Home

‘Gelijke kansen’ verkleinen de kloof tussen de meer en minder bedeelden niet

Als we het in Nederland over één ding eens lijken te zijn, dan is het wel dat alle jongeren gelijke kansen verdienen in de ontwikkeling van hun mogelijkheden. De sleutel tot die gelijke kansen wordt vaak in het onderwijs gelegd. Dat is logisch: opleidingsniveau is immers steeds belangrijker geworden voor maatschappelijk succes en is, uitzonderingen daargelaten, sterk bepalend voor de beroepsloopbaan en het bijbehorende inkomen.

Dat betekent dat alle jongeren dezelfde kans moeten krijgen om het voor hen hoogst haalbare onderwijsniveau af te kunnen ronden, en hierbij niet gehinderd mogen worden door gebrek aan economisch of cultureel kapitaal in het gezin van herkomst.

Deze roep is niet nieuw. Al in de jaren vijftig zagen we de roep om meer oog voor ‘het verborgen talent’, het streven om talentvolle jongeren uit de arbeidersklasse te detecteren en te selecteren voor hogere opleidingen om te voorkomen dat hun talent verloren ging, een streven dat in de tweede helft van die eeuw tot veel sociale mobiliteit heeft geleid en bijdroeg aan het onderwijs zoals we dat nu kennen, met permanente monitoring en toetsing van capaciteiten en prestaties.

Wilma Vollebergh is emeritus hoogleraar Interdisciplinaire Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. In april is zij gastcolumnist voor de Volkskrant, die elke maand iemand uitnodigt een serie columns te publiceren op volkskrant.nl/opinie.

Dat heeft bijgedragen aan meer gelijke kansen, al is het ook duidelijk dat die nog niet volledig gerealiseerd zijn en afkomst nog steeds belangrijk is voor schoolsucces. Maar stel dat dat niet meer zo zou zijn, leiden gelijke kansen dan tot een eerlijker maatschappelijke ordening, en wordt de kloof tussen de meer en minder bedeelden hierdoor kleiner?

Dat is maar helemaal de vraag. ‘Gelijke kansen’ betekent immers niet ‘stijgen voor iedereen’, maar stijgen of dalen al naar gelang de mate waarin iemand over bepaalde voor het onderwijs noodzakelijke capaciteiten beschikt. Met meer ‘gelijke kansen’ zullen vooral jongeren die over die capaciteiten beschikken via hun opleiding een lager sociaaleconomisch milieu kunnen ontstijgen en hun minder talentvolle leeftijdgenoten niet, terwijl in de bovenste maatschappelijke lagen vooral de meest getalenteerde jongeren zullen overblijven en jongeren zonder deze capaciteiten een grotere kans maken om maatschappelijk te dalen.

Wordt de ongelijkheid daarmee eerlijker? Nou… dat is maar hoe je het bekijkt. Ja, als je wilt dat jongeren hun talent maximaal kunnen ontwikkelen en daarbij niet gehinderd worden door hun afkomst. Dat is goed voor de jongeren zelf en goed voor de samenleving die dat talent hard nodig heeft. Nee, als je bedenkt dat succes in het onderwijs dan nog steeds een kwestie van geluk is. Want hoe ‘eerlijk’ is het dat iemand die met twee vingers in de neus het gymnasium doorloopt zo veel meer beloond wordt dan iemand die met veel inspanning een mbo-diploma gehaald heeft?

Onderzoekers hebben de afgelopen decennia veel studies gepubliceerd die vrij overtuigend laten zien dat een groot deel (50 tot 70 procent) van de capaciteiten die nodig zijn voor succes in het onderwijs (zoals intelligentie, doorzettingsvermogen) aangeboren is. Zou afkomst er helemaal niet toe doen (de ideale situatie voor wie ‘gelijke kansen’ wil), dan is succes in het onderwijs nog steeds voor een belangrijk deel een kwestie van geluk en geen verdienste.

Minstens zo belangrijk lijkt me dat het realiseren van gelijke kansen niet zonder meer leidt tot een verkleining van de kloof tussen de meer en minder bevoorrechte groepen. Waar vroeger in de onderste maatschappelijke lagen veel verborgen talent aanwezig was, daar wordt door sterkere selectie in het onderwijs dan veel talent uit deze laag afgeroomd (een zogeheten braindrain) zodat hier vooral jongeren blijven of terechtkomen die in het onderwijs minder goed kunnen meekomen, en aan de bovenkant vallen de jongeren met minder talent dan buiten de boot.

Het verschil tussen deze lagen wordt hierdoor eerder groter dan kleiner, en het leven aan de ‘onderkant’ van de samenleving bovendien steeds moeilijker. Met het verlies aan sociale cohesie door de individualisering hebben mensen die in de onderlaag terecht komen of daar gebleven zijn ook veel sociale steun verloren, omdat hun meer talentvolle familieleden en buurtgenoten (denk aan de slimme neef of nicht die vroeger voor de hele familie de administratie deed) in de afgelopen decennia alle kansen hebben gegrepen om te ontsnappen aan de uitzichtloze posities aan de onderkant van de samenleving, terwijl die ontsnapping voor de minder bedeelden steeds moeilijker werd en de kloof met de beter bedeelden steeds groter.

Weinig hoop op verbetering, want opklimmen is niet haalbaar, weinig zekerheid want de maatschappelijke risico’s worden stelselmatig op de minst bedeelden afgewenteld, en bovendien een ideologie die de schuld hiervan bij mensen zelf dreigt te leggen omdat succes in het onderwijs als terecht en verdiend wordt gezien, en falen maar al te vaak als het gevolg van gebrek aan inspanning. Zelfs Peter Hein van Mulligen, de rasoptimist van het CBS, constateert in zijn boek dat er aan de onderkant een weliswaar kleinere maar wel robuustere groep mensen leeft voor wie ontsnapping uit een uitzichtloze situatie steeds moeilijker is geworden.

Kortom: het is mooi om naar gelijke kansen voor jongeren met talent te streven, maar de dynamiek die hiervan het resultaat is maakt de samenleving niet zonder meer eerlijker en het bestrijdt de ongelijkheid niet. Het streven om gelijke kansen te bieden om aan de onderkant van de samenleving te kunnen ontsnappen zou dan ook nooit los gezien mogen worden van het streven om genereus een fatsoenlijk bestaan te garanderen aan alle mensen die om wat voor reden dan ook moeite hebben om mee te komen.

Zonder dat zijn ‘gelijke kansen’ alleen maar kansen voor mensen die het geluk hebben gehad om geboren te worden met het juiste genenpakketje.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next