Een van de mooiste complimenten die de Amerikaanse schrijver George Saunders kan krijgen is ‘een positieve holy shit’ . ‘Dat betekent dat diegene geen idee heeft wat er allemaal in het verhaal is gebeurd’, zegt Saunders via een videoverbinding.
Dat gevoel zal de lezer ook hebben bij ‘Bevrijdingsdag’, het titelverhaal van zijn nieuwste, onlangs verschenen verhalenbundel. De eerste vijftien pagina’s heb je geen idee in wat voor universum de personages zich bevinden. Langzaam ontvouwt zich dat een oude, rijke man drie mensen heeft gekocht die hij een geheugen inplugt, waarna ze geprogrammeerd zijn om voor een publiek veldslagen na te spelen.
‘Deze raamvertelling zou eigenlijk helemaal niet moeten werken, zeg ik in alle bescheidenheid’, aldus Saunders. ‘Het gaat op en neer tussen heden en verleden. Tussen de verhaallijn over de ‘artiesten’ en de verhouding tot hun eigenaar, en de verhaallijn waarin de 19de-eeuwse veldslagen zich afspelen. 90 procent van mijn energie zit in het soepel laten afwisselen van die twee.’
George Saunders (1958) wordt geroemd door zijn collega’s. Hij laat het haast onmogelijke er moeiteloos uitzien, zei de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen. Zijn collega Zadie Smith noemde Saunders de grappigste en best schrijvende satiricus uit de Verenigde Staten sinds Mark Twain (1835-1910). ‘Hij zal nog lang na deze tijd gelezen worden.’ Time Magazine schaarde hem in 2013 onder ’s werelds honderd invloedrijkste personen en beschreef hem toen als de beste verhalenschrijver van het Engelse taalgebied.
De roem is Saunders, een praktiserend boeddhist, niet naar het hoofd gestegen. In gesprek met de Volkskrant toont hij zich – in houthakkershemd en met muts – bijzonder beminnelijk. Eerst biedt hij zijn excuses aan omdat hij pas ’s middags tijd heeft – in Nederland is het dan na middernacht, hij woont in Los Angeles. Op de vraag hoeveel tijd hij heeft voor het interview, zegt hij: ‘Als je zeven of acht uur nodig hebt, is dat helemaal in orde.’
‘Die verwarring en onzekerheid in het begin, waarna langzaam maar zeker alles op zijn plek valt – dat vind ik een mooi proces. Bij jazz heb je dat ook. De eerste noten van Coltrane zijn evenmin verwelkomend.’
‘Ik experimenteer graag met stemmen. Als ik een hoofdpersonage, Jeremy in het geval van ‘Bevrijdingsdag’, een chip in zijn hersenen kan stoppen, zou ik de mogelijkheid krijgen speels te zijn, bedacht ik.
‘Vervolgens wilde ik dat hij een lang toneelstuk zou spelen. Toevallig had ik net uit interesse onderzoek gedaan naar George Armstrong Custer, een cavaleriecommandant tijdens oorlogen tussen de Verenigde Staten en de inheemse bevolking.
‘Ik begon die twee verhaallijnen door elkaar te gooien, als in een soep. Daar zit verder geen groot thematisch idee achter, geen filosofische intentie, alleen vrolijke gekkigheid. Dan is het zaak om net zo lang te roeren tot die gekkigheid iets wezenlijks gaat zeggen.’
‘Ik heb liever niet dat een verhaal een metafoor is. Als lezers denken dat verhalen voor iets groters moeten staan, voelt het alsof ik ze mijn gedachten probeer op te dringen. Dus probeer ik een verhaal zo particulier en driedimensionaal mogelijk te vertellen. Ik hoop dat lezers die hoofdpersoon dan worden, waarna ze zich bewust worden van allerlei vormen van onderdrukking: van slavernij tot werken bij de McDonald’s.’
‘Ik heb geprobeerd het opbeurender te laten eindigen, maar dat voelde geforceerd. Als je in de Verenigde Staten van 1850, de tijd van de slavernij, in het hoofd en het hart van een zwarte man kan kijken, zie je hoe wreed het universum kan zijn.’
‘Bevrijdingsdag’ telt zeventig bladzijden – Amerikaanse korte verhalen zijn minder kort dan Nederlandse. Het kan gerust een typisch George Saunders-verhaal worden genoemd. Het heeft een diep humanistische boodschap, verpakt kapitalismekritiek in dystopische sciencefiction, maar is tegelijkertijd erg grappig.
In de door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes vertaalde bundel Bevrijdingsdag staan ook conventionelere verhalen, voor zover verhalen van Saunders ooit conventioneel zijn. ‘De doortastende moeder’ gaat over een gefrustreerde schrijfster die overal verhalen in ziet. Zoals in ‘Het Degelijke Blikopenertje’ of ‘Het Pindakaasdingetje Dat Zich Opofferde Om De Andere Pindakaasdingetjes In De Doos Te Redden’.
In ‘Liefdesbrief’ legt een opa aan zijn kleinzoon uit hoe het land waarin ze wonen zo heeft kunnen veranderen – uit de tekst blijkt dat ze nu in een autocratie leven. ‘Wat zou je willen dat ik gedaan had?’, vraagt de opa. ‘Wat zou je zelf gedaan hebben?’
‘Zeker. Door Trump ben ik mijn vertrouwen in de mensheid gaan herevalueren. Misschien had de schrijver van Tien december, dat uitkwam in de Obama-jaren, Bevrijdingsdag op een andere manier kunnen laten eindigen, een manier die benadrukt dat mensen goed kunnen zijn. Maar iedere keer dat ik dat nu probeerde, voelde het verkeerd. Ik wil niet gemakzuchtig optimistisch zijn. Een schrijver moet een goede student van de menselijke aard zijn. Dit zijn daarvoor interessante tijden.’
‘Eerst op een laptop. Als ik een zekere hoeveelheid tekst heb, print ik die en ga ik er met een potlood doorheen. Je brein verwerkt tekst beter van papier, las ik ergens. Vervolgens voer ik die wijzigingen door op de computer en begint het proces opnieuw. Dat doe ik zo’n vier keer op een dag.’
‘Ik sta op rond zeven uur. Ik zorg voor onze twee katten en loop met de hond. Vervolgens mediteer ik een uur en ga ik aan het werk. Ik heb een obsessieve relatie met het schrijven, dus soms ga ik door, ook al heb ik geen energie meer. Dan maak ik fouten die ik de volgende dag weer kan herstellen.’
‘Ik denk dat het iets neurochemisch is. Ik ben altijd obsessief geweest. Ik word blij als ik één taak heb waar ik me volledig op kan storten.
‘Volgens mij vereist het ambacht schrijven dat je het peinzende, analytische gedeelte van je brein voor de gek houdt om zo bij een soort onderbewustzijn terecht te komen. Maar daarvoor heb je veel geduld nodig: dat onderbewustzijn doet er alles aan om zijn parels voor je te verbergen. Tijdens mijn studie bouwkunde heb ik geleerd dat je maar lang genoeg door moet gaan. In de nacht beleefden we wetenschappelijke doorbraken die met een rationele blik misschien onmogelijk waren geweest.’
‘Dat hangt ervan af. Ik ben nu bezig met de 48ste versie bezig van een verhaal van vijftien pagina’s. Met ‘De Semplicadagboeken’, dat in 2013 is verschenen in de bundel Tien december, ben ik twaalf jaar bezig geweest.’
‘Aan elk verhaal begin ik speels, dingen uitproberend. Op een gegeven moment komt er een cruciaal punt waarop het verhaal moet escaleren, waarop je moet bepalen waar je heen gaat. Bij ‘De Semplicadagboeken’ bleef ik dat deel herschrijven, polijsten, maar ik kwam er gewoon niet uit. De energie bleef daar wegvloeien. Tot ik dat ineens niet meer had en ik zonder enig bezwaar voorbij dat punt las. Maar dat duurde dus even.’
‘Zeker. Deels vanwege mijn ego, maar ook omdat ik ervan kan leren. Vooral van de negatieve.’
‘Ik kan me niet meer herinneren van wie het kwam, maar iemand schreef dat Saunders beter uit liefde schrijft dan uit woede. Ik had eerst een hekel aan die recensie, maar een paar maanden later dacht ik: de auteur heeft gelijk.
‘Als ik met een liefdevol brein schrijf, ben ik begripvol, bescheiden, genereus. Met een boos brein komen mijn linkse, liberale impulsen naar boven en zie ik alleen dingen die mijn vooroordelen bevestigen. Dat zijn de gedachten van een oude man.’
‘Het grote gevaar is de automatische piloot. Maar ik denk niet dat die eindes deprimerend zijn, al heb ik ze misschien eerder ook zo omschreven. Ik zou ze ongelukkig willen noemen. Als wij met een gat in een boot zitten zonder emmers in het midden van de oceaan en we zeggen dat er niets aan de hand is – dát is deprimerend. ‘Fuck, we zinken’ is misschien geen blije reactie, maar wel een eerlijke.
‘Ontkenning is de Amerikaanse nationale zonde. Na een school shooting bidden we. Het biedt troost als een lezer het idee heeft dat de schrijver de waarheid probeert te vertellen. Als ik Flannery O’Connor lees, of Gogol, krijg ik niet het vrolijkste beeld van de mensheid, but boy, are they truthful.’
Saunders is een groot liefhebber van de Russische meesters uit de 19de eeuw. Twee jaar geleden publiceerde hij Een duik in een vijver in de regen – Waarin vier Russen een masterclass geven over schrijven, lezen en het leven. Hij baseerde het boek op colleges creatief schrijven die hij geeft aan de universiteit van Syracuse, een opleiding die jaarlijks zes schrijvers kiest uit zes- à zevenhonderd aanmeldingen.
In het boek staan zeven verhalen afgedrukt, die behalve door Gogol zijn geschreven door Tsjechov (driemaal), Tolstoj (tweemaal) en Toergenjev. Die verhalen worden gevolgd door grondige, aanstekelijke analyses van Saunders.
‘Mijn roman Lincoln in de Bardo was zo succesvol in de Verenigde Staten (Saunders won er de Booker Prize mee in 2017, red.) dat ik daarmee al mijn schrijversdromen had gerealiseerd. Misschien is het tijd voor iets anders, dacht ik. Ook wil ik niet blijven schrijven als ik geen nieuwe dingen leer over mijzelf of over het schrijven. Maar het boek leerde me dat er nog genoeg te ontdekken valt.’
‘Mijn verhalen werken op een simpele manier, vergeleken bij Tsjechov. Ze vertonen weinig gevoeligheid, vergeleken Source: Volkskrant