Het was geen beste week voor petrolheads, mensen met ‘benzine in de aderen’; liefhebbers van alle facetten van de verbrandingsmotor: het geluid, de geur, de mooie techniek. Hoewel het misschien niet met zo veel woorden werd gezegd, werd afgelopen dinsdag, 28 maart 2023, het einde van de verbrandingsmotor aangekondigd. Op deze dag zetten EU-ministers hun handtekening onder wetgeving die de verkoop verbiedt van nieuwe auto's die lopen op benzine of diesel.
Daarmee komt een einde aan het rijk van de verbrandingsmotor, de vinding die complete continenten vorige eeuw welvaart en voorspoed bracht, maar die nu omwille van het klimaat, zijn waterloo zal vinden. Tot verdriet van sommigen, zoals Carlo Brantsen, hoofdredacteur van het tijdschrift van de Knac, een club voor automobilisten ‘die plezier beleven aan autorijden’.
Over de auteur
Bard van de Weijer is economieredacteur van de Volkskrant en specialist op het gebied van de energietransitie. Hij richt zich op de vraagstukken waar consumenten, bedrijven en overheden voor staan.
Brantsen, die al veertig jaar publiceert over auto’s, heeft samen met Bas van Werven (de stem van BNR Nieuwsradio) de podcast Petrolheads, waarin wekelijks op vrolijke toon de liefde voor de verbrandingsmotor wordt bezongen. Van elektrische auto’s zijn Brantsen en Van Werven niet per se liefhebbers. ‘Ik ben opgegroeid met benzine- en dieselmotoren’, zegt Brantsen, ‘en als petrolhead vind ik het jammer dat ze nu zomaar terzijde worden geschoven.’
Dat het rijk van de verbrandingsmotor afbrokkelt, wordt nu al zichtbaar. Na een relatief trage start (niet in de laatste plaats doordat de Duitse, Franse en Italiaanse auto-industrie lange tijd niet stonden te trappelen hun fossiele verdienmodel op te geven), krijgt de elektrische auto nu tractie, zoals dat heet. Inmiddels is een op de acht nieuw verkochte auto’s volledig elektrisch, meldde de Europese autokoepel Acea begin dit jaar. De komende jaren zullen de verkopen naar verwachting verder versnellen.
Nog meer tekenen van verval: het aandeel nieuwe auto’s met een dieselmotor, enkele jaren geleden nog goed voor de helft van de markt, was vorig jaar nog maar 16 procent, blijkt uit cijfers van Acea. Ook de benzinemotor (nu nog nummer-1) verliest snel terrein: van 42 procent in 2021 naar 36 procent. Het aandeel volledig elektrisch groeit snel; 12 procent van de nieuwe auto’s rijdt op een accu, tegen slechts 1,9 procent in 2019. Plug-ins en hybriden hadden vorig jaar ongeveer eenderde van de markt in bezit.
De vraag naar benzine en diesel zal door de groei van elektrisch de komende jaren afnemen, verwachten ook oliemaatschappijen. Zie het Franse TotalEnergies, dat twee weken geleden aankondigde dat het al zijn tankstations in Noordwest-Europa verkoopt. ‘Ze zullen geconfronteerd worden met teruglopende inkomsten uit brandstoffen’, aldus het concern in een verklaring. Elektrische voertuigen zullen meer en meer op kantoor en thuis worden opgeladen en minder vaak een tankstation aandoen, verwacht de olie- en gasmaatschappij.
Het Canadese retailbedrijf Couche-Tard koopt de tankstations van TotalEnergies met het idee de shops om te bouwen tot ‘gastvrije’ locaties, waar snelladende klanten boodschappen kunnen doen – een beetje zoals wachtenden op luchthavens langs parfums en reuzenkokers Toblerone scharrelen.
De kaalslag zal zoals zo vaak het eerst zichtbaar worden in kleine dorpen. Als er minder wordt getankt, zal het steeds lastiger worden de dorpspomp overeind te houden, zegt Stan Berings, die leiding geeft aan het Nederlandse automotive team van adviesbureau PwC. ‘Hoe houd je de bestaande infrastructuur van tankstations in de lucht? Als er steeds minder mensen komen tanken, zullen stations verdwijnen. Ze verliezen hun bestaansrecht.’
‘Ik denk dus dat je wel kunt spreken van het einde van de verbrandingsmotor’, zegt Berings. Volgens de analist hebben autofabrikanten na een periode waarin de uitstootnormen steeds strenger werden, uiteindelijk de strategische beslissing genomen om vol op elektrificatie in te zetten. Een klein deel ziet op langere termijn nog mogelijkheden voor de waterstofauto, maar de verbrandingsmotor verdwijnt richting de uitgang, stelt de analist.
Maar misschien was de afgelopen week toch niet zo slecht voor petrolheads. Want er is nog een sprankje hoop voor de explosiemotor. Immers gelijktijdig met zijn aangekondigde einde, werd op aandringen van Duitsland een groen geitenpaadje aangelegd: na 2035 mogen er toch nog nieuwe auto’s worden verkocht met een verbrandingsmotor, mits die loopt op een duurzame e-brandstof of e-fuel, de afkorting voor electrofuel. Dit zijn synthetische brandstoffen die worden gewonnen uit hernieuwbare energie, in de praktijk groene waterstof en afgevangen CO2.
Uit de uitlaat van een motor die loopt op e-fuels komt weliswaar CO2, maar die is eerder uit de lucht gehaald en daarmee is de cirkel rond en komt er geen extra broeikasgas in de atmosfeer. Een mooi principe, dat op papier het leven van de verbrandingsmotor kan rekken.
Is dat ook zo?
De meeste kenners twijfelen. In 2035 zullen synthetische groene brandstoffen nog altijd schaars en schreeuwend duur zijn, zij het iets minder schreeuwend duur dan nu, is de verwachting. Al zijn er ook die denken dat de prijs de komende jaren enorm kan dalen, als de productie wordt opgeschaald en ze wordt verplaatst naar landen waar straks overvloedig waterstof geproduceerd kan worden uit zon en wind.
De Duitse onafhankelijke auto-analist Matthias Schmidt ziet het niet gebeuren. ‘Voor 99 procent van de automobilisten zal het financieel onhaalbaar zijn om vanaf 2035 volledig op e-fuels te rijden’, stelde hij deze week in zijn blog. Schmidt denkt dat de grote Europese autofabrikanten de komende jaren daarom nauwelijks meer zullen investeren in de ontwikkeling van verbrandingsmotoren.
Ook Berings ziet geen toekomst voor e-fuels. Hij stelt dat de recente discussie over e-brandstof vooral ruis veroorzaakt. ‘Wij denken dat geen enkel groot automerk erop zit te wachten’, zegt hij. ‘Autofabrikanten gaan niet meer grootschalig investeren in de verbrandingsmotor’, taxeert Berings. ‘Euro 7 (de strengere uitstootnorm die in 2025 moet ingaan, red.) is de laatste ronde.’
Er moet ook wel iets gebeuren: qua CO2-reductie, noodzakelijk om klimaatverandering te temperen, loopt de transportsector hopeloos achter. Wereldwijd draait deze nog voor 91 procent op enige vorm van olie, 3 procentpunt minder dan aan het begin van de jaren zeventig, meldde het internationale energieagentschap IEA eerder dit jaar.
Het elektrisch maken van het Europese wagenpark is de snelste weg om een deuk in de CO2-grafiek te slaan. De verbrandingsmotor lijkt dus op weg naar de uitgang.
Tot spijt van onder meer Brantsen van de Knac. Hij zegt verbaasd te zijn dat Duitsland – bakermat en nog altijd heer en meester op het gebied van de verbrandingsmotor – eerder zonder morren akkoord ging met het Europese verkoopverbod in 2035. ‘Dat betekent de sluiting van tientallen motorenfabrieken, met een verlies van een paar honderdduizend banen.’
Al blijven er volgens hem nog exportmarkten. ‘BMW en Mercedes verkopen ook enorm veel in Azië en de Verenigde Staten.’
Berings van PwC denkt dat het tegen die tijd zal meevallen met die exportmogelijkheden. Want alle grote automarkten laten dezelfde ontwikkeling zien. ‘Ook Noord-Amerika en Azië elektrificeren en kijken naar de mogelijkheden van waterstof. Dat zijn de belangrijkste gebieden.’
Berings denkt dat het tempo per regio kan verschillen en her en der zullen andere accenten worden gelegd. ‘Maar je ziet overal dat de fossiele motor verdwijnt en elektrisch ervoor in de plaats komt. Het enige verschil is of die auto met een stekker wordt geladen of wordt volgetankt met waterstof, waar vervolgens stroom van wordt gemaakt.’
Kan e-fuel de aangekondigde dood uitstellen? De analist van PwC denkt van niet. De waterstof die nodig is voor de productie van e-fuels zal tegen 2035 eerder nodig zijn voor industriële toepassingen en voor brandstoffen in de lucht- en zeevaart, verwacht Berings. ‘Daar lijken meer kansen dan voor de personenauto.’
Berings ziet hooguit toekomst voor e-fuels bij nichemerken als Ferrari en Lamborghini, waar beleving een grote rol speelt. Die bestuurders willen graag het motorgeluid horen en kunnen de duurdere brandstof betalen.’ Al werken ook deze merken aan volledig elektrische modellen.
Brantsen is niettemin blij met de nu bedongen uitzondering. Onder de luisteraars van zijn podcast en de lezers van het tijdschrift zijn veel eigenaren van klassieke auto’s, die vreesden na 2035 geen benzine meer te kunnen kopen, zegt hij. Zij rijden helemaal niet zo veel met hun auto, misschien 1.500 kilometer per jaar, schat hij. ‘Dankzij de Duitse interventie gaan we nu op een zachte landing af en is er na 2035 ook nog brandstof voor deze auto’s.’
Overigens vallen klassiekers niet onder het verbod, omdat ze immers vóór 2035 zijn geproduceerd, net als de vermoedelijk 8 miljoen fossiele auto’s die begin volgend decennium alleen al in Nederland zullen rondrijden. Deze immense vloot zal uiteindelijk moeten draaien op een CO2-arme vorm van brandstof, vermoedelijk vooral biobrandstof.
Brantsen verwacht ook dat het grootste deel van de auto’s straks elektrisch zal zijn. ‘Maar er is niks tegen een mix van brandstoffen: vooral elektrisch, met een deel waterstof en een deeltje e-fuels. Ik ben wel bang dat in 2034 (het laatste jaar voor het Europese verbod, red.) heel veel benzineauto’s verkocht zullen worde Source: Volkskrant