We bevinden ons thans in de derde fase sinds de BBB-mokerslag van tweeënhalve week geleden. De eerste fase was ontkenning, verbeeld door de foto van de overwinningstaart van Jesse Klaver. De tweede fase was oversneden woede: minder stemrecht graag voor domme en oude mensen. Tijdens de derde fase scheppen bestuurders verwachtingen in de hoop dat het alsnog overwaait. Premier Rutte is daarin de onbetwiste meester. Het platteland krijgt bibliotheken en bushaltes; de Groningers en toeslagenouders gaan nu heus serieus worden genomen.
Opgelierde verwachtingen die telkens niet worden waargemaakt, zijn een recept voor opstand. Om dat te weten hoef je je niet in de Franse Revolutie te verdiepen. We kunnen nu wachten op de maatwerkoplossing voor alle kwalen, inclusief stikstof, aangezien je in Den Haag geen ministersbrief kunt lezen, of maatwerk is keukenmeester. Niemand die zich bewust lijkt dat veel ongerief juist het gevolg is van maatwerk en het dus niet voor de hand ligt dat de ziekte zelf de genezing bevordert.
Het algoritme is het ideale maatwerkinstrument voor de overheid, want helemaal toegesneden op uw geval én bruikbaar voor miljoenen aanvragers. Dat liep bij de toeslagenaffaire dramatisch mis. Daarna werd de oplossing gezocht in nog meer maatwerk, maar dan zonder computers. Je hoefde alweer geen genie te zijn om te zien dat dit in het honderd zou lopen. Maatwerk betekent bovenal dat de overheid haar neus dieper in uw zaken steekt. Sinds de verkiezingen is ‘luisteren’ weer het parool, maar de pretenties staan nog fier overeind.
Mijn favoriet in dat opzicht heet Jaap Smit, commissaris van de koning in Zuid-Holland. Hij spreekt met het aplomb van de ongekozen bestuurder. Na de uitslag deed hij zijn verhaal in het FD. Smit begon over mensen die ‘fed up’ zijn met de politiek en met een overheid die van Excel-tabellen, modellen en spreadsheets aan elkaar hangt. Hij sprak van een ‘in wezen versleten systeem’. Net als je als lezer dacht: tjonge, die Jaap, en hoe zal dit aflopen, nam de commissaris een scherpe bocht.
Hij vervolgde zonder hapering dat de politiek niet de oren moet laten hangen naar de kiezer, dat we ‘kloeke besluiten’ moeten nemen en ‘met elkaar als één overheid de problemen oplossen’. Om te eindigen met een lofzang op zijn eigen provinciale bestuur, weliswaar tot op de draad versleten, maar als het aan de commissaris ligt noodzakelijker dan ooit. Jaap Smit belichaamt bij uitstek de bestuurlijke wet van de Tijgerkat; alles moet anders, opdat alles hetzelfde blijft.
Anders, maar ook eender was het rapport Elke regio telt!, dat maar liefst drie deftige rijksadviesorganen maandag presenteerden. Het was een leerrijk rapport, vooral pikant, omdat het zo vlak na de verkiezingen uitkwam. De drie rijksdenktanks, de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, Raad voor het Openbaar Bestuur en Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, hadden na anderhalf jaar studeren aanvankelijk de titel ‘Heel Nederland’ in gedachten.
Dat zei iets over de oorspronkelijkheid van de exercitie; ‘Heel Nederland’ bleek al vergeven. Het CDA rapporteerde in januari onder de noemer Voor heel Nederland – Over sterke steden en vitale regio’s. Er blijkt meer Nederland te bestaan dan de Randstad. Beide rapporten zijn verlucht met gelijksoortige kaartjes waarop een keur aan ongelijkheden de revue passeert. En beide, CDA en adviesraden, varen op het kompas van Josse de Voogd en René Cuperus, die al ruim een jaar furore maken met hun Atlas van afgehaakt Nederland. Overigens wijzen zij minder op de achterstelling van het platteland, dan op het ‘middenland’ van oudere nieuwbouwwijken waar de bewoners tussen wal en schip vallen.
Het denken in het Nederlandse bestuur is vooral modieus. We zijn nog nauwelijks bekomen van het trendy leerstuk van de decentralisaties, of het ei van Columbus luidt dat de regionale verschillen te groot zijn. In het rapport Elke regio telt! is de maatstaf de zogeheten brede welvaart. Sinds een paar jaar wil de overheid niet alleen meten wat de welvaartsgroei bedraagt in centen, aangezien men geld een armzalige meetlat vindt. Tegenwoordig wordt geturfd hoe gelukkig u bent, en dus wordt gezondheid gemeten, vrijetijdsbesteding, veiligheidsgevoelens, sociale samenhang en ecologische voetafdruk. Het rapport besluit dat sprake is van ‘een stapeling van onwenselijke bredewelvaartsverschillen tussen regio’s’.
Hoe gedetailleerder de kennis, hoe dieper de overheidsbemoeienis. Elk rapport is óók de spiegel van de maker en die vindt dat er ‘regiospecifieke kansen’ in kaart moeten worden gebracht, plus een ‘onafhankelijke toets’ van de ‘bredewelvaartseffecten’. Brede welvaart is de theorie, maatwerk de praktijk. Waarover geen enkele aarzeling valt te bespeuren, is dat de ambtenarij zich over uw lust- en onlustgevoelens dient te ontfermen. Eén ding valt voor zowel bestuurders als voor de drie adviesraden ver buiten het denkraam. Dat de boodschap van deze verkiezingen wel eens zou kunnen zijn: hou op met rapporten over ons schrijven. Bemoei je met je eigen zaken. Ga terug naar Den Haag. Laat ons met rust!
Source: Volkskrant