Ik ben een Bob Ross-puzzel van duizend stukjes aan het leggen. Dat is een puzzel van een schilderij van Bob Ross. Als u niet weet wie Bob Ross is... Het spijt me, ik denk niet dat we verder moeten praten. Goedemiddag.
Ik heb ’m gewonnen bij een bingo: de enige manier waarop ik ooit aan een Bob Ross-puzzel zou komen. Toen ik bingo had (hysterische vreugde) mocht ik naar de cadeautjestafel om iets uit te zoeken. De blender zag er begeerlijk uit, maar alleen omdat die als enige op de tafel een zekere financiële waarde vertegenwoordigde. Toch liet ik ’m staan ten faveure van de Bob Ross-puzzel, vanuit de gedachte dat een blender vast nog weleens vanzelf in mijn leven zou komen, terwijl ik waarschijnlijk zou sterven zonder ooit een Bob Ross-puzzel te bezitten, als ik deze niet meenam.
In mijn achterhoofd dacht ik: fijn, een puzzel, daar word ik ontspannen van. Ik heb namelijk best een onrustig karakter, en ’s avonds kijk ik allemaal drukke dingen met ontploffingen en gemene mensen, waardoor ik veel te gespannen ben om op tijd naar bed te gaan. In plaats daarvan wilde ik vaker een boek lezen, had ik al besloten, maar ook een puzzel leek me wel iets waarvan ik op organische wijze slaperig zou worden.
Ik had alleen gerekend buiten mijn obsessieve aard. Als iets eenmaal mijn aandacht weet te trekken (en dat is, zoals mijn vrouw en kinderen tot hun frustratie kunnen beamen, bijzonder lastig), dan laat die het niet snel los. En een puzzel gijzelt mijn hele werkgeheugen en alle subsystemen. Dat ik als kind uren en uren boven zo’n ding bleef hangen was ik vergeten, omdat het indertijd geen probleem was. Maar nu, als volwassene met afspraken en verantwoordelijkheden, dreigt het mijn leven volledig te saboteren. Of ik nu mijn zoon moet ophalen uit school, een vergadering heb met belangrijke mensen of gewoon godverdomme nu echt naar bed moet want over een paar uur moet ik alweer opstaan: Ik. Kan. Niet. Stoppen.
Alles leidt tot iets anders, dat is het probleem. De rand lukt nog wel, en volgens het plaatje op de doos komt de struik dan daar vast aan de rivier. Nou heb ik hier een stukje met een pluppeltje blauw van het water en een pluppeltje bruin van de struik, maar er zit ook een pluppeltje roze van de wolk op. Begint de wolk dan daar al? Maar dan komt de berg toch iets lager uit dan ik dacht, en in dat geval moet de rivier... O, het past hier, fijn. Ja, maar dan begint de boom er meteen onder. Heb ik ergens een stukje wolk met een stukje boom met een pluppeltje rivier?
En zo blijf ik permanent één stukje verwijderd van de oplossing. Dat ene stukje moet ik vinden voordat ik kan stoppen, maar het wordt steeds een ander stukje.
Hoe heet die Griekse vent ook alweer die steeds net niet bij het fruit kon?
Je leert Bob Ross wel goed kennen zo. Alle bladeren stippelt hij zus, alle bergen veegt hij zo, en het water raakt de oever altijd met een wit lijntje. Altijd. Overal. Waardoor ieder stukje eigenlijk overal op de puzzel zou kunnen horen.
Duizend stukjes, dat zijn er een hoop.