Daar staat hij, pagina 126 van de klassieke vogelgids Zien is kennen (met drukknoopje op het stoffen omslag), met een aquarelletje: de scholekster, ofwel ‘Bonte Piet, Lieuw of Fjeldakster’ in de volksmond. ‘Koddige, drukdoende vogels, die elkaar, vooral in het voorjaar, luid roepend achternazitten’. Ach ja, jaren dertig vorige eeuw: de zwart-witte vogel, met zijn lange rode snavel en fraaie rode oog, was toen nog een ‘algemene broedvogel van strand, duinen, wei en ‘zandig’ boerenland.’
Bijna een eeuw later is de scholekster allang geen uitgesproken kustvogel meer. Op weides en ‘zandig boerenland’ is hij ook steeds minder te vinden: de vogel is weer eens achteruit gevlogen. Hij heeft zijn toevlucht genomen tot steden, maar de stand blijft dramatisch laag: er broeden zo’n 30 duizend paartjes in Nederland. ‘In 25 jaar tijd is nog maar 30 procent van de broedpopulatie over’, zegt Bruno Ens, voorzitter van de Stichting Onderzoek Scholekster (SOS) en onderzoeker bij vogelonderzoekorganisatie Sovon. ‘Elke generatie halveert het aantal scholeksters. In Nederland, maar ook in Duitsland en Engeland.’
Wetenschappers weten nog niet waar de schoen precies wringt. Nadat Sovon en de Vogelbescherming in 2008 al ‘Het jaar van de scholekster’ hadden uitgeroepen om aandacht te vragen voor de afname en om onderzoek te doen, was de puzzel nog niet opgelost. Vandaar dat dit jaar - uitzonderlijk - opnieuw ‘Het jaar van de scholekster’ heet. Voor meer onderzoek.
‘Het ingewikkelde is’, zegt Ens, ‘dat de scholekster zoveel problemen heeft.’ De onderzoeker schetst de laatste eeuw: ‘Lange tijd was er een toename in aantal; weidevogels profiteerden van veranderingen in de landbouw. Rond 1990 ging het mis. In de Waddenzee en de Zeeuwse delta werden droogvallende mosselbanken weggevist. De landbouw intensiveerde; door vroeger maaien worden nesten vernield en komen jongen om, door lagere waterstanden is voedsel steeds moeilijker te vinden. Ook is er veel predatie door vossen en andere roofdieren.’
Opnieuw nam de vogel de wieken, nu naar de stad. Daar broedt hij op platte grinddaken, vooral op bedrijventerreinen. Helaas weegt dat succes niet op tegen het verlies.
De scholekster is volgens Ens ‘de pechvogel des vaderlands’. Niet alleen werd hij steeds verdreven, volgens Ens richtten weidevogelbeschermers zich voorheen vooral op de vroege broeders grutto en kievit. De scholekster broedt later en was alsnog slachtoffer als een boer al bereid was later te maaien.
Je kunt ook zeggen: de scholekster is olympisch kampioen aan de rekstok. Geen vogel heeft zich zo snel en flexibel weten aan te passen. Zijn laatste atletische onderdeel, de verplaatsing naar de stad, heeft Bert Dijkstra zelf gezien. Assen, 2004, weet de vogelonderzoeker nog. Op een bedrijventerrein, bij de Praxis en de Gamma, zag hij jonge scholeksters, die hij in buitengebieden steeds minder tegenkwam.
In die tijd begon Dijkstra – samen met collega Rinus Dillerop – met onderzoek van die nieuwe broedplekken; sindsdien houdt hij jaarlijks bij hoe de (geringde) scholeksters zich in Assen ontwikkelen. De vogel heeft het, vooral in Assen-oost, redelijk naar zijn zin op grinddaken. Er zijn geen vossen of steenmarters, hooguit wat katten. En in stedelijk gebied is soms meer voedsel te vinden dan op het boerenland. ‘De reproductie is hier veel hoger. Zelfs voldoende om de lokale stand te laten groeien. Die is hier verdubbeld, al vlakt die de laatste paar jaar weer af.’
Waarom die opleving nu weer stagneert, weten onderzoekers nog niet. Mogelijk door droge zomers, mogelijk belanden stadsjongen vaker onder auto’s of raken steden te vol. Bruno Ens van Sovon heeft nog een hypothese: concurrentie met de grote meeuwen, die ook op daken zijn gaan broeden: ‘De eieren en jongen van scholeksters zijn een lekker hapje voor hen.’
Het daksucces reikt sowieso niet tot de hemel: beneden de 6 meter gaat veel goed, daarboven blijkt het gevaarlijk. Dijkstra: ‘Op zoek naar voedsel springen de jongen van het dak af. Boven de 6 meter vallen ze vaak te pletter of kunnen de ouders de voedselaanvoer niet bijbenen. Daar houden die ouders geen rekening mee bij de keuze van de broedplek: ze komen af op het grind.’
De vraag is ook hoe stabiel de situatie blijft, zegt Bert Dijkstra: ‘Het gebruik van grind op daken neemt af, er komen meer zonnepanelen. Aan de andere kant bieden meer ‘groene daken’ weer wel geschikte broedplekken. Alles hangt dus af van de vraag hoezeer we steden laten verstenen.’
In steden op hogere zandgronden gaat het beter dan in lagergelegen gebied. Niemand weet nog waarom. Zo zijn er meer vragen. Waarom zoekt de ene vogel de stad op, terwijl de andere volhardt in vruchteloze broedpogingen op het platteland, zelfs als die zelf geboren is op een bedrijventerrein? Ook een raadsel: vaak komen wel voldoende eieren uit, maar gaat er iets mis rond het uitvliegen van de jongen. Wat precies, blijft onduidelijk.
Om zo veel mogelijk gegevens te verzamelen, roepen de organisaties de hulp in van burgers en andere belangstellenden. Op de website scholeksterophetdak.nl kan iedereen die in staat is een gezinnetje scholeksters te volgen, gegevens invullen over nest, eieren en jongen op alle soorten locaties. Zo hopen wetenschappers een nog beter beeld te krijgen en de vogel te kunnen behouden.
Scholeksters kunnen wel 45 jaar oud worden. ‘Sommige vogels zie ik al twintig jaar’, zegt Bert Dijkstra, die ruim 80 paartjes volgt. ‘Als je ziet wat ze in die tijd beleefd hebben, bouw je echt een band met ze op.’ Dat de scholekster het platteland voor de stad verruilde, vindt hij ‘verbazingwekkend’. Dat de vogel zo z’n reproductie ruim wist te verdrievoudigen, is volgens hem ‘een wonder’. Alleen daarom zal Dijkstra de scholekster niet uit het oog verliezen. ‘Als zo’n robuuste en wendbare vogel uitsterft, hebben we het wel erg bont gemaakt met z’n allen.’
Meer informatie:
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden