Melkveehouder Roy Meijer zit namens jonge boeren en tuinders bij de gesprekken over het Landbouwakkoord. Maar van jeugdige overmoed is bij hem geen spoor te bekennen. ‘Deze gesprekken staan symbool voor: kun je met samenwerking nog een land maken?’
‘Kijk, daar krijg je het gedonder al’, verzucht Roy Meijer (30) als hij maandagochtend op zijn melkveebedrijf in het Drentse Witteveen een snelle blik op zijn telefoon werpt, zijn schep in zijn linkerhand.
Zet de Landbouw- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) haar handtekening onder het Landbouwakkoord, dan is dat verraad en kan LTO’s voorzitter juridische stappen verwachten, is de strekking van het bericht van de radicale boerenorganisatie Farmers Defence Force (FDF) dat rondgaat. Meijer schudt zijn hoofd. ‘Zo gaan we dus met elkaar om’. Vlug verdwijnt de telefoon weer in de blauwe overall.
Meijer – sokken met koeienprint in zijn donkerbruine laarzen – is voorzitter van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), de belangenbehartiger van achtduizend jonge boeren en tuinders. Sinds december schuift de veehouder, samen met zijn ouders eigenaar van zo’n 250 melkkoeien, vrijwel wekelijks aan bij de gesprekken over het Landbouwakkoord.
Aan de ‘hoofdtafel’ van het Landbouwakkoord moet Meijer samen met andere boerenvertegenwoordigers, provincies, supermarkten, natuurorganisaties en het ministerie de toekomst van de Nederlandse landbouw smeden. Het doel: harde afspraken, met handtekeningen van alle partijen, het liefst zo snel mogelijk, en uiterlijk eind deze maand.
De gesprekken staan sinds de verkiezingen onder hoogspanning. Met de wind van de monsterzege van BBB in de rug verliet boerenactiegroep Agractie de hoofdtafel, want de harde toezegging dat landbouwgrond niet zou worden ingeperkt, kreeg voorman Bart Kemp niet.
De zet is tekenend voor de wedloop onder boerenorganisaties, die met elkaar strijden om de sympathie van de achterban. Een paar dagen eerder sloeg ook LTO, de grootste boerenbelangenbehartiger van Nederland, op de publicitaire trom: gaat de halvering van de stikstofuitstoot in 2030 niet van tafel, dan komt er geen akkoord, waarschuwde LTO in De Telegraaf.
Zulke teksten zul je uit de mond van NAJK-voorman Meijer niet snel horen. De jongste deelnemer aan de hoofdtafel onderhandelt zoals hij praat: met de tijd aan zijn zijde, zorgvuldig formulerend, af en toe een vleugje onderkoelde humor. Vaak verkiest hij de vraag boven de hapklare slogan.
Die toon komt niet voort uit onverschilligheid, want Meijer zit er niet om te tekenen bij het kruisje. Hij moet iets binnenslepen voor zijn achterban. Om maar meteen ter zake te komen: vrijwillige uitkoop kan, maar gedwongen uitkoop van jonge boeren moet van tafel – en degenen die doorgaan moeten beschikken over een geldige stikstofvergunning.
Daarnaast hebben jonge boeren behoefte aan ‘goede beschikbaarheid van landbouwgrond, genoeg liquide middelen om te investeren, en aantrekkelijke voorwaarden om een bedrijf over te nemen’, somt Meijer op. Alleen zo kan de vergrijzende agrarische sector verduurzamen en wereldwijd een economische rol van betekenis blijven spelen.
Maar tussentijds dreigen met opstappen, geharrewar over jaartallen en om de haverklap de media opzoeken, daar heeft Meijer weinig mee. Toch wil hij nu graag met de Volkskrant praten over het Landbouwakkoord. Dat klinkt voor de cynicus misschien als de zoveelste papieren tijger, een vruchteloze exercitie om een vastgelopen politiek dossier vlot te trekken. Maar dat is een misvatting, vindt Meijer. ‘Als we er niet uit komen, hang je de toekomst van jonge boeren en tuinders aan de wilgen. Het wordt nu wel tijd voor ons om ook een keer op te staan.’
Vraag hem waarom het Landbouwakkoord dan zo belangrijk is, en hij vouwt zijn handen samen, kijkt langs de rand van zijn ronde brillenglazen omhoog en zegt twee zinnen die hem kenmerken. ‘Dat lijkt een simpele vraag, maar hij is eigenlijk heel ingewikkeld. Even een stapje terug in de geschiedenis.’
En daar gaat hij, naar de wederopbouw in de jaren vijftig, via de grootschalige werkloosheid van de jaren zeventig, naar het Akkoord van Wassenaar in 1982. Werkgevers, vakbonden en overheid vonden samen een oplossing voor de stijgende werkloosheid en hoge loonkosten – de geboorte van het Nederlandse poldermodel. ‘Problemen worden in Nederland alleen gezamenlijk opgelost’, concludeert hij uit die geschiedenis. ‘Daarvoor moet water bij de wijn, zodat iedereen zegt: het doet een beetje pijn, maar het gaat me ook wat opleveren’, zegt Meijer.
Zijn uitstapjes naar het verleden – soms zo ver terug als graaf Floris IV in de 13de eeuw – komen niet uit de lucht vallen, Meijer heeft geschiedenis gestudeerd in Groningen. In de boekenkast, naast een oorkonde voor melkkoe Rika, liggen De geschiedenis van de boeren in Nederland, het monumentale Post War van historicus Tony Judt en De intellectuele verleiding van VVD-coryfee Frits Bolkestein, over tekentafelideeën die in de praktijk rampzalig uitpakten. ‘Mooi vak, geschiedenis’, zegt Meijer. ‘Als ik geen bedrijf had, wilde ik misschien wel historisch onderzoek doen.’
Maar al vroeg stond vast dat hij zou terugkeren naar het Drentse platteland. ‘Ik ben er enorm aan gehecht, en boer zijn is het ultieme vormgeven van het platteland’, zegt hij, uitkijkend over de polder.
Wie naar Witteveen wil, moet binnendoor: de provinciale weg loopt langs het dorp, maar heeft er geen afslag. De weg leidt de bezoeker door voormalig heidegebied, begin vorige eeuw meter voor meter omgeploegd tot polder als onderdeel van een werkverschaffingsproject. ‘Hier was het armoe en hard werken op het land’, vat Meijer samen.
Ook hier voelde Den Haag de afgelopen jaren steeds verder weg, bleek uit de verkiezingsuitslag. BBB kreeg bijna de helft van de stemmen. De zegetocht van de boerenpartij is een grote steun in de rug van de sector, beaamt Meijer. Maar in de uitslag schuilt ook een gevaar, zegt hij. ‘We moeten juist nu afspraken maken, anders schuiven we de hele santenkraam weer voor ons uit’, zegt Meijer. ‘Jonge boeren staan stil. Bedrijfsovernames en financiering lopen vast, want de gerechtelijke uitspraken over stikstofvergunningen blijven gewoon staan, wie er ook aan de knoppen zit.’
Over die vergunningen weet hij alles. Al tijdens zijn studie begon hij een agrarisch adviesbureau en mengde hij zich in de bedrijfsvoering op de boerderij – tot schrik van zijn ouders. ‘Ik ben praktisch niet de briljantste figuur’, verklaart Meijer droogjes. ‘Daar liggen mijn talenten niet.’ Waar die wel liggen, naar eigen zeggen: ‘In het uitzoeken en oplossen van problemen.’
Dus toen het kabinet het advies van stikstofbemiddelaar Remkes voor het sluiten van een Landbouwakkoord opvolgde, was Meijer de eerste die zijn hand opstak. ‘Anders ligt onze toekomst weer in de handen van een ander. Agrariërs worden de afgelopen tijd behandeld als de bouwvakkers die pas komen als de tekening klaar is. Nu kunnen we zelf afspraken maken.’
Maar of die afspraken er komen, is buitengewoon onzeker. Polarisatie kenmerkt ook de polder, en zelfs het ministerie is een kerk met twee pausen. Aan tafel bij de gesprekken zit minister van Landbouw Piet Adema (ChristenUnie). Maar gaat het over stikstof, dan wijst Adema naar zijn VVD-collega Christianne van der Wal, minister voor Natuur en Stikstof – niet aanwezig bij de gesprekken.
Ook de boerenvertegenwoordiging is verscheurd. Aan de hoofdtafel zaten de afgelopen maanden vier partijen: Agractie, LTO, Biohuis – dat biologische boeren verenigt, hoewel zij ook bij LTO zijn aangesloten – en Meijers NAJK. De eerste twee concurreren om de boerensteun met de radicalere stem, het Farmers Defence Force, die niet aan tafel zit.
De eerste scheurtjes in het onderlinge vertrouwen ontstaan op 29 mei 2019. Toen veegde de Raad van State de stikstofaanpak van het kabinet van tafel. ‘Ik zei: joh, nu vergaat de wereld’, vertelt Meijer droogjes. Kort daarop staan de trekkers op het Malieveld en voor de provinciehuizen.
Meijer zelf staat met zijn trekker in Assen, waar de gedeputeerde subiet de stikstofplannen intrekt. ‘Daar is wantrouwen ontstaan’, zegt Meijer. ‘Tussen de boeren en het kabinet, tussen de provincies en de boeren, en tussen het kabinet en de provincies.’ En binnen de agrarische sector.
Daaropvolgende lijmpogingen bleken niet bestand tegen de oplopende hitte. Gesprekken tussen het Landbouwcollectief, een groep van twaalf boerenorganisaties, en toenmalig minister Schouten werden opgeschort. Reden: FDF verbood de vleesverwerkers en de veevoerbedrijven met de minister te praten. Dat zou niet ‘ongestraft’ gebeuren, dreigde de organisatie. Nadat de overleggen weer op gang kwamen, inclusief het FDF, trokken de boerenpartijen zelf de stekker eruit – de minister zou niet luisteren.
Meijer hoopt ervoor te zorgen dat het ditmaal anders gaat. Betrokkenen bij het Landbouwakkoord zien in hem een constructieve stem, een oliemannetje dat de boel bij elkaar probeert te houden. ‘Ik ben enorm fan van hem’, zegt een van hen. ‘Hij is heel kritisch, maar zoekt ook naar oplossingen. Hij wil vooruit.’
En daarom stelt NAJK géén publiekelijke ultimatums, en reageert het niet op ieder kabinetsplan. ‘Da Source: Volkskrant