Ik stond omdat er geen zitplaatsen meer waren. Elke keer als de tram optrok of afremde, moest ik mijn best doen om niet om te vallen of over te geven. Ik had afgesproken met een vriend en appte hem dat ik in de tram zat. ‘Ik ook’, antwoordde hij. Niet in deze, zo bleek, maar in een andere. ‘Een lieve bejaarde vrouw heeft me net een bos bloemen gegeven’, appte hij me. Hij had honderd keer gevraagd of ze het zeker wist. ‘Toen ging ze dreigen, dat ze de bos aan iemand anders zou gaan geven’, en hij had de bloemen maar geaccepteerd.
Net voordat ik bij mijn halte was viel mijn oog op een langwerpig bordje boven het harmonica-gedeelte. Het was een blauw bordje met witte letters, in de huisstijl van vervoerder GVB. ‘Ter nagedachtenis aan’, stond er, en daarna de naam van een man die CFO bij het GVB was geweest. Het was sympathiek en lief, maar ook best raar. Niet zozeer om een openbaar vervoermiddel op te dragen aan iemand die chief financial officer bij dat bedrijf is geweest, maar eigenlijk vooral vanwege de aanhalingstekens die voor ‘Ter nagedachtenis’ stonden. Waarom die aanhalingstekens? Misschien was het een citaat van iemand: ‘Ter nagedachtenis aan...’ et cetera. Maar áls iemand het gezegd had, was diegene verder nergens op het bordje te bekennen. Er stond één naam, die van de CFO, en die gaat dat echt niet over zichzelf zeggen.
Was het ironisch bedoeld? Zoals mensen aanhalingstekens maken met hun vingers als ze het tegenovergestelde bedoelen van wat ze zeggen? In dat geval zou deze tram juist niet opgedragen zijn aan de CFO. Dat zou weer onnodig wreed en beledigend zijn. Waarschijnlijk had iemand die aanhalingstekens er gewoon neergezet omdat het kon. Omdat het er misschien stemmig uitziet, iets officieels heeft. Het ergste – echt, het allerergste – was nog dat er aan het eind van de zin geen aanhalingstekens stonden. Dus wat het ook was dat er geopend werd, het werd niet meer afgesloten – nooit.
Verderop in de tram, boven het volgende harmonicagedeelte, hing hetzelfde bordje. Ook daar ontbraken de afsluitende aanhalingstekens. Iemand met autoriteit bij het GVB heeft deze bordjes voordat ze in de tram werden opgehangen onder ogen gekregen, gezien dat er overbodige aanhalingstekens op stonden die nooit meer werden afgesloten en heeft toen gedacht: ja hoor, helemaal prima zo.
De tram stopte en ik stapte uit. Na enig slalommen door toeristen trof ik mijn vriend, die op een hoek van de straat op me stond te wachten. Mijn tramrit had me een hoofd vol aanhalingstekens en vraagtekens opgeleverd. Die van hem een werkelijk enorme bos bloemen. Zo oneerlijk kan het leven zijn.
Source: Volkskrant