N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Onlangs merkte ik dat je bij Albert Heijn ook tomatensoep mét gehaktballetjes kunt krijgen. Ik wil niet beweren dat het een wereldschokkende ontdekking was, maar als je daar alleen maar gewend bent aan tomatensoep zónder gehaktballetjes kijk je er toch even van op.
Ik stootte zelfs mijn vrouw aan. „Dat moeten we zeker eens proberen.” Ze reageerde niet met hetzelfde enthousiasme, maar liet wel met een knikje merken dat ze het mij gunde. Ik bestudeerde voor de zekerheid het etiket en las dat de balletjes van „gegaard varkensvlees” waren vervaardigd. Ook dat nog, dacht ik blij, al had ik ze vermoedelijk ook gekocht als er „ongegaard varkensvlees” had gestaan.
Voor alle duidelijkheid: het was zonneklaar dat we die tomatensoep op dat moment spontaan insloegen vanwege die gegaarde gehaktballetjes. Verderop stond ook nog ‘Oma’s tomatensoep’ in de schappen, maar die was zonder balletjes en bovendien heb ik een onredelijk grote hekel aan alle voedingswaren met het als aanprijzing bedoelde woord ‘Oma’ in de naam.
Eenmaal thuis konden we niet wachten met het verhitten van de soep op het fornuis. Het is eigenaardig hoe gemakkelijk het leven kan opfleuren bij het vooruitzicht van een stelletje gegaarde gehaktballetjes. We goten de soep in onze kommen en namen vol verwachting aan tafel plaats, terwijl we de alerte poes – dol op balletjes – op afstand hielden.
„Als jij te weinig balletjes hebt, mag je er ook een paar van mij”, bood mijn vrouw nog aan, royaal als ze van nature is, vooral als het om varkensvlees gaat. „Dat zal niet nodig zijn”, zei ik vol vertrouwen.
Gretig begonnen we te lepelen. Ik moest even aan de gevleugelde woorden van Harry Mulisch denken: „Men kan nu eenmaal geen soep lepelen met een vork.” Dat was nog eens een wijsheid waar Harry geen Nietzsche of Freud voor nodig had gehad.
Het duurde zeker wel twee, drie minuten, voor we de lepels stil hielden en elkaar vroegen: „Heb jij soms alle balletjes?” Er viel een beladen stilte.
Tot dan toe had ieder er ééntje verorberd. We lepelden ongerust door onze kommen. „Hierrr!” riep mijn vrouw en ze bracht op haar lepel een verschrompeld half balletje omhoog.
Tweeënhalve bal. Dat bleef onze vangst. Je zou kunnen zeggen: dat smaakte naar méér, maar zó lekker waren die tweeënhalve bal nou ook weer niet geweest. Eigenlijk proefde je niets, maar misschien hoort dat bij gegaard varkensvlees.
Enigszins teleurgesteld zocht ik later op bij wie Albert Heijn zulk vlees betrekt. Dat bleek in dit geval de slager Hergo uit Amstelveen te zijn, die onder de vlag van het kwaliteitsmerk Streeckgenoten aan Albert Heijn levert. Ik stelde me voor hoe bij Hergo/Albert Heijn over zo’n product wordt vergaderd.
„We moeten de concurrentie aftroeven en gehaktballetjes bij de tomatensoep beloven.”
„Tja, maar als we er veel balletjes in doen wordt de soep te duur.”
„Wat is véél?”
„Vijf of meer.”
„Drie dan maar?”
„Nóg te duur. Twee is beter.”
„Wel erg weinig.”
„Oké. We doen er een halve bij.”
„Maar wel van gegaard varkensvlees.”
„Natúúrlijk!”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC