Home

‘Snelweg uit de stikstofcrisis’ van BBB loopt vrijwel zeker dood

In het Kamerdebat over de uitgestelde kabinetscrisis zat woensdag een venijnige woordenwisseling tussen Caroline van der Plas en D66-fractievoorzitter Jan Paternotte. Het BBB-Kamerlid verweet Paternotte dat hij haar oplossing voor de stikstofcrisis niet aanvaardt. ‘Zou de heer Paternotte nou eens serieus naar onze initiatiefnota willen kijken? Daar staan hele normale voorstellen in waardoor Nederland van het stikstofslot af kan en waardoor ook gewoon de natuur in stand gehouden kan worden’, zei Van der Plas op geïrriteerde toon tegen de D66’er.

Die initiatiefnota is een voorstel om de Wet natuurbescherming (Wnb) te wijzigen. Van der Plas heeft het stuk samen met JA21-Kamerlid Derk-Jan Eppink bij de Tweede Kamer ingediend. De nota ‘Snel weg uit de stikstofcrisis’ is de eerste stap naar een ‘reparatie- of noodwet’ die Nederland als bij toverslag van het stikstofprobleem moet verlossen. De voorgestelde aanpassingen aan de natuurbeschermingswet brengen de stilgevallen vergunningverlening meteen weer op gang, denken BBB en JA21.

De twee partijen presenteerden vorig jaar juni een ‘Tienpuntenplan Stikstof’, waarin ze schetsen hoe zij het stikstofprobleem willen tackelen. Punt één in dat gezamenlijke pakket voorstellen is ‘Introduceer met spoed een reparatiewet’. De Tweede Kamer zal de initiatiefnota op een gegeven moment in een apart debat bespreken.

Wat houdt die reparatiewetgeving in? De twee partijen willen ten eerste de kritische depositiewaarde (KDW) als maatstaf voor natuurbescherming uit de Wnb schrappen. De KDW is een graadmeter voor de maximale stikstofbelasting die een bepaald natuurtype ‘veilig’ kan verdragen, dus zonder dat er risico bestaat op achteruitgang. In de wet staat dat in 2025 40 procent van de stikstofgevoelige natuur onder die veilige grens moet zitten, in 2030 50 procent en in 2035 minstens 74 procent.

BBB en JA21 betogen dat Nederland de vergunningverlening zelf bemoeilijkt heeft door stikstof tot enige wettelijke maatstaf te verheffen voor de mate van natuurbescherming. Zij wijzen er terecht op dat het woord stikstof niet voorkomt in de Europese natuurbeschermingswetten (de Vogel- en Habitatrichtlijnen). De EU-regels verplichten lidstaten hun natuurgebieden ‘in goede staat van instandhouding’ te houden of te brengen. De Habitatrichtlijn zegt niet dat lidstaten hun stikstofuitstoot moeten verminderen. Wel zijn lidstaten onder EU-recht wettelijk verplicht om natuur die in slechte staat verkeert er met herstelmaatregelen bovenop te helpen.

De Habitatrichtlijn stelt ook de wettelijke kaders vast waarbinnen lidstaten activiteiten (wegenaanleg, uitbreiding van veestallen, nieuwe industrie) mogen toestaan die schadelijk kunnen zijn voor de natuur. Die kaders bepalen dat in principe van elk project vooraf moet vaststaan dat het geen natuurschade kan veroorzaken (let op: kan, niet zal). De lidstaat mag alleen een vergunning verstrekken als de vergunningaanvrager wetenschappelijk kan onderbouwen dat er überhaupt geen risico op natuurschade bestaat, of dat dit risico wordt weggenomen met compenserende maatregelen.

Een algemene uitzondering op deze regel, waarbij een lidstaat een bepaalde categorie projecten die natuurschade kan veroorzaken generiek uitzondert van de vergunning- en compensatieplicht, is alleen toegestaan als ‘op grond van objectieve omstandigheden met zekerheid kan worden uitgesloten’ dat die projecten individueel of gezamenlijk significante gevolgen hebben voor de natuur. Dit laatste volgt uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De Habitatrichtlijn is dus zeer strikt en laat nauwelijks ruimte voor generieke uitzonderingen, zolang beschermde natuurgebieden in slechte staat verkeren en/of hard achteruit hollen.

Dat laatste is de echte oorzaak van de stikstofcrisis in Nederland. Die oorzaak is niet zozeer dat onze nationale wetgeving stikstof als norm stelt, zoals BBB en JA21 beweren, maar dat 90 procent van het Nederlandse natuurareaal niet in de vereiste gunstige staat van instandhouding verkeert. Ook de helft van de in Nederland voorkomende vogelsoorten gaat in aantal achteruit.

Er liggen stapels wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat een overmaat aan stikstofneerslag een van de belangrijkste oorzaken is van de verslechtering van leefgebieden van planten en dieren. BBB en JA21 hebben gelijk dat stikstof niet in alle natuurgebieden de belangrijkste verslechteringsfactor is en dat in de meeste gebieden ook andere factoren, zoals verdroging, versnippering en een slechte waterkwaliteit een rol spelen. Maar voor veel habitats, waaronder de Veluwe en de Peel, is stikstof wél de belangrijkste boosdoener. Uitgerekend rond die twee grote natuurgebieden wemelt het van de intensieve veehouderijen. Bovendien speelt de intensieve landbouw ook een grote rol bij al die andere factoren die de natuur bedreigen.

Om die reden is het ondenkbaar dat het uit de Wnb schrappen van de stikstofreductiedoelen ‘Nederland van het slot haalt’. Vooral niet omdat BBB en JA21 dit in hun initiatiefnota combineren met een vergunningsvrije drempelwaarde voor stikstofuitstoot. BBB en JA21 willen namelijk ook de resultaatsverplichting, die de overheid dwingt tot extra maatregelen als de natuurdoelen niet gehaald worden, uit de Wnb schrappen.

Het invoeren van een drempelwaarde voor vergunningverlening, zoals Duitsland en Denemarken die hebben, is in Nederland volgens milieujuristen als Chris Backes alleen mogelijk als de landelijke stikstofdepositie éérst aantoonbaar een sterk dalende lijn vertoont. Dat Duitsland (tot nu toe) wel wegkomt met een vrij hoge drempelwaarde, komt ook doordat de Duitse natuur gemiddeld in veel betere staat verkeert dan de Nederlandse en de veedichtheid daar – met uitzondering van Noordrijn-Westfalen – gemiddeld een stuk lager is.

BBB en JA21 bepleiten in hun initiatiefnota dat de drempelwaarde voor natuurvergunningen al na twaalf maanden daling van de landelijke stikstofuitstoot in werking treedt. Activiteiten die maximaal 1 mol per jaar per hectare stikstof op Natura 2000-gebied deponeren kunnen dan een vergunning krijgen zodra de stikstofuitstoot gedurende slechts één jaar met een fractie is afgenomen. De natuurschade die de stikstofemissies van al die nieuwe activiteiten vervolgens jarenlang kunnen veroorzaken, wordt in hun wetsvoorstel op geen enkele wijze gecompenseerd.

Dit plan houdt voor de rechter vrijwel zeker geen stand. De Nederlandse bestuursrechter kan nationale wetgeving buiten werking stellen als die in strijd is met het Unierecht. In een recente uitspraak over de ‘bouwvrijstelling’ heeft de Raad van State dat ook gedaan. Een per 1 juli 2021 ingevoerde Nederlandse wet stelde tijdelijke bouwwerkzaamheden generiek vrij van de door de EU verplichte mitigerende maatregelen voor de natuur. De Raad van State verklaarde de bouwvrijstelling in strijd met de Habitatrichtlijn. De reparatiewet van BBB en JA21 zal, indien aangenomen door het parlement, ongetwijfeld hetzelfde lot beschoren zijn. Dit zal ook de boodschap zijn die eurocommissaris Frans Timmermans op 11 april in Den Haag aan Van der Plas zal overbrengen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next