Home

Dit is gaslighting, een geniepig soort manipulatie die slachtoffers totaal van de wijs brengt

Met de beschuldiging van ‘gaslighting’ wordt grif gestrooid, en tegelijkertijd blijft deze vorm van partnergeweld vaak onder de radar. Wanneer is gaslighting als begrip nuttig, en wanneer gooit het alleen maar olie op het vuur?

Opvallend wel dat, van alle artikelen in deze krant, jij uitgerekend dít stuk zit te lezen. Veelzeggend. Voel je je soms aangesproken door dat woord ‘gaslighting’, komt dat manipulatieve gedrag jou misschien bekend voor? Weet je, jij kunt er eigenlijk niets aan doen, je bent ook zo verwaarloosd als kind. Jawel, dat ben je wel, dat herken ik uit de verte. Luister, ik kan je helpen. Maar dan moet je nu wel met jezelf aan de slag gaan, in plaats van landerig door dit magazine te bladeren. Ik denk dat jij precíés weet waar ik op doel. Waarom schiet je nou gelijk in de verdediging? Je bent zo emotioneel. Rustig! Nee, je bent niet écht rustig. Wat zegt dit over jou, dat je het allemaal zo hysterisch opneemt?

Oké oké, dit was gewoon een poging om je als lezer te laten voelen hoe het is om gegaslight te worden. Je weet wel, die manipulatietechniek waar het de laatste tijd zo veel over gaat, maar die ook in nevelen blijft gehuld. Want wat is dat toch voor eigentijds begrip, dat het zelfs heeft geschopt tot Woord van het Jaar 2022 bij de Amerikaanse woordenboekenmaker Merriam-Webster? Wat is het precies, wie doet zoiets eigenlijk, en is het een nuttig label om op conflictsituaties te plakken?

De gepensioneerde Mieke (76) heeft lange tijd getwijfeld. Maar sinds ze over gaslighting heeft gelezen, weet ze achteraf zeker dat ze er slachtoffer van is geweest. Toen ze als docent op een mbo-opleiding werkte, werd ze naar eigen zeggen op een listige manier aan het wankelen gebracht door haar jongere collega Jojanneke. ‘Ik had van meet af aan een moeilijke verhouding met haar, ze was heel ambitieus en ze zag in mij ten onrechte een rivaal.’ Al gauw nadat Jojanneke op haar afdeling was komen werken, begon Mieke documenten kwijt te raken. ‘De eerste keer was het een stuk van een examentekst. In die tijd was nog niets gedigitaliseerd, dus ik raakte volledig in de stress, maar ik dacht: het zal wel aan mij liggen. Ik ben weleens een beetje verstrooid, van die onzekerheid maakte zij misbruik.’

Er verdwenen meer originele stukken van Miekes bureau. ‘En het was altijd Jojanneke die zei: ‘Je bent zo rommelig.’ Ze bood steeds aan mij te helpen om ‘orde te scheppen’.’ Toen vond Mieke een verscheurd examendocument terug in een prullenbak die niet was geleegd. ‘Ik wist gewoon dat Jojanneke erachter zat, maar ik had geen bewijs. De directeur ging niet mee in mijn redenering: ik was in zijn hoofd al de slordige werknemer geworden.’ Toen Jojanneke een andere baan kreeg, verdween er ineens nooit meer iets van Miekes bureau. ‘Ik heb me er nog lang naar over gevoeld, want het mysterie is officieel nooit opgelost. Mijn naam is nooit helemaal gezuiverd.’

Twijfelen aan jezelf, je stappen nagaan, in verwarring raken over je eigen doen en laten, zelfs je herinneringen: dat is wat slachtoffers van gaslighting ervaren. Gaslighten is een manipulatietechniek waarmee je iemand ondermijnt in zijn of haar eigen herinneringen, percepties en oordeelsvermogen, om zo controle over de situatie te krijgen. Dat manipuleren gebeurt soms onbewust: de gaslighter kan zelfs denken dat hij het beste voor heeft met het slachtoffer. En alle specialisten zijn het erover eens: zelfs met zo’n definitie in de hand, is het verrekte lastig te bepalen of er ergens gegaslight wordt, want gaslighting zit niet in één opmerking of actie, maar is een subtiel en glibberig proces, dat vaak gefragmenteerd verloopt – en waarin ook omstanders, zelfs de meest doorgewinterde psychotherapeuten, voor de gek kunnen worden gehouden.

De term ‘gaslighten’ heeft decennialang liggen sluimeren in het lexicon van psychologische termen. Het dook weleens op in wetenschappelijke publicaties, met een verwijzing naar het toneelstuk Gas Light (1938) van de Britse toneelschrijver Patrick Hamilton, of nog vaker de gelauwerde Hollywoodverfilming uit 1944. Ingrid Bergman speelt daarin Paula, een pasgetrouwde, welgestelde jonge vrouw, die gestommel begint te horen op zolder, kostbaarheden kwijtraakt, en de gaslampen in haar huis zonder reden ziet flikkeren. Ze nadert langzaamaan een zenuwinzinking. Haar man Gregory maakt zich zorgen om haar, en zegt dat ze hallucineert.

De film inspireerde de aan de universiteit van Yale verbonden Amerikaanse psychoanalyticus Robin Stern tot het schrijven van de bestseller Het gaslight effect (2007): ‘Er zit één veelzeggend voorval in de film waarin het hele proces is vervat’, vertelt ze via een Zoomverbinding vanuit haar thuiskantoor in New York. ‘Gregory doet Paula een broche, een familie-erfstuk, cadeau. Ik stop hem in je tas, zegt hij, goed opletten, want je bent altijd zó vergeetachtig. Paula wuift die opmerking nog weg, waar heeft hij het over? Even later zoekt ze er radeloos naar: voor de kijker is duidelijk dat Gregory erachter zit. Paula raakt vertwijfeld: is ze dan inderdaad zo vergeetachtig?’

Het personage Paula doorloopt hier volgens Stern in één ruk alle drie de fases van gegaslight worden: eerst ongeloof, dan volgt verzet, en ten slotte de totale omarming van het perspectief van de gaslighter. Uiteraard blijkt gluiperd Gregory verantwoordelijk te zijn voor de buitenissige gebeurtenissen in huis. Gregory wil Paula laten opnemen in een inrichting, zodat hij er met haar geld vandoor kan. De flikkerende gaslampen worden het symbool voor een geniepig soort manipulatie.

Als sociologisch fenomeen duikt gaslighting voor het eerst op in 1969, in een publicatie in The Lancet, waarin gevallen worden beschreven van mensen die door familieleden een psychiatrische instelling in werden gemanipuleerd. (De besloten instelling was tot laat in de vorige eeuw overigens ook een beproefde methode van mannen om van hun overtollige echtgenotes af te komen, zoals wordt betreurd in Dolly Partons Daddy come and get me). In de decennia erop wordt het begrip vooral van stal gehaald om manipulatie in de relationele sfeer te beschrijven. Zoals in het paper Gaslighting: A Marital Syndrome, waarin gaslighting wordt beschreven in de context van overspel: de bedrogene die onraad voelt, wordt door de overspelige voor gek versleten (‘Ik lieg niet, jij ziet spoken!’).

Dan, in 2016, krijgt het woord gaslighting ineens cultureel momentum. De reden is de verkiezing van Donald Trump, en zijn geslepen gestrooi met ‘alternatieve feiten’. Trump dwingt mensen ertoe feiten die ze dachten te kennen opnieuw na te gaan, brengt hele menigten ertoe die te betwijfelen. Critici, met name vrouwen, zet Trump weg als labiel, gek of neurotisch. Hij wordt bestempeld tot gaslight-veelpleger, en het begrip gaslighten dient vanaf nu ook voor politici die moedwillig een loopje nemen met de werkelijkheid. Het wetenschappelijke instituut The American Dialect Society verkiest gaslighting tot ‘nuttigste term van het jaar 2016’.

‘Vooral online werd de link gelegd tussen Trumps gedrag en gaslighting’, zegt Natascha Rietdijk, die aan Tilburg University promotieonderzoek doet naar ‘collectief gaslighten’, waarbij hele groepen worden misleid.

‘Bijvoorbeeld toen hij keihard loog over het aantal mensen bij zijn inauguratie, terwijl op camerabeelden gewoon te zien was hoe leeg het veld was. Hij zaaide verwarring en twijfel bij mensen: heb ik het nou niet goed gezien? Proberen de mainstreammedia ons te misleiden?’ Rietdijk onderzoekt de overlap tussen gaslighting en zogenoemde ‘post-truth politics’ waarbij politieke leiders feiten verdraaien, kritiek diskwalificeren en de massa overspoelen met tegengeluiden. En alhoewel Trump bekend werd als virtuoos gaslighter, is Vladimir Poetin de grootmeester van het politieke gaslighting-gilde.

Een gaslightcultuur, zo noemt therapeut Robin Stern het huidige tijdsgewricht van onzekerheid en angst, achterdocht en desinformatie. ‘We worden overspoeld met golven aan informatie waarvan we weten dat die mogelijk niet klopt. Die gemengde signalen zorgen voor zowel persoonlijke als culturele verwarring’, schrijft ze in haar bestseller Het gaslight effect. Het feit dat iedereen online zijn ‘eigen onderzoek’ kan doen, draagt bij aan de chaos.

Sterns zelfhulpboek kwam dankzij Trump opnieuw onder de aandacht, maar het richt zich vooral op de interpersoonlijke variant. In het meer recente The Gaslight Recovery Guide wijdt Stern een hoofdstuk aan gaslighting op de werkvloer: bijvoorbeeld als stelselmatige klachten over de werkdruk altijd bij de werknemer worden gelegd. Maar je kunt ook worden gegaslight door de directie: als ze klachten over seksisme, leeftijdsdiscriminatie of racisme wegwuiven, of stellen dat je wel érg lange tenen hebt.

De nadruk in Het gaslight effect ligt op romantische relaties. ‘Ik zag in mijn behandelkamer vaak zelfstandige vrouwen die in het bijzijn van hun partner onzekerder werden over zichzelf’, zegt Stern. Volgens haar zijn er twee partijen nodig, die samen de ‘gaslight tango’ dansen: ‘De gaslighter zoekt bewust of onbewust controle over de situatie, en gaat daarom de feiten verdraaien, glashard ontkennen of alle s Source: Volkskrant

Previous

Next