Home

Onze auto is een dorstig dier dat om de 120 kilometer kilowatturen nodig heeft om in beweging te blijven

In de vijfde stad van Beieren gaan twee deeltjesfysici elkaar het jawoord geven. Op de drempel van het batterijentijdperk rijden we naar Duitsland om erbij te kunnen zijn. Onze auto is een dorstig dier dat om de 120 kilometer kilowatturen nodig heeft om in beweging te kunnen blijven. Door stromende regen verplaatsen we ons van paal naar paal, van scanner naar kapotte scanner, van onleesbare QR-code naar moeilijk te bedienen app. Ons kind leert de rekbare betekenis van het woord bijna en roept bij elke brug waar we onderdoor gaan: ‘Wij zijn er!’

Een man op de radio vertelt dat er op Jamaica wordt vergaderd over een stuk zeebodem in de Stille Oceaan waar de grondstoffen voor autobatterijen voor het oprapen liggen, in de vorm van steenbrokken die mangaanknollen worden genoemd. Het is nog onbekend terrein, er wonen daar dieren die niemand ooit heeft gezien en wetenschappers vrezen het effect van de machinearmen die de knollen van de bodem zullen grijpen, maar er liggen er wel genoeg om 140 miljoen elektrische auto’s te laten rijden, aldus het bedrijf dat de eerste knolopraapmachine heeft gemaakt. En zo hoeven er voor die grondstoffen tenminste geen Europese achtertuinen overhoop te worden gehaald.

Ik zit achter het stuur, mijn geliefde voert sultana’s aan ons kind, dat achter in de auto onafgebroken om meer koek roept. Wij proberen zijn woordenschat toekomstbestendig te maken door hem het woord mangaanknol te leren. Met een laatste stukje koek in zijn hand valt hij in slaap, en we rijden een file in.

Ik denk aan een vroeger vriendje dat onbegrijpelijk veel van auto’s hield en altijd als het over reizen ging gewichtig knikte en sprak: ‘Ze zeggen wel dat de ziel te paard reist.’ Tegen de tijd dat we in Würzburg arriveren liggen onze zielen al te slapen in de kamer die voor ons is gereserveerd, maar ons kind is wakker en klaar om te gaan, zodat we de volgende ochtend met tranerige ogen van de slaap, en vooruit, ook van ontroering, de galmende Ja’s aanhoren die de wettige verbintenis tussen de deeltjesfysici bezegelen.

De rest van de dag wordt besteed aan dingen die bij een bruiloft horen, zoals op een boot varen, taart eten en naar toespraken met grapjes over botsende elementaire deeltjes luisteren. Op de boot probeer ik bij te praten met een vriend die naar Rabat is verhuisd. Je kunt er mooi surfen, zegt hij, maar er staan wel om de kilometer gewapende soldaten langs de kustlijn, niet om vreemdelingen buiten te houden maar om ze binnen te houden, weg van Europa, en die soldaten geven de stranden een wat minder ongerepte sfeer.

De dag na het feest bezoeken we de residentie van Würzburg. Vroeger mocht je hier alleen komen als je van adel was, nu kan iedereen die het juiste paspoort heeft om zich in Duitsland te mogen bevinden voor 8 euro naar binnen. We beklimmen de paleiselijke trappen en leggen ons hoofd in onze nek om het grootste plafondfresco ter wereld te bekijken. In de vier windrichtingen zijn vier continenten afgebeeld, met Europa in het zuiden als het superieure continent, vrij van dierlijkheid en rijk aan schone kunsten.

’s Avonds zoeken we een laadpaal die het doet, om de volgende ochtend met een volle batterij de thuisreis te kunnen aanvaarden. Die reis zal zonniger zijn en met minder tegenslagen. Toch zullen we bij de laatste laadpaal ruzie krijgen.

‘Ik heb zin om te tekenen’, zal mijn geliefde zeggen als we weer thuis bij onze zielen zijn, en ik zal voorstellen dat hij een dier tekent, een dier dat niemand ooit heeft gezien.

Source: Volkskrant

Previous

Next