde wereld van de consultancy zal vervolgen. Maar op zichzelf is een pas op de plaats met het stikstofbeleid voor een land waarin niet-willers de boventoon voeren wel logisch.
Er zullen consequenties zijn. Minder natuur, aanhoudende woningnood. Meer rechtszaken. Miljardenboetes uit Brussel, wellicht. Misschien zullen meer Nederlanders dan toch groener gaan stemmen. Of heviger anti-EU-sentimenten flakkeren op. Allebei tegelijk, zou ook goed kunnen. Dat we nog meer tegenover elkaar komen te staan.
Het zal pas anders lopen met leiders die willen én luisteren. Voor wie dat geen cosmetische ingrepen zijn na een electorale nederlaag. Leiders die op grond van waarden en idealen mensen mobiliseren voor een gezamenlijke opgave. Die het verschil kennen tussen een gesprek voeren en naar de mond praten. Die ons werkelijke inspraak gunnen én als het erop aankomt durven te kiezen. Die niet duiken, maar zich verantwoorden.
Zulke types zitten nu eenmaal niet aan de knoppen.
Mailen? k.bessems@volkskrant.nl
Source: Volkskrant