Single en toch mede-eigenaar van een volledig duurzaam en energieneutraal woongebouw van ongeveer 10 miljoen euro. Met uitzicht over het water én slechts twintig minuten fietsen naar de stad. En het allermooiste komt nog: vaste maandlasten van amper 600 euro. Oftewel, het luchtkasteel voor de grootstedelijke alleenstaande, een starter op de woningmarkt bovendien. Waar zit de angel, denk je dan. ‘Nou, nergens. Het spiksplinternieuwe woongebouw De Warren maakt het allemaal mogelijk’, zegt Boris Zeisser van architectenbureau Natrufied.
De bewoners hebben dit houten appartementencomplex met 36 sociale en middenklasseappartementen in de Amsterdamse vinexwijk IJburg zelf gebouwd. Daarvoor hebben ze een eigen ‘wooncoöperatie’ opgericht. ‘Wat meer verschilt dan de twee letters die het woord verschilt van de traditionele ‘wooncorporatie’’, verklaart de architect van De Warren. ‘De eigenaar van het gebouw is een vereniging, waarvan de bewoners de enige leden zijn. Ze huren van hun eigen vereniging, die de drager van de hypotheek is.’ Het voordeel van deze financiële constructie is dat de inkomens van de individuele bewoners geen rol spelen. De hypotheekafdracht is immers gegarandeerd door de toekomstige huurinkomsten.
Jeroen Junte is designjournalist. Hij schrijft sinds 2001 voor de Volkskrant over grafische vormgeving, productdesign en interieurarchitectuur.
Om speculatie tegen te gaan, kent De Warren een antispeculatiebeding; niet de bewoners maar de vereniging profiteert van een eventuele waardestijging van het gebouw. De bewoners profiteren wel van de afnemende hypotheeklast: die wordt verrekend in lagere huren.
‘De wooncoöperatie is een nieuwe kans op een duurzame woning voor alleenstaande starters.’ Het verkrijgen van een hypotheek was echter een forse hobbel. ‘Geen enkele Nederlandse bank durfde het aan, zelfs niet de duurzame Triodos Bank of de Rabobank, die oorspronkelijk zelf een coöperatie was. Het lukte uiteindelijk bij een Duitse bank. Daar is de Baugruppe, zoals zo’n wooncoöperatie in Duitsland wordt aangeduid, een ingeburgerd begrip.’
Ondanks de onbekendheid in Nederland zetten enkele gemeenten al in op deze vorm van particuliere woningbouw waarbij de marktwerking wordt omzeild en de bewoners meer inspraak hebben. In Rotterdam en Nijmegen zijn een tiental wooncoöperaties actief. De gemeente Amsterdam streeft ernaar om in 2039 minimaal 10 procent van de woningen via deze constructie te bouwen. In veel gevallen geeft de gemeente een hypotheekgarantie af van 10 procent van de bouwsom. Daar staat tegenover dat de deelnemers hun opgedane kennis delen via een kennisbank op hun website.
‘Dit is de gedeelde woonkamer, het hart van het wooncomplex’, zegt de 31-jarige bewoner Lucas van der Zee in het 4-meter hoge atrium met een grote keuken en een zittribune. Vandaar voert een rondleiding langs een royale tuinkamer voor yogalessen, een muziekkamer, een co-workingspace, stilteretraite en een aparte kinderkamer. In de eigen parkeergarage staan deelauto’s.
Voor deze collectieve voorzieningen hebben de bewoners ongeveer eenderde van hun woonoppervlak opgegeven. De woonruimten bieden verschillende mate van solitair of solidair; van woongroepen met drie tot vier huishoudens met een gemeenschappelijke keuken en badkamer tot zelfstandige units voor bijvoorbeeld gezinnen. De bewoners hebben ook flink wat tijd moeten investeren door te schilderen, vloeren te leggen of het op maat sorteren van de gerecyclede houten bekleding voor de buitengevel. Toch haakte niemand van de oorspronkelijke groep van vijftig initiatiefnemers af. Mede door de belofte van een natuurinclusief gebouw, zegt Van der Zee. ‘De gevel is bekleed met klimplanten, die in de zomer fungeren als natuurlijke zonwering. In de winter zijn de takken kaal en laten ze de zon juist wel door. Eigen stroom wordt opgewekt met de zonnepanelen op het dak. Genoeg om ook terug te leveren aan het net.’
Inmiddels is de solitaire én solidaire woningzoekende ook ontdekt door commerciële partijen. Er is tenslotte ook een grote groep die de tijd en stress van een wooncoöperatie liever in zijn eigen loopbaan steekt, en bereid is daarvoor te betalen. In de Houthavens van Amsterdam opende onlangs Domus, een complex met 235 studio’s met een bouwkundige ruggegraat waarin keuken, badkamer, kasten en bed zijn weggewerkt.
Ter compensatie van dit uitgebeende wooncomfort zijn er een gedeelde huiskamer en daktuin om te werken of socializen. De overige voorzieningen – waaronder de inpandige wasserette, kookstudio, café en logeerkamer – zijn tegen betaling per keer beschikbaar. Reserveren kan met een app, waarmee bewoners ook auto’s of events kunnen delen.
In welke vorm dan ook, deze collectieve woonvoorzieningen zijn een interessant alternatief om de woningmarkt toegankelijk te houden voor alleenstaanden, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing systems aan de TU Delft en daarmee de nationale woningmarktexpert. Want vooral de groep alleenwonenden heeft het moeilijk. Bijna 3 miljoen Nederlanders wonen alleen. Dat zijn er tien keer zo veel als aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. ‘Al is dit geen homogene groep’, nuanceert Boelhouwer. ‘Niet alle alleenstaanden zijn dan ook de klos op de woningmarkt. Er is zelfs een groeiende groep ouderen met een woning die eigenlijk te groot is. Sommige van die ouderen zouden best willen verhuizen, maar doen dat niet omdat ze ertegen opzien of omdat hun huur dan hoger wordt. Zij zouden van overheidswege kunnen worden gestimuleerd om te verhuizen.’
Vooropgesteld: er zal volgens Boelhouwer nog veel moeten worden gebouwd. Maar achter de woningnood zit een systeemfout, meent de hoogleraar. ‘Het verschil tussen de insiders en de outsiders is te groot. Die insiders zijn de bewoners van een eigen huis of een sociale huurwoning die tal van voordelen genieten. Onder de outsiders bevinden zich relatief veel alleenstaanden. Dat moet worden rechtgetrokken. De markt kan dat niet oplossen, zo weten we inmiddels.’
Er zijn volgens Boelhouwer meerdere ‘knoppen om aan te draaien.’ De uitkoop van industrie of boeren om bouwgrond te creëren bijvoorbeeld, al ligt dat politiek gevoelig. Wat ook kan: woningdelers niet meer korten op een uitkering of eventuele huurtoeslag als zij een kamer verhuren of gaan samenwonen. ‘Dat neemt in sommige gevallen de financiële drempel om een huis te delen weg.’ Nog een knop is het versoepelen van regels om woningen te splitsen. Oftewel: ‘De bestaande woonvoorraad moet efficiënter worden ingezet.’
Nergens wordt de behoefte aan een compacte, flexibele en tijdelijke woning zo sterk gevoeld als onder de stedelijke ‘happy single’, zegt Jan Latten, hoogleraar Demografie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Veel jongeren komen naar de stad op zoek naar liefde of een baan en willen zich niet meteen vastleggen. Daarom wonen ze in steden, waar de druk op het woonoppervlak sowieso groter is.’ Voor deze jobhoppende en swipende twintigers en steeds vaker ook dertigers is een klein huis vaak voldoende. ‘Ze hebben een uithuizig sociaal leven en zijn sterk gericht op uitgaan. Pas na diverse relaties na het dertigste levensjaar ontstaat de behoefte aan settelen’, aldus de demograaf des vaderlands, die schreef over onze veranderende relaties in de boeken Liefde à la carte (2007) en Geen paniek. Liefde en geluk in de 21ste eeuw (2021). ‘Ons liefdesleven is onveranderd breekbaar.’
De druk op de woonmarkt voor alleenstaanden wordt bovendien alleen maar groter. Het aantal alleenstaanden stijgt de komende veertig jaar met nog eens 4 procentpunt tot 42,5 procent van alle huishoudens, zo becijferde het CBS in de Huishoudensprognose 2021-2070. Een groot deel daarvan zijn senioren. Maar ook de groep dertigers en veertigers neemt toe door scheidingen. Bovendien zijn de cijfers licht vertekend, want thuiswonende jongeren tellen niet mee. En die verlaten steeds ouder het ouderlijk nest: van gemiddeld 23,9 jaar in 2018 naar 25,5 jaar in 2019. Het spreekt voor zich dat die leeftijd inmiddels nog hoger ligt.
Juist voor de ‘jongeren en exen’ vormt de woningmarkt een onneembare vesting. Boelhouwer: ‘Voor hen is er feitelijk geen andere optie dan huren. En juist het aantal sociale huurwoningen, waarvan een groot deel van deze groep afhankelijk is, neemt af.’ Maar Boelhouwer heeft nog een knop paraat: ‘Woningdelen. In Londen is de zelfstandig wonende single bijna uitgestorven.’
Huren dus, op de vrije markt en met huisgenoten: deze trend lijkt inderdaad over te waaien uit het buitenland. In de B-Mine-woontoren in Amsterdam-Noord, recht tegenover het Centraal Station, is ongeveer eenderde van de woningen verhuurd met een zogenoemd ‘friends contract’, waarbij twee bewoners een appartement delen. ‘De appartementen zijn daar ook op ingericht. Zo zijn de twee slaapkamers even groot en beschikken ze over een gemeenschappelijke woonkamer, keuken en badkamer’, zegt ontwikkelingsmanager Janine Vieveen van AM, de projectontwikkelaar van het wooncomplex. ‘De woningen waren in no time verhuurd. Inmiddels wordt het vriendenconcept uitgerold over een tweede locatie in Amsterdam en in Diemen en Almere.’
Door gemeentelijke regelgeving zijn de contracten nu nog beperkt tot twee bewoners. ‘Liever nog zouden we drie of meer bewoners laten samenleven’, zegt Vieveen. Ook wordt inmiddels verder gekeken dan de jonge millennials van 25 tot 35 jaar die momenteel tot de doelgroep behoren. Zo staat voor 2024 De Stadsveteraan in de planning, waar ‘vitale senioren’ niet alleen vriendschappelijk samenwonen maar ook m Source: Volkskrant