Twee maanden na de verwoestende aardbeving in Turkije verkeren de getroffen burgers in volslagen onzekerheid. In plaatsen als Antakya moeten feitelijk geheel nieuwe steden verrijzen. Wanneer kunnen inwoners hun tenten uit en weer een huis in?
Hoofdschuddend loopt de 64-jarige Aliye Köse door de tuin van wat tot 6 februari haar woning was. Ze wijst. ‘Daar stonden de koeien. Elke dag hadden we 100 liter melk. Tien koeien, we hebben ze maar weggegeven.’ Een van de overgebleven kippen heeft zowaar een ei gelegd.
Dan draait ze zich om. Ze zet haar handen in haar zij, de ellebogen naar achteren, en kijkt ontsteld naar de restanten van haar huis, alsof de aardbeving pas net plaatsgevonden heeft, in plaats van bijna twee maanden geleden. De eerste etage is aan één kant tot op de grond gezakt. Scheef beton is tegenwoordig heel normaal in Antakya, de zwaarst getroffen stad van Turkije.
Alleen Köses kruidentuin heeft de natuurramp doorstaan. Ze plukt een handvol bladeren van de knapperige sla. ‘Hier, neem maar mee’, zegt ze, alsof het overleven van de sla een kleine troost is. ‘Vijftig jaar werk weg in één minuut. Mijn hart is gebroken. We hadden zo’n mooi leven hier. ’s Avonds zaten we op het terras boven, of in de tuin bij de barbecue. Alles waarvoor mijn man en ik hebben gewerkt is kapot.’
‘Alles’, dat is dit huis, waar een zoon met zijn gezin inwoonde, de slagerij van haar man en een flat met acht appartementen die werden verhuurd. De familie Köse was tamelijk welgesteld. Wás. Verzekerd voor aardbevingsrisico waren ze niet en elk huishouden in het rampgebied krijgt voor slechts één huis een vergoeding van de overheid. Tot nu toe ging dat om een bedrag van 25 duizend lira (1.200 euro) voor het lenigen van de eerste nood.
De oppositiepartij CHP heeft (in verkiezingstijd) beloofd dat – mocht ze aan de macht komen – elk dakloos huishouden een door de overheid betaald nieuw huis zal krijgen, maar de regering heeft zo’n toezegging niet gedaan, er komen alleen renteloze leningen. Moeten de gedupeerden straks gewoon op de commerciële huizenmarkt een bod doen en alles uit eigen zak betalen? Wie weet. Het wakkert in Hatay, de provincie waarvan Antakya de hoofdstad is, de vrees aan dat de welgestelden straks zullen voordringen.
Want dat is de werkelijkheid in Hatay, twee maanden na de aardbeving die in Turkije aan ruim 50 duizend mensen het leven kostte en aan meer dan zevenduizend in Syrië. Niet alleen is er de acute nood, ook op langere termijn leven de burgers in volslagen onzekerheid over hun lot. President Recep Tayyip Erdogan heeft gezegd dat binnen een jaar een half miljoen huizen gebouwd zullen worden, maar wat is zo’n belofte waard, in verkiezingstijd nog wel?
Het centrum van Antakya ligt totaal in puin. In sommige delen van de stad lijken gebouwen op het eerste gezicht nog gewoon overeind te staan, maar bij nadere inspectie vertonen ze bijna allemaal scheuren en verzakkingen. Waar het op neerkomt is dat in plaatsen als Antakya en Samandag, aan de kust, geheel nieuwe steden moeten verrijzen.
Tot die tijd zullen de mensen in tenten verblijven of in de containerdorpen die nu mondjesmaat worden gebouwd, met containerwoningen waar het in de hete mediterrane zomer niet te harden zal zijn. Ook bewoners van panden die de ramp redelijk hebben doorstaan durven niet terug, zeker niet na de tweede grote aardbeving die de provincie trof, op 20 februari.
Die schok, met een kracht van 6,4, heeft buiten Turkije niet veel aandacht gekregen, maar in Hatay waren de gevolgen groot, vooral psychologisch. Niet alleen stortten opnieuw tientallen gebouwen in, het deed de bewoners des te sterker beseffen dat ze voorlopig niet veilig zijn. Ze peinzen er niet over de nacht door te brengen in een gebouw, met het risico in hun slaap overvallen te worden door de grillen van de aarde.
Voor zover ze niet bij familie elders in het land zijn ingetrokken, leven de inwoners van Hatay dus in tenten. Een deel van hen verblijft in kampen, een ander deel heeft een tent opgezet in de eigen tuin of op een terrein in de buurt.
Van daaruit scharrelen sommigen nog rond bij hun oude woning. Ze hopen nog iets van waarde te vinden, zoals het op de huwelijksdag cadeau gekregen goud, een traditie in Turkije. ‘Ik bewaarde het in een kistje op de slaapkamer’, zegt Aliye Köse. ‘Dat ligt nu ergens onder het puin. Binnenkort wordt ons pand afgebroken, ik hoop dat we dan de kans krijgen het goud te zoeken.’
De tent van Köse en haar man Nuh staat op een veldje naast de woning van haar zuster en zwager, waarvan de bijkeuken nog gebruikt kan worden. Daar verblijven de familieleden het grootste deel van de dag. De vrouwen maken schoon en koken, de mannen schenken zich in de loop van de middag graag een eerste glas raki in en bespreken de toestand. ‘We konden mijn vrouw op 6 februari maar op het nippertje redden’, zegt de 66-jarige Nuh. ‘Gelukkig. Hoe had ik op mijn leeftijd nog een andere vrouw kunnen vinden?’
Het is zijn echtgenote Aliye die door de puinhopen struint, er af en toe een bruikbaar voorwerp uit vist en dat in een overvol geraakte auto propt. Ook dat is een bekend tafereel in Antakya, bewoners die terugkeren naar hun woning om huisraad te redden. Vaker nog worden verhuizers ingehuurd om zware meubelstukken en huishoudapparatuur naar beneden te takelen.
Gevaarlijk werk’, zegt verhuizer Husseyn Gazi (24), die een hele vrachtwagen vult met spullen uit een flatwoning op vijfhoog, met behulp van een verhuislift. ‘Onder de acht mensen die omkwamen tijdens de aardbeving van 20 februari waren zes verhuizers.’ Het leeghalen van woningen werd daarop door de autoriteiten verboden. Inmiddels is het weer toegestaan, zij het onder strenge voorwaarden.
Zo zal van grote delen van Antakya weinig meer over zijn dan een grijze gruisvlakte, als straks de werklieden met hun grijpers het grove puin hebben geruimd en de slopers klaar zijn met de vele afgekeurde gebouwen. Alleen waardeloze rommel herinnert aan het leven dat hier tot 6 februari werd geleefd. Een mondkapje. Een vork. Een vies dekentje. Een grote Minnie Mouse-pop zonder hoofd.
Eigenaar Mehmet Çerko van schoenwinkel Çerko Shoes vond alleen zijn visitekaartje terug. Niet zijn zevenduizend paar schoenen. Hij had zelf niet eens schoenen, op blote voeten was hij in de rampnacht naar buiten gerend.
Çerko laat een door hem gemaakte video zien met beelden van de buurt kort na de aardbeving, een treurig muziekje eronder gemonteerd, en foto’s van klanten en buren: een muzikant, een gepensioneerde leraar, een historicus die de geschiedenis van Antakya schreef. ‘Allemaal dood’, zegt hij. ‘Ze dronken vaak thee bij me. De gezelligheid van de winkel zal ik het meest missen.’
Twee straten verderop, aan de Inönü Boulevard, ligt nog zo’n gruisveld, 100 meter in het vierkant, afgezet met rood-wit lint. Twee legerauto’s staan op wacht, want dit is een omstreden plek. Tot de aardbeving stond hier Renaissance Residenz, een prestigieus woonoord voor mensen met geld. Vier blokken van twaalf verdiepingen met 249 luxueuze appartementen, een zwembad, jacuzzi’s, een parkeergarage, watervallen, een speeltuin, sportzalen, bewaking, ja zelfs een wekservice.
In 2012 werd Renaissance met veel poeha geopend, in aanwezigheid van de minister van Justitie, de gouverneur en tal van andere dignitarissen. Het complex zou ‘een hoekje van het paradijs’ worden, volgens de advertentie van projectontwikkelaar Antis Yapi. Het was het eigentijdse pronkstuk van de provincie Hatay.
Tot maandagmorgen 6 februari, 04.17 uur. De vier blokken stortten vreemd genoeg niet in, ze vielen gewoon om. Bijna alle bewoners, ongeveer achthonderd, kwamen om het leven. Slechts 53 mensen werden in de daarop volgende dagen gered vanonder het puin.
Renaissance Residenz werd in Turkije het symbool van alles wat fout zit in de Turkse bouwwereld. Experts waren stomverbaasd dat de fundamenten van het complex niet 10 meter diep waren, maar slechts 3. Verbazend was ook dat belendende, veel oudere gebouwen nog overeind stonden. De aannemer, Mehmet Yasar Coskun, werd gearresteerd op het vliegveld van Istanbul toen hij op het vliegtuig naar Montenegro wilde stappen. Hij ontkende op de vlucht te zijn.
Coskun zit in hechtenis, net als ongeveer circa driehonderd andere lieden uit de Turkse bouwwereld die worden verdacht van gesjoemel met bouwvoorschriften. Critici van de regering-Erdogan menen dat de arrestatiegolf de aandacht moet afleiden van het falen van de regering zelf. Aannemers zijn een voor de hand liggende zondebok.
De vraag is of dat genoeg is om te voorkomen dat Erdogan en zijn AK-partij bij de verkiezingen van 14 mei worden afgerekend op het al te soepele bouwregime en op het traag op gang komen van de hulpverlening na de ramp. In de provincie Hatay – toch al geen bolwerk van de AKP – is de onvrede tastbaar.
De regering probeert die stemming te keren door snel enkele herbouwprojecten te beginnen. Met de nodige media-aandacht woonde Erdogan op 31 maart het leggen van de eerste steen in de stad Nurdagi bij. Dat was te snel, volgens experts, en dus onverantwoord: de aardkorst is nog niet tot rust gekomen.
Ook probeert de regering de misser van de trage hulpverlening na de ramp te compenseren door nu wel nadrukkelijk aanwezig te zijn. Dat gebeurt niet altijd even handig. Op 26 maart werd Erdogan gefilmd terwijl hij bij een bustour door Hatay met een verveeld gezicht dozen speelgoed overhandigde aan een assistent, die de dozen vervolgen Source: Volkskrant