Home

Hadassah de Boer schreef een boek over haar stiefmoeder: ‘Het zou te makkelijk zijn om alles op haar af te schuiven’

Hadassah de Boer is 8 jaar als haar vader Guus trouwt met zijn vriendin Trix. Het is 1979 en Trix draagt op de bruiloft een creatie van Frank Govers in rood en paars, een pak met een lange gewatteerde jas eroverheen. ‘Gekocht in de uitverkoop, dat zei Trix er altijd bij, want dat maakte het nog mooier. Na de bruiloft heeft ze het nooit meer gedragen, maar het hing prominent in hun slaapkamer aan de buitenkant van de kledingkast, als een soort decorstuk. Een trofee.’

De invloed van stiefmoeder Trix op het samengestelde gezin is groot. Ineens wordt er opera geluisterd in plaats van jazz, voetballen op het hoogpolig tapijt in het huis in Amsterdam-Zuid is er niet meer bij, en het is niet de bedoeling dat Hadassah of haar broer Hajo tijdens het avondeten het hoogste woord voert. Hadassah wordt verscheurd tussen liefde voor haar zachtaardige vader, psychiater Guus de Boer, en afkeer van zijn nieuwe vrouw, documentairemaker en filmproducent Trix Betlem. Een afkeer die wederzijds is. Een leven lang houden ze afstand, totdat bij Trix – en later ook bij Guus – de dementie toeslaat. Dan verschuiven de gevoelens.

Dat is, in het kort, waar het boek De vrouw van mijn vader over gaat. De kleuren op het omslag zijn rood en paars, net als het trouwpak – Hadassah de Boer (52) draagt het op een van de foto’s bij dit interview. Een pak dat niemand wilde hebben toen het huis van Guus en Trix werd leeggehaald, voor hun verhuizing naar een zorginstelling. ‘Ik dacht: ik kan het toch niet zomaar in de kliko gooien? Eigenlijk is het best wel een te gek ding. Het geestige is: in mijn herinnering was Trix een grote vrouw, met stevige borsten en een flinke kont. Maar toen ik het aandeed, moest ik sjorren aan de rits.’

De Boer mag nu dan een boek hebben geschreven, ze ziet zichzelf niet als auteur. ‘Ik weet eigenlijk niet wat ik ben van beroep.’ Het Amsterdamse publiek kent haar van de lokale zender AT5, waar ze jarenlang werkte als presentator, programmamaker en eindredacteur. In Amsterdam-Zuidoost, waar ze woont met vriend Maarten en hond Donnie, wordt ze nog steeds herkend. ‘Dan steken ze hun duim op. Hééé, AT5!’ Later presenteerde ze met Matthijs van Nieuwkerk de dagelijkse talkshow TV3, de voorloper van De Wereld Draait Door, en andere kunst- en cultuurprogramma’s voor radio en tv. Sinds een paar jaar werkt De Boer vooral als dagvoorzitter. Tot september 2022 was ze voorzitter van de Nederlandse Toneeljury.

De Boer: ‘Iemand zei: o, dus je gaat een memoir schrijven over mantelzorgen? Nou, eh, nee. Dat klinkt loodzwaar, en het is, hoop ik, ook een grappig boek, over de complete chaos waarin we terechtkwamen. En een boek over opgroeien in een samengesteld gezin. Bovendien: ik héb helemaal niet zoveel gemantelzorgd, want dat lieten Guus, en vooral Trix, totaal niet toe.’

Ze begon in 2016 met het maken van aantekeningen, om grip te krijgen op het ziekteproces van Guus en Trix, die dan nog zelfstandig wonen in Amsterdam-Zuid. In 2018 verhuizen ze naar een particulier verpleeghuis, de enige beschikbare plek waar ze een slaapkamer kunnen delen. Guus overlijdt in 2021, Trix leeft nog steeds. ‘De situaties waarin ik belandde waren af en toe zo raar dat ik dacht: hoe ga ik dit reproduceren? Je kunt bijna niet geloven wat er gebeurt, helemaal als je weet hoe eloquent en slim zij waren. Het geheugen, ook dat van mij, is onbetrouwbaar. Dus ik begon puur voor mezelf af en toe wat op te schrijven.’

Toen de pandemie uitbrak en de rest van haar werk stilviel, herschreef ze de stukjes en liet ze ze, onder aanmoediging van haar broer, lezen aan de redacteur van haar moeder, Hedy d’Ancona, voormalig PvdA-politicus en auteur van meerdere boeken. ‘Toen ging het ineens snel. Tijdens het schrijven merkte ik dat het meer over Trix ging dan over mijn vader. Ik was toch nog erg met haar bezig, blijkbaar. Al gaat het natuurlijk ook over hem, want als je in het verleden gaat graven, kom je ook bij de vraag: hoe heeft hij dat vroeger toch allemaal laten gebeuren?’

Als het boek begint, is Trix al een paar jaar aan het dementeren. ‘Mijn vader was psychiater, hij heeft lang gedacht dat hij voor Trix kon zorgen. Maar toen werd hij zelf ook vergeetachtig. En Trix werd gewoon onmogelijk. Die liep vaak weg om naar het huis van haar moeder te gaan, die uiteraard al vele jaren dood was. Ze kon razend worden om van alles, de chaos thuis was niet meer te overzien. Iedere afspraak was een probleem, want iedere afspraak werd vergeten. Je kon agenda’s neerleggen, maar die raakten kwijt. En Guus en Trix wilden absoluut geen hulp. Mijn vader zag niet meer hoe gek Trix was geworden, dus hij besprak alles met haar, terwijl zij niet in staat was om beslissingen te nemen. Trix had altijd al de neiging overal nee op te zeggen, en dat werd alleen maar erger.’

‘Ja, dat is een mooi woord, hè? Mijn vader misschien soms nog, bij vlagen, maar Trix echt helemaal niet. Nooit gehad, tot op de dag van vandaag. Ik weet niet wanneer bij haar de diagnose is gesteld, daar deed mijn vader schimmig over. Toen het al behoorlijk mis was, vertelde mijn vader een keer tussen neus en lippen door dat hij was onderzocht in het ziekenhuis. Ik vroeg: ‘Wat was er dan met je?’ ‘Nou, dement’, zei hij achteloos. Mijn vader heeft zich zijn leven lang met de hersenen beziggehouden én leefde al jaren met een aftakelende vrouw – als hij bij zijn volle verstand was geweest, had die diagnose hem in een depressie gestort. Maar hij was er gelaten onder. Aan de ene kant is het vriendelijk, van die ziekte, dat je als patiënt niet meer beseft wat er met je aan de hand is. Aan de andere kant is het lastig, want daardoor begrijp je niet dat je hulp nodig hebt.’

‘Het totale onbegrip voerde de boventoon. Hij werd, in tegenstelling tot Trix, zenuwachtig en onrustig, omdat hij voelde dat hij de controle verloor. Trix niet, Trix blaakt nog steeds van het zelfvertrouwen, ook al kan ze bijna niet meer praten. Ergens wel fijn, dat heeft haar er ook doorheen geholpen.’

‘Het gekke is: Trix en hij hadden allebei een euthanasieverklaring. Dus als ik het hem op tijd had gevraagd, had hij gezegd: ik wil dit niet. Dat staat gewoon in die verklaring. Maar ja, toen hij die diagnose kreeg, was hij al te ver. De ziekte verandert je, neemt je beoordelingsvermogen weg.’

‘Ik probeerde het hem duidelijk te maken, maar het leek dan of ik niet tot hem doordrong. Op andere momenten kon mijn vader juist heel goed, in volzinnen, een gesprek voeren. Waardoor hij me soms ook weer aan het twijfelen bracht – was hij echt wel ziek? Of was ik zélf gek? In de chaos weet je soms niet meer wat waar is. Er waren ook vrienden die ervan overtuigd waren dat hij raar deed door Trix, die niet konden geloven dat hij zélf dementeerde. Je klampt je, als je dicht bij iemand staat, vast aan wat nog goed is. En mensen zijn vaak ook geraffineerd in het verhullen. Daardoor kun je lang om zo’n ziekte heen bewegen.’

‘Mijn vader verborg belangrijke spullen, want Trix wilde nog weleens iets verstoppen. Maar vervolgens vergat mijn vader waar hij die spullen had neergelegd. Hij liet ongeveer iedere week nieuwe huissleutels maken. Ik denk dat er 35 huissleutels binnen lagen. Hij ging een buideltasje onder zijn kleding dragen, met papieren en sleutels erin, zodat Trix er niet bij kon. Op een gegeven moment viel mijn vader van de trap en belandde hij in het ziekenhuis. Daar was Trix natuurlijk niet, waardoor mijn vader dacht dat zij een affaire had. Hij had niet in de gaten dat Trix zwaar was vervuild, behoorlijk geurde, en erbij liep als een clochard – niet iemand voor wie de mannen in de rij stonden. Ze was groot en sterk, en de thuiszorg kreeg haar niet onder de douche. Daar waren meerdere mensen voor nodig. Het huis was ook heel vies. Maar als ik daar iets aan wilde doen, werd Trix razend.’

‘Op een gegeven moment begon mijn vader Trix aan te zien voor zijn broer Otto. Dat had ook voordelen, want mijn vader was vaak bang om ruzie met Trix te krijgen. Toen hij haar voor zijn broer aanzag, gleed alles makkelijker van hem af. Als Trix dan raar deed, zei hij: ‘Wat doet Otto kinderachtig, zeg.’’

‘Guus en Trix hadden een koophuis, dus wij konden een particuliere instelling betalen. Maar daar heb je dus een grote zak geld voor nodig. Ontzettend oneerlijk. Waarom mag je, als je veertig jaar getrouwd bent en allebei dement, niet meer gewoon bij elkaar in bed liggen? Maar ja, soms gaan twee dementerenden ontzettend kibbelen. Dat deden Guus en Trix ook wel hoor, in die chique verzorgingsvilla. ‘Godver’ of ‘klootzak’ vloog daar nog weleens door de kamers. Op een gegeven moment konden ze samen terecht in een geweldig verzorgingshuis in Weesp, dat was wel gewoon reguliere zorg. Je moet mazzel hebben, want veel van dat soort plekken zijn er niet.’

‘Er waren momenten dat ze samen tevreden zaten te lezen. En bij Trix zie ik op dit moment een en al tevredenheid. Ze is aan het zingen en aan het lachen, wordt door iedereen gegroet. Ik grap weleens dat ze nooit in haar leven zo populair is geweest. De vraag is: kun je als mens gelukkig zijn als je zo bent afgetakeld als Trix, die nauwelijks meer kan praten? Dan kom je bijna bij een filosofisch vraagstuk. Want wat is geluk? Trix straalt rust uit, dat weet ik wel.’

Hedy d’Ancona en Guus de Boer trouwden in 1959. Daarna wordt het ingewikkelder: eind jaren zestig krijgt D’Ancona een affaire met regisseur Berend Boudewijn, voor wie ze Guus verlaat. Later keert ze terug bij Guus, maar blijkt ze zwanger te zijn – van Berend Boudewijn. Guus voedt het kind, Hajo, op als zijn eigen zoon. Source: Volkskrant

Previous

Next