Home

‘‘Die blik in jouw ogen vergeet ik nooit meer’, zei mijn collega’

‘Het was Oudejaarsdag, er lag sneeuw en het was glad. Vroeg in mijn ochtenddienst werden we gebeld door het VU-ziekenhuis in Amsterdam: bij een auto-ongeluk waren vijf jongeren ernstig gewond geraakt, sommigen waren in kritieke toestand. In het VU-ziekenhuis lag een meisje van een jaar of 20, stervende, maar ze konden haar familie niet bereiken.

‘Het ongeluk was gebeurd in Amsterdam-West, maar het ziekenhuis stond in ons gebied, in Zuid, dus wij stuurden collega’s naar het huisadres van die familie, waarna ze met zo’n 25 familieleden hevig geëmotioneerd naar het ziekenhuis kwamen.

‘Omdat na niet-natuurlijk overlijden een lichaam in beslag wordt genomen voor sectie-onderzoek, vroeg het ziekenhuis of wij voor de zekerheid ook wilden komen. Want in zo’n situatie moet je tegen familie zeggen: ‘Je mag er niet meer bij’, en dan willen de emoties weleens hoog oplopen. Dus ik ging met collega Edwin naar de Eerste Hulp, waar het meisje was binnengebracht.

‘Toen we aankwamen, was ze overleden. Het personeel lichtte ons in. De familie was net te laat gekomen, wist nog van niks en wachtte in een familiekamer. Iemand moest het slachtoffer identificeren, zoals het protocol voorschrijft.

‘Edwin en ik gingen naar die familiekamer en ik zei: ‘Ik heb heel slecht nieuws, ze is overleden.’ Een hoop paniek natuurlijk, schreeuwen, huilen, mensen vielen elkaar in de armen. Ik liet dat even begaan en vroeg toen of één persoon, iemand die haar goed kende, met me kon meegaan naar het mortuarium om vast te stellen dat het hun geliefde was. Want daar lag ze in een kleine ruimte waar we niet met z’n allen in konden. Niemand wilde dat, dat konden ze niet aan. Uiteindelijk stapte een vriendin van het slachtoffer naar voren die zei: ‘Dan wil ik het wel doen.’

‘We gingen met de hele groep het ziekenhuis uit, de hoek om, naar het mortuarium. Daar werden we binnengelaten en liepen we door een gangetje dat uitkomt op een grote kamer waar iedereen kon wachten. Vervolgens stapte ik met die vriendin de kleine ruimte in waar het dode meisje onder een laken op een tafel lag. Haar gezicht was niet bedekt. Ik wachtte rustig af. Na een stilte zei die vriendin: ‘Ik weet het niet zeker.’

‘Ik ging met haar terug en zei tegen de familie: ‘Ze twijfelt, ik wil echt even iemand mee hebben die haar heel erg goed kent, haar vader of haar moeder.’ De vader van het slachtoffer antwoordde: ‘Dan ga ik mee.’

‘Schoorvoetend, stapje voor stapje, schuifelde hij achter me de drempel over. Want dit wil je niet, dit is het ergste wat een ouder kan overkomen. Als vader wil je niet je dode kind zien, als laatste voordat het lichaam in beslag wordt genomen. Het was een rotsituatie.

‘Binnen keek hij naar het lichaam en zei ineens stellig: ‘Dat is mijn dochter niet!’ Hij barstte in huilen uit. Ik schrok me helemaal de kolere, riep ‘godverdomme’ en er volgde een enorme emotionele ontlading waarbij we elkaar in de armen vielen. Ik had zijn ergste nachtmerrie bewaarheid zien worden, en ineens bleek het niet waar te zijn. Hoe kon dat? Wat was hier misgegaan? Ik begreep er niks van.

‘Het gaf veel commotie, zowel bij de familie als bij ons. Die moeder werd hysterisch. Alleen met een klap in haar gezicht kon die vader haar tot bedaren brengen. Ik was totaal verbijsterd. Mijn collega Edwin zei later: ‘Die blik in jouw ogen vergeet ik nooit meer.’

‘Hij ging bellen met het hoofdbureau en kreeg te horen dat een ander zwaargewond slachtoffer naar het AMC was gebracht, zij bleek uiteindelijk wél hun dochter te zijn. Ik snapte het niet, het ging er bij mij niet in. Eerst vertel je mensen dat hun familielid nog leeft, dan dat ze dood is, dan dat ze nog leeft maar zwaargewond is en heel ergens anders ligt. En de familie van dit dode meisje wist nog niks. Dramatisch, echt afschuwelijk, heel pijnlijk voor iedereen.

‘Wat bleek nou? Die auto was over de kop gegaan, en daarbij was het tasje van een van die meisjes bij een ander slachtoffer terechtgekomen. De collega ter plaatse haalde daar een rijbewijs uit en koppelde die identiteitsgegevens aan het verkeerde meisje.

‘Hier valt niemand iets te verwijten, iedereen had naar eer en geweten zijn best gedaan. Maar ik heb wel altijd gedacht: ik had dit kunnen voorkomen. Ik had eerst het signalement van dat meisje met die familie moeten doornemen: hoe ziet ze eruit? Heeft ze ergens tatoeages – want dat had het meisje dat daar lag. Gewoon, even dingen verifiëren. Dat doe ik sindsdien in extreme mate. En dat geef ik ook aan collega’s door: trek nooit te snel conclusies, sta bij elk incident open voor alle mogelijkheden. Want alles in ons werk kan altijd anders zijn dan je denkt of verwacht. Zelfs de dood.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next