Het bloeden uit het fotogenieke hoofdwondje van Davy Klaassen – hij is kaal, dat scheelde enorm – was woensdag nog maar nauwelijks gestelpt toen minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz-Zegerius op Twitter liet weten dat de maat vol is. ‘Wat een dieptepunt’, schreef ze.
Een schande vond ze het ook. ‘Als je spelers belaagt of bekogelt ben je geen supporter, maar een enorme hufter die gestraft moet worden’. Voor de zekerheid plaatste ze er de hashtag #feyaja bij zodat iedereen begreep om welk incident het deze keer nou weer ging.
Met haar tweet wakkerde de VVD-minister onbewust het grootste misverstand aan in tijden van publieke verontwaardiging over een incident in een voetbalstadion. De man die, als een van de velen, in de Kuip zijn aansteker opofferde om zijn club te steunen, is wel een supporter.
Toeschouwers die met aanstekers gooien, zoveel vuurwerk afsteken dat de wedstrijd later moet beginnen, zingen dat alle Joden aan het gas moeten, voetballers slaan en spelers voor homo uitschelden, zijn óók supporters. Ze zijn onder ons, overal, het kan uw buurman zijn, schoonzoon of de vader die in de klas meehelpt met het bereiden van het paasontbijt.
Bovenstaande incidenten vonden de afgelopen weken in alle delen van het land plaats, de eerste drie woensdag in en rondom de Kuip. Over het vuurwerk werd nauwelijks gesproken, hoewel Feyenoorder Gernot Trauner door zijn fans op een haar na werd doorboord met een pijl.
Een dag eerder was Xavi Simons, een jonge modelvoetballer van PSV die nog nooit een vlieg kwaad heeft gedaan, in het godvruchtige vissersdorp Spakenburg door een grote groep langdurig voor homo uitgescholden. Jetro Willems van FC Groningen kreeg vorige maand een klap van een van de eigen supporters.
Hoog tijd om Nico Scheepmaker weer eens te citeren, de schrijver en columnist die het ongemakkelijke gevoel verwoordde dat mij en ook minister Yeşilgöz deze week overviel. Hij schreef dat het wangedrag in stadions, ook de verbale variant, hem tot zijn grote ergernis zo agressief en cynisch maakt dat hij ‘tenslotte hoopte dat de politiehonden op ze af zouden worden gestuurd en dat ze met de lange lat of gummiknuppel in elkaar zouden worden geslagen’.
Dat hoopte ik woensdag ook. Scheepmaker schreef het eind jaren tachtig al. Ondanks een breed scala aan veiligheidsmaatregelen en grote investeringen van clubs is er weinig veranderd. Dagen met incidenten in voetbalstadions zijn groundhog days, herhalingen met een vast scenario waarin incidenten, ophef, verontwaardigde politici en de schreeuw om maatregelen de vaste bestanddelen zijn.
In deze column gebruikte ik de woorden van Scheepmaker in 1997, 2015 en 2017 al eens eerder. Ik zal het in de toekomst vast nog wel een keer doen, want het land verandert niet en steeds weer worden de stadions ververst met nieuwe aanvoer van hufters.
Gevraagd naar een reactie op de homofobe spreekkoren in Spakenburg zei PSV-trainer Ruud van Nistelrooij vrijdag dat het om een maatschappelijk probleem gaat; een inkopper, maar hij heeft natuurlijk gelijk. Voetbal is een barometer van de samenleving, geen van de werkelijkheid losgezongen parallel universum of een ommuurd reservaat.
Een man die in maart het veld van FC Groningen bestormde en stewards bedreigde, werd deze week veroordeeld tot een taakstraf en een geldboete vanwege schoonmaakkosten. De boete kreeg hij volgens het Dagblad van het Noorden omdat hij op een muur van zijn cel de tekst ‘Ik word behandeld als een hond’ had geschreven.
Dat deed deze landgenoot met zijn eigen poep. Het was een overtuigend bewijs dat er, anders dan vaak wordt gesuggereerd, geen muren staan tussen voetbalstadions en de rest van de samenleving. Wat dat betreft bood de Kuip woensdag een goed zicht op de stand van het land.
Source: Volkskrant