Home

Langs de toppen van de Ronde van Vlaanderen

Nog 45 km te gaan.

Koppenberg, lengte 600 meter, hoogteverschil 63 meter, stijgingspercentage gemiddeld 11 %, max. 20 %. In de editie van 1987 ploetert koploper Jesper Skibby bijna stapvoets naar boven als hij wordt aangetikt door de auto van de wedstrijdleiding. Die rijdt over zijn fiets heen. De Koppenberg verdwijnt als gevolg van het incident tot 2002 uit het parcours.

Het beroemdste deel van de Koppenberg heet niet de Koppenberg maar het Steengat. Verzonken tussen wallen vol nawinters struweel en kale knotwilgen klautert de mild glanzende kasseistrook vanuit het witte dorpje Melden omhoog. Dit is beschermd erfgoed. Alleen het schrapen van wegglijdende wielerschoenen doorbreekt de stilte. Een eenzame fietser heeft het halverwege opgegeven en strompelt te voet omhoog.

Boven, waar het asfalt begint, woont Johan Van de Wiele (69) in een witte bungalow met ruim bemeten schoorsteen al zo’n 20 jaar aan het parcours. ‘Je kunt de ganse dag de deur niet uit, maar ik heb er geen moeite mee. De Ronde is de Ronde.’ Hij loopt de oprijlaan af om de renners op armlengte te zien passeren. Wat hem opvalt: het is hier minder druk, sinds de koersdirectie het peloton meerdere keren over de nabijgelegen Oude Kwaremont en de Paterberg stuurt. ‘Hier komen ze maar één keer langs. Daar heb je vip-tenten. Hier, iets naar beneden, een fanzone, met friet, pintjes en een groot scherm. Het is ook nog niet zo simpel hier te geraken. Je moet een heel eind te voet.’

Over de auteur

Rob Gollin schrijft sinds 2016 over sport voor de Volkskrant, vooral over wielrennen. Eerder was hij algemeen verslaggever, kunstverslaggever en correspondent in België.

Nee, zelf is hij hier nog nooit naar boven gefietst, ook niet sinds hij een elektrisch aangedreven ros heeft. ‘Mijn vrouw wel. Ik kom altijd van de andere kant. Dat is makkelijker.’ Linda is erbij komen staan. Wie zien ze het liefst winnen, deze zondag? Zij: ‘Wout van Aert.’ Hij: ‘Van mij mag het gerust Remco Evenepoel zijn.’ Zij: ‘Die is er niet bij.’ Hij: ‘Aha. Dan ben ik voor de beste.’

Nog 37 km te gaan

Taaienberg, lengte 800 meter, hoogteverschil 45 meter, gemiddeld 5,6 %, max. 18 %. De klim heeft als bijnaam de Boonenberg. In tal van Vlaamse koersen viel Tom Boonen hier aan, niet zozeer om de wedstrijd te beslissen, maar om de benen te testen. In januari is boven een standbeeld van zijn onderstel geplaatst, in brons gegoten, inclusief littekens.

Betonplaten vormen het begin van de Taaienberg. Verderop bieden gootjes de mogelijkheid aan de marteling op de kasseien te ontkomen. Francine De Wolf (80) woont al 54 jaar bovenaan. Haar woning heeft rolluiken boven en beneden en gevelankers voor de sier. Voor de Ronde kunnen familie en vrienden parkeren op de tegels en het grind voor het huis, ze moeten wel eerst even bellen of er nog plek is.

Ze wil eerst gezegd hebben dat ze houdt van de koers. Ze geniet van de wedstrijd zelf, al keek ze er wel van op dat een vrouw met haar kind een keer zomaar bij haar in de tuin ging spelen, terwijl haar man aan de weg zat te kijken. Het is de dag ervoor die haar liefde voor de fiets op de proef stelt. Dan komen 16.000 recreanten voorbij. Ze stoppen vaak na de klim. Ze zetten de fiets tegen de poort. Vroeger lieten ze kippenboutjes achter, nu zijn het verpakkingen van gelletjes. Ze heeft meegemaakt dat ze pardoes het duivenkot van haar man zaliger in liepen en gereedschap pakten, vijzen en sleutels. De laatste jaren gaat het wat beter. Er zijn gelukkig toiletten geplaatst.

Dan vraagt ze: heeft u de benen van Boonen al gezien? Hier tegenover, op een plateau? Ze was bij de onthulling. ‘Tom is een joviale vent. Ik sprak hem aan als meneer Boonen. Zeg maar Tom, zei hij. Ik vroeg: waarom alleen maar de benen? Had uw buste er niet bij gemoeten? Tom zei: ik denk dat het geld op was.’

Nog 26 km te gaan

Oude Kruisberg, lengte 1,4 kilometer, hoogteverschil 73 meter, gemiddeld 5,4 %, max. 10,9 %. De drukkere en parallel lopende Kruisstraat, geplaveid met asfalt, is bekender. Daar voltrok zich de bloedstollende ontknoping van het WK in 1988. De Canadees Steve Bauer reed de Belg Claude Criquielion in de hekken, waarna de Italiaan Maurizio Fondriest op het podium de regenboogtrui mocht aantrekken.

Het hoogste punt van de Oudestraat, de officiële benaming van de Oude Kruisberg, mag dan zijn gelegen bij de aansluiting op de provinciale weg tussen Ronse en Oudenaarde, er is gelegenheid wat extra meters te winnen. Op de hoek torent een weelderige villa op een bult boven hoge struiken uit, een oprijlaan leidt naar de tuin met terrassen en trappen aan de achterzijde, vol buxus en beeld.

Nicolas Lecluse (59) en Sylvie De Keukeleire (58) begonnen hier dertig jaar geleden restaurant Boeckhaege. Zes jaar gingen op aan de renovatie van het toen leegstaande en haveloze pand. Het dateert van vlak voor de voorlaatste eeuwwisseling, neergezet in opdracht van een advocaat-industrieel uit de voormalige textielstad beneden. De eigenaren hebben net de verbouwing tot een vakantiewoning voor 14 tot 20 personen achter de rug. ‘We waren te jong om te stoppen en te oud om verder te doen’, verklaart Lecluse de metamorfose. Ze zijn opengegaan op 31 maart, net op tijd voor de Ronde.

‘Dat was altijd het grootste feest. De capaciteit van het restaurant was 60 personen, maar die dag zaten hier altijd 100, 120 man. We serveerden oesters, kreeft, tapas, we hadden barbecues staan. En als de koers langs kwam, ging iedereen naar beneden om te kijken. Dan weer terug omhoog, naar de tv en om te pronostikeren, voorspellen wie gaat winnen. We zullen het gaan missen.’

Lecluse fietste als recreant vaak de dag vooraf op het parcours. ‘Alle afstanden heb ik zo’n beetje gehad, van 75 tot 270 kilometer. Maar nu niet meer. Dat is echt gedaan.’

Nog 17 km te gaan

Oude Kwaremont, lengte 2200 meter, hoogteverschil 93 meter, gem. 4,6 %, max. 11 %. In 2017 gaat Peter Sagan op jacht naar koploper Philippe Gilbert. Hij haakt met zijn arm in een jasje dat over de hekken hangt. In zijn val neemt de wereldkampioen Greg Van Avermaet en Olivier Naesen mee. Later blijkt het jasje van een Nederlander te zijn, uit Geesteren.

Al dagen voor de doortocht, neemt de organisatie van de Ronde bezit van de Oude Kwaremont. Op verschillende plaatsen verrijzen paviljoens onder wit tentdoek, de plekken waar genodigden aan tafel schuiven, voor een meergangenmenu met cava of champagne. De fermette van Lien Dewitte (33) raakt deze dagen vrijwel ingesloten. ‘Het lijkt wel of het er elk jaar meer zijn.’ Acht jaar woont ze hier, met man en twee kinderen. Een gevel grenst op zo’n anderhalve meter aan de kasseien. Dit is de Schilderstraat. Het is de uitloper van de klim. Veel toeristen denken dat het na het dorpje Kwaremont gedaan is, ze slaan erna dikwijls meteen linksaf. Het is te vroeg.

Ze is geen liefhebber, bekent Dewitte. ‘Ik ken niks van de koers.’ Ze zijn hier komen wonen vanwege de natuur. Aan de overkant is het Kluisbos, beneden in het dal ligt het kleinere Feelbos. Ze nemen de drukke dagen op de koop toe - er passeren hier meer wedstrijden dan alleen de Ronde. Voor de hoogmis komt wel geïnteresseerde familie langs, de avond ervoor, ze zetten hun caravan op de oprit. Dewitte: ‘Ik moet zeggen: de organisatie is goed. Er staan hekken langs de weg, na de wedstrijd komen vrijwilligers het afval opruimen. Maar er belandt nogal wat troep in de weide van onze pony’s. We zetten ze toch maar op stal als het zover is.’

Toch heeft dit huis een favoriet: Dries Devenyns van Soudal-Quick-Step is de vader van een klasgenootje van een van de kinderen. Ze weten alleen niet zeker of hij er zondag bij is.

Nog 13 km te gaan

Paterberg, lengte 360 meter, hoogteverschil 46 meter, gem. 12,8%, max. 20 %. Wie hier het eerst boven is, maakt grote kans op de zege. In 2021 ging de latere winnaar Kasper Asgreen Mathieu van der Poel net vooraf. In 2020 was de Nederlander eerder boven dan Wout van Aert. Hij klopte hem in de eindsprint. Daarvoor wonnen eenlingen die er al leidden: Philippe Gilbert (2017), Niki Terpstra (2018) en Alberto Bettiol (2019).

De Paterberg als klim is nog jong. Een legende wil dat het steile weggetje in 1985 is geplaveid door een boer uit de buurt die jaloers was op de aandacht die tijdens de koers uitging naar de Koppenberg. Voor de ontrafeling volstaat een telefoontje naar iemand die tien jaar op de top woonde: slager Paul Van De Walle (72).

‘Onze beenhouwerij is beneden, in Berchem. Ik ging altijd in een Renault 4 de Pater af. Dat was toen een aarden weg met veel stenen. In de winter startte de auto vaak niet. Dan duwde ik hem naar het begin van de helling en dan gingen we bergaf. Koppeling los en hij sloeg meteen aan. Een vriend van mij was schepen van openbare werken. Ik vroeg: Philippe, pak die berg een keer aan. Niet lang daarna hoorde ik: Paul, het is in orde. We gaan betonneren. Toen heb ik gezegd: doe kasseien! Je zult zien: vroeg of laat komt de Ronde van Vlaanderen hierlangs. Er lag ergens nog een restpartij. Een jaar later lag de Pater voor het eerst in het parcours. De berg is zelfs scherprechter in de koers, dat had ik niet voorzien.’ Hoe kijkt hij aan tegen de drukte van nu? ‘Ach, die ene dag per jaar is goed te aanvaarden.’ Nee, hij gaat er zelf niet kijken. Hij heeft het nooit zo’n fijne plek gevonden, ondanks het uitzicht op de Scheldevallei. De Pater staat bekend als ‘waaiberg’. ‘Er is altijd wind, je kunt er maar een paar dagen lekker buiten zitten.’ Op de zondag is hij steevast te gast in Kwaremont: de schepen van toen is er bur Source: Volkskrant

Previous

Next