Home

Toen ik echt iets over de wijn moest zeggen, zag ik tot mijn opluchting ‘winegum’ staan. Die kende ik

Opeens bevangen door een redeloze paniek keek ik naar mijn tafelgenoten. Ze glimlachten vriendelijk terug, maar volgens mij was ik bezig pijlsnel in hun achting te dalen.

‘Heeft u een keuze kunnen maken?’, vroeg de ober nogmaals. Weer liet ik mijn blik over de wijnkaart gaan. De onbekende druivensoorten duizelden voor mijn ogen, waarna ik op goed geluk, maar eigenlijk in krasse onwetendheid, de naam van een of ander château aanwees. De op een na goedkoopste. ‘Doet u deze maar’, zei ik.

Een van de vele valkuilen in het leven waar ik, als 35-jarige, keer op keer blijf inkukelen, is het wijnritueel in restaurants. Omdat ik een goede drinker ben, schatten vrienden mij tevens in als een goede proever, met als gevolg dat ik bovengemiddeld vaak de wijnkaart in handen gedrukt krijg. Meestal kies ik dan voor de enige naam die ik kan uitspreken om vervolgens geruststellend naar mijn tafelgenoten te knikken. We zijn immers uit eten en een grote buik vereist nu eenmaal een grote mond.

Maar het penibelste moment komt daarna pas. Je neus met veel precisie in het zojuist gevulde glas steken in een ongemakkelijke poging niet door de mand te vallen. Een klein slurpje omdat je dat weleens op tv hebt gezien. Een ober die met een beroepsmatige belangstelling je oordeel afwacht. Een vlaag van blinde paniek, omdat hij eigenlijk best wel zuur smaakt. Maar omdat je geen idee hebt of dat hoort, toch maar gevolgd door zo’n stroef knikje en een ‘ja, lekker’.

‘Gatverdamme’, zeiden mijn vrienden een paar seconden later. ‘Deze wijn is niet goed.’

En dus zat ik hier, bij een wijncursus in Den Haag. Een soort strafkamp wegens te veel bluf. Voor mij stonden acht glazen waarvan we de inhoud na elke slok moesten toetsen aan de zogenoemde aromawijzer: een kleurrijke tabel met daarop smaken als buxus, kamperfoelie, petroleum en natte steen. Als een wijn naar petroleum mag smaken, dacht ik, hoe kan ik dan in godsnaam inschatten of ik hem wel of niet moet terugsturen?

‘Jarl, wat proefde jij?’, vroeg de cursusleider. De aromakaart veranderde voor mijn ogen in een labyrint waarop ik geen enkele uitweg zag, behalve eentje die leidde naar ‘druif’, maar dat leek me niet de bedoeling. Toen ik echt iets moest zeggen, zag ik tot mijn opluchting ‘winegum’ staan. Die kende ik en daar zijn er bovendien heel veel van, dus dat klopt eigenlijk sowieso wel.

‘Interessant’, antwoordde de cursusleider.

‘Een vleugje buxus?’, probeerde ik nog, maar het was al te laat. Volgende keer geef ik de wijnkaart aan iemand anders.

Source: Volkskrant

Previous

Next