De inwoners van Voorschoten deden hun best om passagiers die uit de ontspoorde trein waren gekomen te helpen. Met telefoons, een plank over de sloot, medische hulp, wat te drinken. Of, zoals boer Freek van Vliet, een stoel met deken tussen de koeien in de stal.
Ties van Trigt (20) lag vlak voor half vier ’s nachts in zijn bed te woelen, niet echt wakker maar ook niet in slaap. In zijn herinneringen ging het zo: eerst het langzaam aanzwellende getoeter van een goederentrein, dan een klap. Even later opnieuw treingetoeter, nu van de nachttrein en harder dan zojuist. Daarna een overweldigende knal, gevolgd door een aantal felle lichtflitsen.
Hij schoof de dekens van zich af en liep naar buiten, de Brunita J. Gemekelaan in. Het was helemaal donker, op het rode achterlicht van de goederentrein na, een meter of vijftig verderop. Eerst stilte, toen hoorde hij de eerste geluiden. ‘Ik wil eruit.’ ‘Er is brand.’ Steeds meer lichtjes verschenen er in het donker, de mobiele telefoons van mensen die uit de ramen van de geknakte intercity naar buiten waren geklommen.
Aan de rand van Voorschoten was zojuist het grootste treinongeluk gebeurd sinds 2012, waarbij een kraanwagen, een vrachttrein en een passagierstrein betrokken waren. Op het tracé waren werkzaamheden gaande, waardoor twee van de vier sporen buiten gebruik waren. De bestuurder van een kraan van bouwbedrijf BAM kwam om bij de botsing. Aan boord van de nachttrein zaten zo’n vijftig passagiers, twee conducteurs en een machinist; van hen raakten er negentien gewond, van wie enkelen op de intensive care van het LUMC in Leiden werden opgenomen.
Het Openbaar Ministerie is een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de toedracht. Het treinverkeer tussen Leiden en Den Haag is door de nasleep van het ongeluk nog zeker een week gestremd. De baas van spoorwegbeheerder ProRail, John Voppen, sprak dinsdag van ‘een zwarte dag voor het spoor’.
Binnen tien minuten waren de hulpdiensten er. Als eerste de vrijwillige brandweer, maar even later ook politie, ambulance – uiteindelijk 24 in totaal – en drie traumahelikopters. Een politieagent verscheen voor Ties’ deur. Ze hadden iets nodig om over de sloot te leggen die tussen het spoor en het grasveld voor hun straat ligt. De tafel met massief houten blad die bij hen voor in de tuin staat, kwam daarvoor in aanmerking. ‘Samen tilden we hem naar de sloot en legden hem neer’, zegt Ties.
Een paar huizen verderop waren Rebecca (38) en Jaron Ooms (45) eveneens wakker geworden van de klappen. De radiator in hun huis trilde ervan en in de verte hoorden ze mensen gillen. Groepjes mensen kwamen hun kant op lopen. Ze openden hun deuren – een voor een druppelden ze binnen, zo’n tien tot vijftien in totaal, ze weten het niet meer precies. De meesten waren stil, in shock, sommigen hadden lichte verwondingen.
In het huis van de familie Ooms hechtte een huisarts, die in de buurt woonde en zijn diensten aanbood, de hand van een jonge man. Die was licht in de war en kon zijn vrienden niet vinden. Andere buren kwamen ook helpen en deelden water en frisdrank uit. Sommige slachtoffers hadden geen telefoon meer, die was achtergebleven in de trein. Met geleende telefoons belden ze geliefden en familieleden op. Ook waren er bussen geregeld die slachtoffers weg brachten. ‘Binnen anderhalf uur was iedereen weg’, zegt Rebecca.
De bewoners van de Brunita J. Gemmekelaan die te hulp schoten zijn er als de zon eenmaal op is weer rustig onder. Andere buurtbewoners die dinsdag komen kijken, tonen ook enige gelatenheid. Het had erger af kunnen lopen, is de teneur. De treinen komen hier namelijk hard voorbij razen. Het buurthuis dat is geopend voor omstanders die behoefte hebben aan een luisterend oor, blijft die middag leeg.
Tijdens de persconferentie om kwart over 10, in een krappe ruimte naast het gemeentehuis van Voorschoten, zijn de gezichten van gezagsdragers meer gespannen. ‘De impact van dit ongeval op Voorschoten is groot’, zegt burgemeester Nadine Stemerdink. Ze betuigt haar medeleven aan de nabestaanden van het slachtoffer en bedankt de hulpverleners en omwonenden voor hun zorg voor de passagiers. NS-baas Wouter Koolmees zegt te zijn ‘geschokt door wat ik heb gezien’.
Over één ding zijn ze eensgezind. De hulpdiensten waren snel ter plaatse en werkten nauw samen. De bewoners van de Brunita J. Gemmekelaan onderschrijven dat. Hun straat is ’s middags het toneel van een mediaspektakel. Tientallen cameraploegen zijn op de been, waaronder ook buitenlandse media. Vlak voor half 12 arriveert koning Willem-Alexander. Samen met de burgemeester loopt hij over het spoor. Met een aantal hulpverleners maakt hij een kort praatje.
Verderop in het weiland, aan de andere kant van het spoor, rijdt veehouder Freek van Vliet vlak na twaalven alweer op zijn trekker rond. De voorste twee treinstellen liggen bij hem in het weiland.
Vannacht waren passagiers die konden lopen, zijn kant uitgekomen. De temperatuur was rond het vriespunt, ze hadden het koud. Een aantal had natte voeten omdat ze zich een weg door de sloot heen hadden gebaand.
In zijn stal maakte hij met zijn broer en dochter ruimte vrij. Te midden van de koeien kregen ze een stoeltje en een dekentje. Een paar studenten hadden een feestje gehad in Leiden en hadden wel een borreltje op, merkten ze. Zijn broer Piet Hein: ‘Eén jongens had kaakletsel en schaafwonden, dus hij had wel geluk met die drank. Daardoor had hij het allemaal wat minder meegekregen.’
Met de helikopter werd het gebied afgespeurd op zoek naar mensen die mogelijk nog alleen rondliepen. ‘Na anderhalf uur was iedereen weg’, zegt ook Piet Hein. ‘Toen gingen we de koeien melken.’
Source: Volkskrant