Sinds de Sire-campagne ‘Verlies elkaar niet als de polarisatie dichtbij komt’ lijken de lontjes nog korter geworden. Niet alleen in agrarisch Nederland staan de partijen elkaar naar het leven, ook bij industriële bedrijven als Tata Steel zijn de verhoudingen inmiddels zo grimmig dat er bodyguards nodig zijn.
Toen Tata nog Hoogovens heette, was het bedrijf het visitekaartje van het Nederlandse poldermodel. Dankzij de hoge organisatiegraad konden vakbonden de directie tot het uiterste tergen, maar uiteindelijk kwam er een compromis en kon iedereen weer door één deur met elkaar.
Ook met de omgeving was er een haat-liefdeverhouding. De overlast van de staalindustrie was met de rokende schoorstenen heel goed zichtbaar – en soms ook ruikbaar en merkbaar aan de buiten gehangen was – maar iedereen had daar wel een of meerdere familieleden werken. En Hoogovens deed ook mooie dingen: sponsoring, steun aan goede doelen, vakantiereisjes, eigen verenigingen zoals een harmonie, en een eigen winkel De Gieteling met goedkope televisies en wasmachines.
Op zaterdag kwamen directeuren, kaderleden van de bond en milieu-activisten elkaar tegen in de supermarkt of kroeg. Zondags speelden ze samen voetbal of hockey. Soms waren directeuren zelf bondslid, hetgeen betekende dat ze tot hilariteit van de omgeving tegen zichzelf in actie kwamen.
Hoogovens werd het sociaal paradijs onder de Nederlandse werkgevers genoemd. Vaak werd geroepen dat dit in een mondiale markt, wat de staalindustrie was, bedrijfseconomisch onhoudbaar zou zijn. Maar dankzij innovatie en de ideale ligging aan zee bleef het bedrijf op het moment suprême concurrerend. Als de boze buitenwereld de toekomst bedreigde van het enige Nederlandse staalbedrijf, vormden de bewoners van de IJmond één front.
Van dat ene front is weinig meer over. Er is een deel van de IJmond dat Tata Steel zo snel mogelijk wil sluiten nu het niet lukt van de ene op andere dag volledig te vergroenen. En er is een deel dat er zijn brood verdient – direct als werknemer of indirect als toeleverancier – dat daar niets van wil weten. Inmiddels lijken die partijen in een burgeroorlog te zijn verwikkeld. De appjes die op de site van de ondernemingsraad werden gezet zijn een teken aan de wand. Vroeger kregen actievoerders voor de poort van het staalbedrijf een kop koffie of boerenkoolmaaltijd, nu worden ze een gang naar de oven gewenst.
Iedereen sprak zijn afkeuring uit, maar inmiddels sluimert de onvrede door. Vorige week bleek uit nieuw onderzoek van het RIVM dat tussen 2020 en 2022 nauwelijks vooruitgang is geboekt met het terugdringen van kankerverwekkende stoffen. Wat ook wordt gedaan, niets blijkt te helpen. Intussen houden de overheden zich muisstil; de regering en de provincie willen hun vingers er niet aan branden.
Ook de eigenaar in het verre India verroert geen vin. Afgelopen vrijdag opende Tata Steel in Jamshedpur, de staalstad van India, een nieuwe kunstgalerie onder het motto dat werkgevers, werknemers en omwonenden zich verenigen voor de toekomst van de staalindustrie.
Als het poldermodel ergens nog werkt, is dat in India.