Rondenlang reed Bagnaia in het spoor van Gresini-coureur Alex Marquez voor hij in de vijftiende ronde de tweede plek overnam. Vanaf dat moment leek de coureur enkel nog te hoeven finishen aangezien raceleider Marco Bezzecchi al uit het zicht verdween en onderweg was naar de overwinning. Een val in de voorlaatste bocht van de zeventiende ronde zorgde ervoor dat Bagnaia zijn kans op het podium én een flink aantal punten liet liggen. Hij kon nog wel weer op zijn motor klimmen, maar eindigde op de zestiende plek buiten de punten.
Bagnaia moet gissen naar de oorzaak van de crash, zegt hij: “Ik ben heel erg boos. Dit soort crashes zijn niet te begrijpen. Soms val je en heb je er geen verklaring voor, dat zijn de moeilijke momenten. Ik heb zestien ronden hetzelfde gedaan in die bocht, maar in de zeventiende ronde viel ik. Het was geen normale crash, normaal voel je de voorkant wegglijden of komt het omdat ik de rem te vroeg los. Nu ging ik alweer op m’n gas, dat is heel vreemd.” Bagnaia dacht terug aan 2022 toen hij in de eerste seizoenshelft veel fouten maakte. “Ik maakte een fout. Ik dacht dat ik dit jaar een betere rijder was, preciezer, zonder fouten, op een hoger niveau. In de tweede race van het seizoen crash ik zonder dat er druk op staat, zonder dat ik gekke dingen hoefde te doen.”
De fabrieksrijder van Ducati wist al vroeg in de race dat hij voor de tweede plek zou rijden. “Maar ik voelde me heel goed, ik forceerde niet en hoefde geen gekke dingen te doen om tweede te rijden. Ik wist dat Marco te snel was, hij had al snel een gat van vijf seconden. Ik had het onder controle en hield in de gaten wat er gebeurde. Daarom ben ik ook heel boos. Normaal crash je niet als je controle hebt. Dat moet ik begrijpen.”
In het kampioenschap heeft Bagnaia de eerste plaats verloren aan Bezzecchi.
Source: Motorsport