In zekere zin is vliegbasis Volkel uiterst transparant. Ik parkeer aan de Spottersweg. Een wandelpad voert pal langs het hek. Een uitkijkheuvel waar je goed zicht hebt op landende straaljagers, bankjes, aan alles is gedacht. Uniek in de wereld, zo veel openheid.
In de Verenigde Staten is dit ondenkbaar, zegt Rob van Disseldorp, fervent spotter sinds zijn 14de en auteur voor bladen als Combat Aircraft Journal. Hij is nu op familiebezoek in Nederland, maar hij woont in Utah, vlak bij een Amerikaanse luchtmachtbasis.
Als hij daar zou doen wat hij hier nu in Volkel doet, op een meegezeuld keukentrapje klimmen en over het hek kijken, zijn camera ‘in het veld’ gericht, plaatjes schietend van opstijgende F16’s en F35’s (‘Dat blijft het leuke hè, het spectaculaire, de herrie’), dan eindigt dat op de achterbank van een politieauto.
Bij ons in de polder doen we niet moeilijk. Hier mag je gewoon alles zien. In Volkel gaat het zo: passerende F16-vliegers zwaaien vanuit de cockpit naar de spotters en de spotters zwaaien terug. Het was me nooit eerder opgevallen, maar de verouderde F16 is qua uiterlijk een wonder van elegantie naast zijn opvolger F35, een bedenkelijk plomp geval.
Nogal wat luchtmachters zijn zelf spotters. Na werktijd hangen ze hier rond, daarom weten ze in de spottersgemeenschap goed of er nog iets staat te gebeuren. De heroïek, geniet een man uit de buurt met de letters F35 op zijn bomberjack geborduurd. Het geluid.
Afgelopen maandag registreerden spotters in Volkel de landing van een Amerikaans C17-transportvliegtuig. Bewijs ontbreekt, stelde de vooraanstaande Deense kernwapengeleerde Hans Kristensen, maar het kan zijn – gelet op de vluchtroute – dat dit transportvliegtuig gemoderniseerde kernwapens vervoerde.
Hoe dan ook komen de vernieuwde kernbommen binnenkort naar Nederland, ook als ze zich niet op de vlucht van afgelopen maandag bevonden.
Ja, daar komen we bij het geheim van Volkel. Dat wat iedereen weet, maar waarover de Nederlandse regering niet spreekt: al ruim zestig jaar liggen hier Amerikaanse kernwapens opgeborgen, type B61, weggestopt in ondergrondse opslagplaatsen.
De kernwapens op Volkel zijn onderwerp van een eindeloze reeks gerecyclede journalistieke primeurs en gelekte overheidsdocumenten. Oud-premiers Dries van Agt en Ruud Lubbers doorbraken de stilte: er liggen kernwapens op Volkel. De persdienst van de Amerikaanse luchtmacht verspreidde in 2008 zelfs een officiële foto van een Amerikaanse generaal op bezoek in Volkel, naast een dummyversie van een kernwapen.
Vorige week, met uitzicht op de vernieuwde kernwapens die elk moment in Volkel kunnen arriveren, kwam de kwestie aan de orde in de Tweede Kamer. D66 (Sjoerd Sjoerdsma) en SP (Jasper van Dijk) opperden dat het tijd wordt, ook in het licht van het Russische nucleaire gedreig, om na ruim zes decennia een politiek debat te voeren over de kernwapens die de Amerikanen in Nederland bewaren.
Minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken) staat daar sympathiek tegenover. Hoekstra is, zo moet u begrijpen, voor ‘maximale transparantie’. Hij vindt ook dat er een ‘zorgplicht’ is voor de bevolking. Maar helaas: transparanter kan hij niet worden. Dan worden de Amerikanen boos.
Hoekstra is ‘aan het eind van het touw’ qua mededeelzaamheid. ‘Zo eerlijk moet ik ook zijn.’ Het gaat ‘niet om een huis-tuin-en-keukenonderwerp’. Het is geen debat om ‘in het volle publieke discours te voeren’.
De Tweede Wereldoorlog kwam erbij, de Amerikanen die gestorven zijn voor onze vrijheid en, omdat deze metafoor de tijd van de Koude Oorlog naadloos verbindt met die van nu, de dreiging van de ‘Rus in de keuken’.
Hoekstra vindt kernwapens een noodzakelijk kwaad. ‘Want hoe zouden wij gechanteerd worden als we die dingen niet gehad hadden?’ En o jee, daar praatte de minister warempel bijna zijn mond voorbij: ‘Het zou gek zijn om te zeggen: Amerika, doe het lekker allemaal op je eigen grondgebied.’
Met zijn collega-ministers gaat Hoekstra overleggen over de wijze ‘waarop de Kamer wordt geïnformeerd over kernwapens’. Dan weet je: dat debat komt er niet, ook niet na ruim zes decennia.
Weet je wat je hier tegenwoordig nooit meer ziet, vragen ze op de spottersplek in Volkel. Vredesactivisten. Van die types met, hoe heette dat ook alweer, een ban-de-bom-speldje.
Source: Volkskrant