De cryptowereld is ook in Nederland nog een beetje het Wilde Westen. Het ontbreken van specifieke regelgeving betekent echter niet dat consumenten die zich gedupeerd voelen machteloos zijn.
Wie zich in de cryptowereld begeeft, doet dat meer op eigen risico dan in het traditionele financiële stelsel. Bij die laatste zijn er strengere en duidelijkere regels over wat wel en niet mag. Dat is in deze rubriek al eerder opgemerkt:
‘De cryptowereld maakt nu in snel tempo door waar het conventionele financiële systeem eeuwen over heeft gedaan. Dat had eveneens zijn uitwassen, en regelgeving die de ene keer te ver ging en de andere keer niet ver genoeg. Het huidige systeem is verre van perfect – daar hebben cryptoadepten heus een punt – maar het slaagt er redelijk in om de belangen van consumenten te vrijwaren.’
Over de auteur
Daan Ballegeer is verslaggever economie. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken. In Van Kapitaal Belang duikt hij in boeiende en opmerkelijke economische gebeurtenissen.
Nu staan cryptobedrijven die zich hebben geregistreerd bij De Nederlandsche Bank wel onder toezicht (lees zeker dit verhaal over de rondvraag van de Volkskrant onder Nederlandse cryptodienstverleners), maar dat is tot op heden beperkt tot antiwitwaswetgeving en antiterrorismefinanciering.
DNB controleert enkel of zij een goed systeem hebben om te voorzien in eerlijke geldstromen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op dit ogenblik zelfs helemaal niets in de melk te brokkelen. De toezichtstaak blijft daar vooralsnog beperkt tot het waarschuwen voor dubieuze finfluencers.
‘Er lijken in de cryptowereld helaas meer cowboys actief te zijn dan in de traditionele financiële markten’, zegt Nikolai de Koning van advocatenkantoor Norton Rose Fulbright. Samen met zijn collega Floortje Nagelkerke helpt hij cryptobedrijven bij hun registratie bij DNB, en ze staan die bij als het tot een geschil komt. ‘Maar er zijn ook een goed aantal ondernemingen die echt al serieuze spelers zijn en zich al geregistreerd hebben waar dat nodig is, of die daar volop mee bezig zijn. Zij hebben juist baat bij strengere regels omdat die het vertrouwen van beleggers kunnen verhogen en rotte appels uit het systeem halen.’
De grotere uitwassen zouden dus elders te vinden zijn. Zo ziet De Koning steeds meer zaken bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) over bijvoorbeeld boilerroomfraude met crypto’s. Gedupeerden aan wie via de telefoon op agressieve wijze nepeffecten zijn verkocht, proberen hun schade niet te verhalen op de fraudeurs (die zijn tegen dan vaak al met de noorderzon verdwenen), maar wel op de financiële instellingen waarlangs die betalingen zijn verlopen.
Zo is er de zaak van een man die zich in november 2019 heeft laten oplichten voor een bedrag van 368 duizend euro, ondanks waarschuwingen van zijn bank ING over mogelijke fraude. Toen hij in 2021 opnieuw in een boilerroomfraude trapte, was hij nog eens 371 duizend euro kwijt aan zogenaamde beleggingen in cryptovaluta. Ditmaal had ING hem niet gewaarschuwd, tot boosheid van de klager. Die vond dat de bank hem had moeten beschermen via een ‘indringende waarschuwing’, mede ‘vanwege zijn hoge leeftijd en de geraffineerde wijze van oplichting’, zeker omdat ING wist dat hij eerder al eens was opgelicht.
Het Kifid gaf de klager gelijk dat ING haar zorgplicht had geschonden. De bank moest hem 98 duizend euro terugbetalen.
Toch zijn er ook bij de geregistreerde cryptobedrijven dubieuze praktijken te vinden waarover beleggers mogelijk verhaal willen halen bij de rechter. Dat gaat bijvoorbeeld over misleidende benamingen die een vals beeld geven van de werkelijke risico’s die gepaard gaan met een product (een typisch voorbeeld voor kenners is ‘bitcoin-staking’).
‘Hoewel er nog geen specifieke wetgeving is over de bescherming van klanten van cryptobedrijven, mogen misleiding en fraude nu al niet’, merkt Nagelkerke op. ‘Hiervoor gelden de normale aansprakelijkheidsregels in Nederland. Bedrijven in de cryptowereld moeten ook eerlijk en transparant zijn over wat ze aanbieden.’
Dat is de theorie, maar de praktijk is lastiger, aldus Nagelkerke. ‘Een klager moet niet alleen aantonen dat de misleidende benaming de reden was om in dat product te stappen, maar ook dat er een oorzakelijk verband is met de geleden schade. Dat zijn best wel hoge drempels.’
Deze drempels zouden in 2024 lager moeten worden. Dan komen er namelijk strengere en uitgebreidere Europese regels voor crypto. ‘DNB of de AFM zullen dan makkelijker bepaalde acties kunnen ondernemen’, zegt De Koning. ‘Als partijen die de fout in gaan een boete of andere sanctie opgelegd krijgen, zullen consumenten sneller geneigd zijn om met die boete in de hand een rechtszaak te beginnen.’
Rechtszaken zijn nu al een teer punt. In het interview dat collega Laurens Verhagen en ik hadden met Maarten Gelderman, klaagde de Divisiedirecteur Toezicht Maarten Gelderman dat DNB meer toezicht zou kunnen houden als cryptobedrijven niet zo lastig zouden doen:
‘Wat niet helpt, is dat de sector graag rechtszaken aanspant tegen DNB-beslissingen, en we moeten die zaken telkens degelijk voorbereiden. Ook het geven van boetes kost ons een hoop uren. Daar komen vaak bezwaarprocedures bij kijken, en kortgedingen om te voorkomen dat we de boete publiceren op onze website. Het betoog is dan dat dit de reputatie van dat bedrijf zou schaden. Soms winnen partijen dat ook.’
Wat zeggen de advocaten die deze bedrijven bijstaan? ‘We moeten niet zomaar alles accepteren wat de toezichthouder zegt’, verklaart Nagelkerke. ‘Bij crypto is er soms vage regelgeving over wat wel en niet mag. Je kan het daarom ook positief opvatten dat er veel zaken lopen bij DNB of de rechter. Op die manier proberen we samen de regels duidelijker te maken en krijgt DNB ook meer marktkennis.’
Source: Volkskrant