Home

‘De mens heeft zich technisch sterk ontwikkeld, maar is ruwer en knalhard geworden’

Een ‘ouwe gek’ noemt Arie Abraas zichzelf om de haverklap. Een ouwe is hij wel met zijn 100 jaar, maar de boel heeft hij nog goed op een rijtje. Hij volgt het nieuws op de voet en heeft tal van weetjes paraat, zoals de prijs van een brood en een pakje sigaretten een eeuw geleden, de snelheid van het licht en het aantal palen waarop het Paleis op de Dam in de hoofdstad is gebouwd. Abraas heeft grote bewondering voor het technisch vernuft van de mensensoort. Sociaal gezien lijken er steeds meer steekjes los te zitten, constateert hij.

‘Ik ben een ouwe gek, maar ik voel mij lekker en ik ben gezond. Ik mankeer niks, slik niks. Oude mensen zijn eigenwijs, zeggen ze. En eigenwijs bén ik. Twee jaar geleden viel ik in mijn huis van de trap, van twee hoog naar de eerste verdieping. Ik had vreselijk veel geluk, want de buurman kwam een paar minuten na mij thuis en vond mij. Ik had een paar ribben gebroken en een snee in mijn gezicht. De arts in het revalidatiecentrum zei dat ik met een rollator moest gaan lopen. Maar dat vertikte ik, ik ben daar gek. Ik doe het nog steeds niet, voor geen prijs ga ik achter zo’n ding lopen. Ik ben bang dat de mensen mij uitlachen. Alsjeblieft zeg, ga toch weg met die rollator. Je kunt beter je best doen rechtop te blijven lopen.

‘Voor de val deed ik nog alles zelf: mijn boodschappen, koken, stofzuigen. Na de revalidatie ben ik hier komen wonen, in dit zorgcentrum, in het centrum van de stad, waar ik bijna mijn hele leven heb gewoond. Nu zoek ik rust. Alles wordt voor mij gedaan, héérlijk. Het is mooi geweest, ik doe niks meer.’

Arie Abraas staat op en demonstreert hoe hij zijn leren stoel in de ligstand kan zetten. ‘Na het middageten trek ik mijn pyjamabroek aan, doe mijn stoel plat, leg mijn benen op tafel en ga televisie kijken of een boek lezen, het liefst een detective. Ook luister ik graag naar opera’s.’

‘Ja natuurlijk, je moet netjes zijn op jezelf.’ (Hij ontbloot zijn tanden, klappert er een paar keer mee en zegt:) ‘Allemaal van mijzelf. Kwestie van goed poetsen en twee à drie keer per jaar naar de tandarts voor controle en schoonmaak. Drinken doe ik al een tijd niet meer en met roken ben ik 55 jaar geleden gestopt. Ik begon op mijn 14de. Toen ik jong was, en tijdens de oorlog in Berlijn, raapte ik peuken van de straat. Weet je hoe duur een pakje sigaretten met twintig stuks in mijn jeugd was? Nee? 15 cent. Nu betaal je bijna een tientje. Ik probeerde vaak te stoppen met roken door mezelf regels op te leggen: één sigaret per dag, of: alleen in de avond roken. Maar het bleef verleidelijk. Op een dag, 55 jaar geleden, besloot ik dat het afgelopen moest zijn. En wat bleek? Ik miste die sigaretten geen moment. Ik heb daarna altijd een vol pakje sigaretten in huis bewaard, als bewijs dat ik ervanaf kon blijven. Bij de verhuizing hiernaartoe is het zoekgeraakt.’

‘Er is ongelooflijk veel bijgebouwd. De tuinsteden vind ik niks, zo sfeerloos, al diezelfde huizen op een rij. Geef mij maar de oude binnenstad. Voor de val van de trap liep ik dagelijks uren door de stad. Weet je op hoeveel palen het Paleis op de Dam staat? Hoeveel dagen telt een jaar? Nou, 1 ervoor en 9 erachter: 13.659. Al die palen zijn met de hand in de bodem geslagen. Daar heb ik respect voor. Ingenieurs vind ik weergaloos knap. Dan ben ik maar een arme domme jongen.

‘Mensen kunnen andermans ogen uitrukken, elkaar doodslaan – zie die arme stumperds in Oekraïne – maar ze kunnen ook goddelijke dingen maken. Ik heb het allemaal zien komen: de radio, de televisie. Maar het knapste vind ik als ze iets weten uit te vinden tegen nare ziekten. Weet je trouwens wat de snelheid van licht in de natuur is? 300 duizend kilometer per seconde.’

‘Ik lees veel over wetenschap en kijk op tv naar natuurprogramma’s. Als je ontdekt hoe de natuur in elkaar zit, dat is iets ongelooflijks.’

(Luid:) ‘Nee! En dood is dood. Ik hoop in mijn slaap te overlijden. Weg ermee. Zonder pijn en huilpartijen.’

‘Niks. Helemaal niks. Het waren simpele mensen. Ik kende mijn vader niet anders dan werkloos. Hij lustte graag een biertje en zat vaak in de kroeg. We leefden van de steun, het was altijd armoe. We aten aardappelen met andijvie, spruitjes of boerenkool. Lof was te duur. Als kind had ik altijd trek. Wat je in zo’n milieu leert, is geen verbeelding te hebben. Ik ben dan ook geen praatjesmaker.

‘We woonden in een slechte buurt, in een zijstraatje van de Spuistraat. Aan de overkant stonden publieke vrouwen, heel netjes gekleed waren ze in die tijd, wel met een decolleté, voor de mannen. Tegenwoordig staan ze bijna naakt achter de ramen en worden ze gedwongen dat werk te doen. Pooiers zijn nu misdadigers, toen waren het nog aardige jongens. Als een van die pooiers in de straat zag dat ’s avonds bij ons het licht niet brandde, kwam hij naar binnen – de deuren waren gewoon open in die tijd – en gooide een gulden in de meter. En dan floepte het licht weer aan. Mijn ouders hadden vaak geen geld voor de elektriciteitsmeter.’

‘Ach, aan die tijd denk ik liever niet terug. De publieke vrouwen stopten mij ook weleens wat centen toe. Als het veel was, gaf ik een deel aan mijn moeder, van de rest kocht ik snoep. Een keer vond ik een briefje van tien op straat. Dat gaf ik ook aan mijn moeder. O wat was ze blij. Ze moest dagelijks acht monden voeden – ik had vijf broers – en met dat tientje kon ze de rekening bij de kruidenier betalen. Ik ben altijd op straat blijven zoeken naar geld. Na mijn pensioen spaarde ik de dubbeltjes en kwartjes die ik vond op voor mijn twee kleine buurmeisjes op 1-hoog. Tegenwoordig vind je niks meer.’

‘Op mijn 14de. Ik begon als kleermaker, daarna werd ik fietsenmaker en toen kwam ik terecht bij een confectiebedrijf – dat heb ik tien jaar volgehouden – en tot mijn pensioen heb ik 25 jaar lang met mijn broer verzekeringen verkocht. De mensen wilden zich overal voor verzekeren: brand, een begrafenis, hun auto, noem maar op.’

‘Ik zou naar de universiteit gaan om alles over het heelal te leren. Daar is zo veel te ontdekken. Daar bestaat absoluut leven, dat zeggen de geleerden ook. Ik zou willen leren over hoe alles is ontstaan, over de oerknal. Verdikkeme, het heelal en de natuur zitten zo knap in elkaar.’

‘Ja, je werd opgeroepen en dan ging je. Ik moest voor de moffen van alles inpakken, wat weet ik niet meer. Het was een vreselijke tijd. Maar ik heb het overleefd. En nu ben ik een ouwe gek van 100 jaar, wat een leeftijd.’

‘Nee, het was vreselijk. In de avond was dat geluid er weer, van bommen, verdikkeme, ze gooiden van alles naar beneden. Dan was ik als de dood en moest ik mijn bed weer uit en naar de schuilkelder. Onderweg hoorde ik mensen Hilfe, Hilfe roepen, maar ik liep door, ik moest mezelf in veiligheid brengen. Hele wijken werden platgegooid. Nare dingen moet je vergeten.’

‘Jazeker, gewoon niet aan denken en niet over praten. Als je er toch aan denkt, snel jezelf afleiden met een leuke gedachte. Zo heb ik dat altijd gedaan. Er is veel ellende. Maar ik maak me nergens meer druk om, nu heb ik het rustig.’

‘Mijn vrouw, Mathilde. Ze was de enige. Een lekker wijf, maar niet zo handig. Maar je vindt nooit iemand die volmaakt is, die bestaat niet.’

‘Eén keer: na de oorlog heb ik op de Communistische Partij gestemd, omdat de communisten zo voor ons hadden gevochten. Daarna is het altijd de PvdA geweest. Ik ben maar een eenvoudige jongen, een arbeidersknaapje. Voor zulke mensen heeft de PvdA zich ingezet.’

‘De mens heeft zich technisch gezien sterk ontwikkeld. Maar sociaal is hij knalhard geworden, ruwer, minder redelijk en behulpzaam, hij is een beetje egoïstisch misschien. Als je buiten per ongeluk tegen iemand aanbotst, krijg je naar je hoofd geslingerd: ‘Sodemieter op klootzak.’ Dat was vroeger ondenkbaar. Maar ik wil geen ouwe zeur zijn. Ik klaag liever niet. Onthou: het leven gaat niet om geld, gooi dat maar in de gracht, het gaat om dankbaar zijn voor wat je hebt.’

geboren: 2 maart 1923 in Amsterdam

woont: in een woonzorgcentrum in Amsterdam

beroep: kleermaker, fietsenmaker, verkoper

familie: een broer (93) en een stiefzoon

weduwnaar: sinds 2007

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next