Ik was me niet bewust van het spektakel dat zich in mijn periferie afspeelde, tot ik opeens naar links keek en mij het leplazarus schrok. Ik voel enige schroom u uit te leggen waarom, vooral omdat ik ooit lid was van een niet nader te noemen Groningse studentenvereniging én omdat ik een jaar bij NOS Sport heb gewerkt. De feiten spreken dus niet bepaald in mijn voordeel.
Maar ja, ik kan er ook niets aan doen dat de vrouw die naast mij zat, leek op een Roald Dahl-personage van voor de recente tekstwijzigingen; ze was verschrikkelijk lelijk.
Voor u aan uw boze brieven begint: dat was niet haar eigen schuld, maar die van haar plastisch chirurg. Op de plaats waar een gezicht had moeten zitten, bevond zich een gigantisch opgespoten bovenlip en daarnaast staken twee rimpelloze wangen naar voren die zo rond waren, maar tegelijkertijd zo strak stonden, dat ze mij deden denken aan de zeilen van een tweemaster. Het een en ander werd afgetopt met een platinablond kapsel waarvan de sprieten zo wild waren opgeföhnd dat het leek alsof er zojuist een spaghettifabriek was ontploft.
Ze zat samen met haar dochter – ik gok een jaartje of 18, maar eveneens behept met een gezicht waartoe de cosmetische industrie al meermaals toegang had weten te verschaffen – en het was haar taak om selfies te nemen.
Nu heb ik niets tegen selfies, noch tegen mensen die niet berusten in het lichamelijke verval dat nu eenmaal hoort bij de ouderdom – ik heb nota bene jarenlang in Italië gewoond, een land dat juist zo geweldig is omdat oude gebouwen er continu worden opgepoetst – maar in dit geval voelde ik toch wat innerlijke weerstand.
Waarom geef je zo veel geld uit aan botox, dacht ik, maar gebruik je tegelijkertijd zoveel digitale filters? En vooral: waarom maak je zo veel foto’s van jezelf?
Het speelt ongetwijfeld mee dat ik zelf last heb van een hardnekkige selfieschaamte. Niet omdat ik geen ijdelheid ken, maar omdat ik het gênant vind daar publiekelijk uiting aan te geven. Het was dan ook uit puur ongemak met deze ongeremde vorm van selfitis naast mij dat ik mij geen houding wist te geven.
Ik legde ik mijn handen achtereenvolgens op mijn benen, in mijn schoot en op de armleuningen en vanwege al dat gestommel keek de moeder opeens mijn kant op. Heel even zag ik haar schrikken, om vervolgens weer vrolijk verder te gaan met haar moeder-dochterfotoshoot.
Toen ik wegliep dacht ik: schrok ze nou omdat ze mijn gezicht lelijk vond, of toch vooral mijn gedachten?
Source: Volkskrant