Ik kondig als dagvoorzitter van ‘Toekomst van het Betalingsverkeer’ twee vrolijke medewerkers van een creditcardprovider en internetbank aan, die komen vertellen over hun gezamenlijke project ‘True Name’. Er volgt een filmpje met non-binaire mensen die hun beklag doen over het feit dat de naam op hun bankpasje niet hun ware identiteit zou weerspiegelen. Winkelmedewerkers zouden niet geloven dat de naam op het bankpasje overeenkomt met de persoon die voor hen staat.
Ik doe ontzettend mijn best het probleem te snappen, en kijk voor de zekerheid nog eens op mijn eigen bankpasje. Er staat ‘S.C. Schimmelpenninck’. Ik kijk vertwijfeld om me heen; zouden andere mensen dan wél hun voornaam op hun pasje hebben staan? En als dat zo is, dan kun je toch gewoon je naam veranderen? En welke winkelmedewerker kijkt er nou naar een naam op een pinpas? Welke jongvolwassene betaalt überhaupt nog met een pinpas? Welk probleem lost dit nu op? Een antwoord komt er niet echt, de zaal klapt braaf.
Nu staat het ieder bedrijf geheel vrij om tonnen, misschien wel miljoenen, te spenderen aan een marketingcampagne, maar ik merk dat mijn onderbuik opspeelt. Er is iets decadents aan deze campagne vol effectbejag; zijn er nu werkelijk geen belangrijkere zaken? Zijn er niet miljoenen mensen in Nederland die niet meekomen met de digitalisering van onze geldzaken? Dat lijkt me wat belangrijker dan de extreme overgevoeligheid van Generatie Z. Maar ja, die hoeven, anders dan Generatie Z, geen bank meer te kiezen. Hoewel de rest van de zaal na afloop het ongemak blijkt te delen, maak ik me zorgen: ben ik nu opeens anti-woke geworden?
Een paar weken geleden ging de Silicon Valley Bank (SVB) onderuit na een bankrun. Het leverde wereldwijd een interessante discussie op over de plek van politiek en activisme in de financiële wereld. Conservatieve commentatoren zaten te smullen van de val van deze ‘woke’ bank, waarin veel geld van donoren van de Democratische Partij zat. ‘Ik zeg niet dat twaalf witte mannen deze puinhoop zouden hebben voorkomen, maar het bedrijf is mogelijk te veel afgeleid door diversiteitsvereisten’, zo wist een conservatieve commentator.
Ook de val van Credit Suisse werd gelinkt aan ‘woke’; directeur Pippa Bunce, geboren als Philip Bunce, ging afwisselend als man en vrouw naar het werk. In 2022 won hij nog de Diversity Award en in 2018 werd hij door de Financial Times opgenomen in de Top 100 Zakenvrouwen, tot grote woede van vrouwen die niet begrepen waarom hij niet óók op de mannenlijst te vinden was.
De zogenoemde ESG (environmental, social en governance)-doelstellingen worden door conservatieve krachten in het bedrijfsleven als ongewenste politieke inmenging en geldverspilling gezien – go woke, go broke. In Amerika is er nu een tegenbeweging ontstaan, met in staten als Florida en Texas anti-ESG-wetgeving en een weigering van de staat om met ESG-bedrijven zaken te doen. Volgens The Economist is er echter geen enkel bewijs dat dat beter zou lonen, sterker nog; anti-woke lijkt financieel een stuk onaantrekkelijker.
Nu zijn de SVB en Credit Suisse heus niet gevallen door hun diversiteitsbeleid, maar de vraag waar maatschappelijk verantwoord ondernemen eindigt en commerciële huichelarij begint, is gerechtvaardigd. Financiële instituties moeten vooral zorgen dat ze betrouwbaar en begrijpelijk zijn, en daarbij ligt de grootste uitdaging bij minder sexy, maar veel grotere groepen consumenten als ouderen, immigranten en laaggeletterden. Zelfs voor een overreactie op de heerschappij van de witte heteroman heb ik alle begrip, maar laten we in hemelsnaam wel onze prioriteiten op orde houden.
Source: Volkskrant