Home

Met belerende opmerkingen gaan we het klimaat in elk geval niet redden

Goed dat mensen zich persoonlijk verantwoordelijk voelen voor het klimaat en hun gedrag daarop aanpassen, vindt Olaf Tempelman. Maar met zelfgenoegzaamheid, schuld- en schaamtegevoelens komen we geen steek verder.

Vorige week publiceerde het VN-klimaatpanel IPCC weer een rapport waarin het waarschuwt voor catastrofen als er geen drastische maatregelen worden getroffen. Een paar maanden terug vertelde een briefschrijver uit Winsum in deze krant murw te zijn geworden van alle berichtgeving over een naderende klimaatramp. Hij deed een oproep: laten we ons drie dingen voornemen die we in ons eigen leven kunnen doen tegen de klimaatverandering.

Het leidde tot een stortvloed aan reacties van lezers die daar al mee bezig bleken. Er was een lezer die nog maar een minuut per dag warm doucht, biologisch eet en ‘overwegend biologisch gekweekte’ planten in de tuin heeft gezet. Er was er een die het licht alleen nog aandoet in de kamer waar ze zit. Er was er een die de afwas doet in een teiltje. Er was er een die alleen nog in de eigen provincie op vakantie gaat. Er was er een die tandapastaresten na het tandenpoetsen bewaart om de wc mee schoon te maken (‘Ruikt heerlijk!’).

In dit land stemt verdraaid niet iedereen BBB. Ik hoorde een gesprek in de trein. De ene man vertelde dat hij sinds corona niet meer had gevlogen, zijn auto had weggedaan en een elektrische fiets had gekocht. De andere biechtte op dat hij helaas nog wel een keer had moeten vliegen, maar dat hij extra zonnepanelen had gelegd en zijn auto nauwelijks meer gebruikte. De andere man zei: ‘Goed bezig.’ In dit land kunnen mensen over het stoppen van de klimaatverandering praten alsof het stoppen met roken is. ‘Goed bezig’: dat zeggen gezondheidscoaches tegen cliënten die ’s avonds met nicotinepleisters op een loopband staan te hollen.

Een paar jaar terug maakte filosoof Jan Bor voor de Boeddhistische Blik de documentaireserie Kan ik de wereld veranderen?. Daarin ondernam hij een zoektocht naar de relatie tussen ‘het ik’ en de wereld om ons heen. Boeddhistisch geïnspireerde filosofen stelden daarin dat de opwarming van de aarde een gevolg is van roofbouw op de aarde die samenhangt met westers subject-objectdenken: ‘ik, het subject, gebruik de aarde, het object, voor wat ik wil.’ In dat denken ontbreekt een besef dat alles met alles samenhangt, dat niets onafhankelijk bestaat van iets anders, dat wie de aarde schaadt zichzelf schaadt.

Nu die aarde snel opwarmt, ondernemen westerse mensen actie vanuit datzelfde subject-objectdenken: ‘Ik, het subject, wil de aarde, het object, redden.’ Maar in tegenstelling tot ‘het verwonden van de aarde’ begint ‘het helen van de aarde’ met een bewustzijn van verbondenheid met alles en iedereen met wie we in hetzelfde schuitje zitten. We bestaan niet onafhankelijk van ’s werelds grootste CO₂-uitstoter China en ook niet van Dubai, waar inwoners in shoppingmalls skiën als het buiten 45 graden is.

Wijlen de Franse filosoof Jean-François Revel werd in de late 20ste eeuw bij zijn landgenoten een mentaliteit gewaar die hij omschreef als ‘ecologisch provincialisme’: het idee dat, als je eigen dorp eenmaal schoon is, de rest van de wereld vanzelf volgt. In de utopische roman Ecotopia van Ernest Callenbach uit 1975 scheiden inwoners van de Amerikaanse westkust zich af van de rest van Verenigde Staten om radicaal duurzaam te gaan leven. De Club van Rome had een paar jaar eerder al gewaarschuwd voor de mondiale de schaal van milieurampen, maar Ecotopia ondervindt na de afscheiding weinig hinder van ecologische wanpraktijken elders.

In de 21ste eeuw weten we dat geen enkel land op eigen kracht een Ecotopia kan worden. De zeven grootste CO₂-uitstoters van de wereld zijn China, de Verenigde Staten, India, Rusland, Indonesië, Brazilië en Japan. De uitspraak van de Hoge Raad in de zaak die de Stichting Urgenda had aangespannen tegen de Nederlandse staat – waarin de overheid werd verplicht de uitstoot van broeikasgassen met een kwart te verminderen – had betrekking op de uitstoot op 0,008 procent van het aardoppervlak.

Nu kun je zeggen: je moet érgens beginnen. Je kunt op dit moment weinig anders dan proberen je eigen gedrag te veranderen en politieke en economische actoren onder druk te zetten. Practice what you preach. Zolang de politiek tekortschiet, moet je hopen dat de individuele benadering dusdanig besmettelijk is dat die op den duur leidt tot een wereldwijde vermindering van de CO₂-uitstoot. Als steeds meer mensen stoppen met vlees eten, krijg je op den duur dat o zo noodzakelijke sneeuwbaleffect. Individueel gedrag van Europeanen zal de opwarming van de aarde op korte noch middellange termijn vertragen, maar het is een signaal aan beleidsmakers en andere wereldbewoners het voorbeeld te volgen.

Het is goed als mensen of organisaties hun individuele acties beschouwen als een beginpunt of een signaal of een intentieverklaring. In de praktijk zie je nochtans dat mensen er méér gewicht aan toekennen. Daarin kan individueel gedrag een bron worden van zelfgenoegzaamheid (‘ik ben goed bezig: nu jij nog’), van competitie (‘ik zit in de kopgroep qua zonnepanelen’), van schaamtegevoelens (‘ik had nooit moeten gaan vliegen’) of een middel om anderen de maat te nemen (‘je zegt je zorgen te maken over de klimaatramp, maar van de week zat je weer in het vliegtuig’).

Typisch voorbeeld van dat laatste waren de reacties die columnist Sander Schimmelpenninck op Twitter kreeg nadat zijn tegenstanders lucht hadden gekregen van een vliegreis: jij kent geen vliegschaamte, hypocriet deugmens. In zijn Volkskrant-column stelde Schimmelpenninck dat ‘de focus op individueel gedrag vooral onzinnig is, want grote verandering komt alleen door regelgeving en systeemverandering’. Ingezonden brieven lieten niet lang op zich wachten: ‘Schimmelpenninck besteedt zijn eigen verantwoordelijkheid liever uit aan de autoriteiten.’

Individualisme lijkt in dit deel van de wereld dermate ver doorgeslagen dat mensen de oplossing van het klimaatprobleem wel degelijk particulier benaderen. Je kunt betogen dat dit te maken heeft met een verschijnsel dat bekendstaat als ‘de controle-illusie’. Daarbij beelden mensen zich een mate van invloed in op verschijnselen die zich aan hun greep onttrekken door zichzelf groter te maken. Wie gelooft dat hij met zonnepanelen of het afwassen in een teiltje bijdraagt aan het voorkomen van een klimaatramp, dicht zichzelf een imaginaire invloed toe. Wie vanwege de klimaatverandering stopt op benzine te rijden, kan alleen maar hopen dat zoveel miljoen Amerikanen en Chinezen dat ook een keer gaan doen.

In zijn boek De kunst van het heldere denken behandelt de Zwitserse filosoof en bedrijfskundige Rolf Dobelli de controle-illusie aan de hand van een experiment waarin twee schakelaars en een lamp fungeerden die niet met elkaar waren verbonden. Proefpersonen bleven hardnekkig op de schakelaars drukken, in de overtuiging dat ze een bepaalde invloed hadden op het licht. Conclusie: het is voor mensen moeilijk te accepteren dat ze ergens géén invloed op hebben. De onderzoekers werden nog iets interessants gewaar: hoe langer proefpersonen geen resultaat van hun inspanningen zagen, hoe meer ze geneigd waren zich extra in te spannen en nog harder op de schakelaars te drukken.

In haar boek Groen, groener, groenst uit 2010 beschrijft de Canadese journalist Vanessa Farquharson hoe acute zorgen over de klimaatverandering haar nopen haar eigen ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te maken. Ze doet haar auto weg, zet haar koelkast uit, wordt veganist, vervangt shampoo door azijn, stopt met make-up en na verloop van tijd ook met toiletpapier. Farquharson is de enige niet die het laatste decennium tot drastische maatregelen is overgegaan. Die opwarming van de aarde gaat onheilspellend snel en zorgt voor paniek, ook, of vooral, op individueel niveau. Steeds meer mensen ervaren concreet gevolgen die hen nopen in hun eigen leven actie te ondernemen.

In Groen, groener, groenst moet Farquharson één keer vliegen voor haar werk. Waar Sander Schimmelpenninck na zijn vliegreis Twitter over zich heen kreeg, krijgt Farquharson harde vermaningen van zichzelf. Maanden na die reis kampt ze nog met schuldgevoelens, want ze heeft haar ecologische voetafdruk in één keer fors vergroot. Het woord vliegschaamte was nog niet gemunt toen zij haar boek publiceerde, maar het verschijnsel bestond al.

Volkskrant-columnist Ibtihal Jadib schreef over schuldgevoelens in het kielzog van de opwarming van de aarde: ‘Individuele consumptie aan het eind van een wereldwijde keten leidt tot steeds meer vormen van schaamte (…). De geseling van het individu lijkt vooralsnog de grootste opbrengst van al dat nieuwe bewustzijn over onze wereldorde, wat mij weinig doelmatig voorkomt. Het heeft iets onnozels om elkaar af te maken over een vakantievlucht naar Spanje terwijl invloedrijke regeringen en grote bedrijven met kabouterstapjes de nieuwe paden betreden.’

Toch nemen mensen elkaar de maat als het gaat om de eigen ecologische afdruk – omdat ze een bepaalde illusie van controle kunnen koesteren, omdat ‘op een groene manier leven’ een statuskwestie kan worden, maar óók omdat we in een cultuur leven waarin ‘goed bezig zijn’ een individuele opgave is geworden. Die cultuur grossiert in zelfhulpboeken met dogma’s als ‘succes is een keuze’. Maar als het gaat om succes in de strijd tegen klimaatverandering, is de uitkomst verbonden met het succes van flink wat anderen. Source: Volkskrant

Previous

Next