Ajax won woensdagavond in Rotterdam van Feyenoord en speelt straks de bekerfinale. Maar na afloop ging het alleen maar over de aansteker die Ajax-speler Klaassen op zijn kale kruin had getroffen en die daar een bloedende wond had veroorzaakt – waarna het duel een half uur was stilgelegd. Er werd algemeen schande van gesproken, volgens de Volkskrant zorgde de aansteker voor een ‘asgrauwe sluier’ over de wedstrijd, en De Telegraaf vroeg zich zelfs af hoelang het nog kan doorgaan met wedstrijden tussen Feyenoord en Ajax.
Om met het antwoord op de laatste vraag te beginnen: nog heel lang. In het voetbal is al decennia sprake van ontspoorde supporters; na elk incident lopen de gemoederen hoog op en wordt gepleit voor strenge maatregelen. Daarna trekt het stormpje over en gaat iedereen gewoon verder – er moet nu eenmaal gevoetbald worden en je kunt moeilijk gaan fouilleren op het bezit van aanstekers.
Vlak na WOII, op 10 juni 1979, stond ik op de tribune van FC Groningen pal achter een man die ook iets op het veld gooide in de richting van de vijand (en dat Telstar-speler Bischot rakelings miste): een mes. Het voorval ging de wereld over als ‘het mesincident’ en iedereen was ervan overtuigd dat het dieptepunt was bereikt nu spelers het risico liepen met een mes tussen hun ribben te worden gewisseld. Dat bleek zo’n vaart niet te lopen, in de jaren erna liep het met het hooliganisme nog veel verder uit de hand.
Willem Vissers deed donderdag op de site van de Volkskrant zes aanbevelingen die moeten voorkomen dat ongeregeldheden het voetbal kapotmaken: geen bier, geen vuurwerk en geen opzwepende muziek meer. Desnoods geen publiek meer – waarmee alle problemen rigoureus zouden zijn opgelost, inclusief het probleem zelf, voetbal.
De belangrijkste maatregel die Vissers voorstelde, was de vijfde: wangedrag van de spelers bestraffen. Er loopt een directe lijn van het gedrag op het veld naar dat op de tribunes. Voetbal is altijd een erg agressieve contactsport geweest, want agressiviteit verhoogt de kans op de zege. Dat leidt tot spel dat een bedreiging vormt voor de gezondheid van de tegenstander, tot eindeloos getreiter en ook tot agressief gedrag tegen de scheidsrechter, het wettelijk gezag in de groene republiek. In bijna elke wedstrijd komen zogenoemde ‘opstootjes’ voor. Eigenlijk mag alleen de aanvoerder protesteren bij de scheids, maar het is inmiddels zo volkomen normaal dat het hele overspannen zooitje zich ertegenaan bemoeit dat er geen sancties meer op staan. In hun aandoenlijke steun voor de helden steekt dat losgeslagen gedrag de supporters aan. Die jongens zijn loyaal en denken: laat ik mijn aansteker er eens aan wagen, misschien helpt het.
Voetbal is door alle betrokkenen zo belangrijk gemaakt – veruit de belangrijkste zaak op aarde – dat ook op de tribunes de vlam bij elke vermeende onrechtvaardigheid onmiddellijk in de pan slaat. De sport is, ook door de media, zo uitvergroot en tot een zaak van leven en dood verklaard waarin de belangen immens schijnen te zijn, dat er voor relativering geen plaats meer is.
John de Wolf, de hulptrainer van Feyenoord, ging na de tijdelijke staking van de wedstrijd met een microfoon het veld op met het kernachtig geformuleerde verzoek: ‘Gebruik je verstand, godverdomme.’ Dat was een oproep aan doven.
Vergeleken met een mes kun je zo’n aansteker trouwens ook als vooruitgang zien.
Source: Volkskrant