Home

Na jaren twijfelen bleken we ons huis op het allerslechtste moment te koop te hebben gezet

Ons huis was inmiddels 283.546 keer bekeken op Funda. Tweehonderddrieentachtigduizendvijfhonderdzesenveertig keer, het Marcel van Roosmalen-effect zullen we maar zeggen. Er waren ook al bezichtigingen geweest, bezoekjes van een half uur waarvoor wij uitweken naar de lunchroom verderop, terwijl stellen over ons behang oordeelden, tegen muren klopten en door onze smaak heen keken. Na afloop belde de makelaar dan altijd met de mededeling dat de kijkers ‘superenthousiast’ waren, maar ondertussen was onze fraaie, karakteristieke, uitstekend onderhouden, vrijstaande woning uit 1910, een topervaring voor de liefhebber! nog altijd niet verkocht. Inflatie, gasprijzen, de hoge rente – na jaren twijfelen bleken we ons huis op het aller-, allerslechtste moment te koop te hebben gezet, op de een of andere manier vond ik dat heel erg bij ons passen.

Wat overbleef was het vage vermoeden dat we hier nooit meer weg zouden komen.

Tenzij we zouden zakken!

Ja dat kon natuurlijk altíjd, zei de makelaar, die het na jaren en jaren van fluitend zakkenvullen ook niet meer gewend was om ineens weer tien keer door hetzelfde huis te moeten banjeren. Maar net als de rest van verkopend Nederland leden wij inmiddels aan verliesaversie en trouwens, áls we zouden zakken zouden we misschien wel echt verkopen, en als we zouden verkopen, waar moesten we dan naartoe?

Het was een kwestie die me vooral ’s nachts bezocht.

Arnhem, we konden naar Arnhem. Stad én natuur, deftig en volks, theater en Vitesse, voor zover daar überhaupt een verschil in zat, en je kreeg er tenminste nog huis voor je geld. Maar hadden we het ervoor over om mijn moeder, de enige overgebleven oma, daarvoor te verlaten? En ja, natuurlijk zou ze daar langs kunnen komen, ze zou een eigen kamer krijgen, een verdieping, een tuinhuis! Maar het zou niet hetzelfde zijn. Geluk schuilt in het terloopse, nooit in het georganiseerde.

Bussum dan, we bezochten één huis.

Prachtig huis, dat wel. Maar zag ik mezelf echt in ’t Gooi wonen? Wisselden we daar niet gewoon de ene monocultuur in voor de andere, maar dan eentje mét geld, wat de zaak eigenlijk alleen maar erger maakte?

Amsterdam dan, de oplossing voor alle problemen, aan de randen maakten we kans. Maar we stapten nog niet binnen of we schoten weer in die oude reflex: zo veel geld voor zo’n hok, geen stad die me sterker het gevoel geeft gek te zijn.

En dan waren er nog de kinderen, die sowieso al rilden bij het idee van een verhuizing. Kinderen hoeven geen debatavonden, kinderen zitten helemaal niet te wachten op een leuke kroeg met kranten op tafel. Die willen voetballen en naar school en voor de rest willen ze een beetje vrijheid en wat lekkers, en daarna laat naar bed in hun eigen kamer. Oma om de hoek.

En zo kroop, heel voorzichtig, en niet serieus, niet echt, maar toch, zo sloop heel voorzichtig de optie ons hoofd binnen om dan misschien maar gewoon te blijven. Dan maar verbouwen, eindelijk werk maken van de zolder. Werk maken van de tuin. Daarmee was het probleem van het saaie dorp dan nog niet opgelost maar was het überhaupt eerlijk onze volwassen behoeften te laten prevaleren? Misschien moesten we eindelijk werk maken van verzoening.

Vorige week hadden we weer een bezichtiging.

Er werd gestofzuigd, de bloemen kregen vers water en even later zaten we met z’n allen in de lunchroom aan de Dorpsstraat waar ze weten wat we willen drinken, de meisjes zich amuseren met boekjes en bolletjes ijs en Marcel altijd vrolijk wordt afgesnauwd door de eigenaar, een ex-Arnhemmer.
Het schijnt dat ze de Noord-Zuidlijn door willen trekken.

Source: Volkskrant

Previous

Next