‘Mijn debuut, de roman Mensen zonder uitstraling. Dat was een keerpunt in mijn leven. Ineens kreeg ik richting, iets wat ik daarvoor niet had. Het schrijvend vinden van mijn stem heeft me bewust gemaakt van wie ik ben, welke plaats ik in de wereld heb en dat ik toch wel iets te zeggen heb.’
‘Geëngageerd is een fijnere positie. Het betekent dat je je verbonden voelt met de wereld waarin je leeft. Als je dat eenmaal voelt, gaat het vanzelf. Ik kan nu niet meer níét geëngageerd zijn. Zo ging het ook met de verhalen die ik voor Heks! Heks! Heks! herschreef: het voelde vanzelfsprekend om de vrouwelijke personages te veranderen.
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor cultuur en literatuur.
‘Een Twentse boekhandelaar vroeg me een hertaling te maken van drie Overijsselse heksensagen uit 1914. Leuk, dacht ik, dat ik doe ik wel even. Maar de verhalen vol seksistische stereotypen riepen zo veel weerstand bij me op dat het project een eigen leven ging leiden. Het werd een zelfstandige uitgave. Met een essay erbij, want tijdens het herschrijven was ik me gaan verdiepen in de geschiedenis van de heksenvervolgingen in de 16de eeuw en de vrouwenhaat die daaraan ten grondslag lag.’
‘Boeken van vrouwen, zeker als ze over het dagelijkse leven gaan, worden vaak weggezet als particulier geklets. Als een man precies hetzelfde doet, is het ineens boeiend, fris, anders en universeel. Dat maakt me kwaad.
‘Ik kies voor universeel geklets. Maar het moet wel een persoonlijke component hebben, anders vind ik het saai. Ik heb een hekel aan discussies over maatschappelijke onderwerpen waarin iedereen herhaalt wat-ie in de krant heeft gelezen. Vertel me wat het met je doet, wat het voor jou betekent, dan maak je tenminste contact met elkaar. Anders is het alleen een manier om de stilte te vullen. Smalltalk. Dat kan ik niet, daar ben ik te ongemakkelijk voor.’
‘Ruimte innemen, inmiddels. Vroeger werd ik kwaad als iemand me ‘groot’ noemde, want dat betekende in mijn ogen lomp, en een vrouw hoort elegant te zijn; ik was niet groot maar lang. Nu denk ik: ik ben 1 meter 84, heb geen smalle polsjes en enkeltjes, ik ben gewoon groot.
‘Ook door me uit te spreken probeer ik ruimte in te nemen. Door me niet langer te verstoppen achter een grap of te zeggen dat ik geen mening heb. Maar het blijft lastig. In mijn hoofd klinkt het snel: wie ben ik om dit te vinden? Nog steeds die angst voor afwijzing en de behoefte om aardig te worden gevonden. Het lijkt me echt heerlijk om dat niet te hebben.’
‘Geëngageerd dus. Dat zou ik vroeger niet gezegd hebben. Ik heb me lang buiten de wereld voelen staan. Ik was, om het een beetje zijig te zeggen, niet verbonden met mezelf. Alles wat ik tot me nam, kwam van buiten, had geen voedingsbodem in mijzelf. Het raakte niets van binnen bij me, omdat ik daar niet was.
‘Ik heb van jongs af geleerd mijn gevoelens niet serieus te nemen, er niet naar te luisteren of ze in twijfel te trekken. Ik was alleen maar bezig met wat andere mensen van mij willen of verwachten. Niet uit een altruïstisch motief, maar uit angst om afgewezen te worden.
‘Als ik schrijf ben ik compromisloos, anders vind ik het niet goed. In werkelijkheid vind ik woede een ingewikkelde emotie. Alleen bij familie en goede vrienden kan ik fel uit de hoek komen en boos worden, zoals ik in het essay in Heks! Heks! Heks! schrijf. Mijn vader kan helemaal niet boos worden. Pas toen hij op z’n 81ste een lsd-trip nam, voelde hij woede over zijn jeugd – hij zat tot zijn 5de in een Japans concentratiekamp. Mijn moeder, die was opgegroeid bij de Jehova’s getuigen, was juist altíjd boos. Al zei ze zelf van niet. Voor een kind is het ingewikkeld als ouders emoties laten zien en tegelijkertijd ontkennen dat die emoties er zijn.’
‘Beide, maar ik kies vrouwenhaat. Die angst voor de duivel was wezenlijk, maar het werd geprojecteerd op vrouwen, niet op mannen.’
‘Op het hoogtepunt van die vervolgingen in de 16de eeuw was elke vrouw verdacht en gingen er ook veel mannen aan. Maar ik denk dat de oorsprong van het idee ‘heks’ ligt bij vrouwen die uit de toon vielen: vrouwen zonder man, weduwen, oudere vrouwen, vrouwen die te veel van geneeskunde wisten of die een te mannelijk beroep uitoefenden. Historici zijn het hier niet over eens, maar ik ben geneigd degenen te geloven die zeggen dat het begon bij vrouwen die geen man nodig hadden.’
‘Brandstapelangst is de angst om je hoofd boven het maaiveld uit te steken vanwege het risico dat je op de brandstapel belandt, het is angst voor anderen. Zelfhaat is hoe je jezelf afwijst, daar heb ik veel last van. Ik doe aan permanente censuur. Maar nu ik erover nadenk is zelfhaat eigenlijk geïnternaliseerde brandstapelangst. Dus eigenlijk zijn dit geen tegenstellingen.
‘Omdat ik niet langer afzijdig ben, is het risico op zelfhaat toegenomen. Maar het is het waard. Omdat ik me er tegelijkertijd, ondanks de angst die oplaait, sterker door voel.’
‘In mijn boek maak ik me kwaad om een column van Elma Drayer, waarin zij zich kwaad maakt om de feministische uitleg van de geschiedenis van de heksenvervolgingen. De titel van het essay is Trut. Als ik schrijf ben ik niet voorzichtig, al vind ik haar niet echt een trut. Ze is geen kwaadaardige heks, geen eendimensionaal karakter. Maar als ik die column lees, denk ik wel: trut. Het gaat me om de boosheid die me overvalt, en wat dat met me doet. Even later noem ik mezelf trouwens ook een trut.
‘Heinrich Kramer is de schrijver van De heksenhamer, uit 1486, een soort vuistdikke bijbel van vrouwenhaat, het handboek voor heksenvervolgingen. Ik heb er een beetje spijt van dat ik het heb gekocht. Kort samengevat komt het erop neer dat vrouwen zwak, irrationeel en seksueel ongeremd zijn en dat 500 pagina’s lang. Kramer haalt zijn bewijzen uit bijbelse verhalen, oude mythen, heiligenlevens, waaruit hij blijkbaar oneindig kan putten.
‘Ik kies natuurlijk Elma Drayer, omdat zij vrouwen niet als de bron van alle kwaad ziet, haha. Ze is een feminist, maar het valt me op dat ze veel kwesties die jongere feministen opwerpen aanstellerij vindt, en daar is ze allergisch voor – dat is althans de indruk die ik heb.
‘In de bewuste column gebruikt ze paternalistische stereotypen om te concluderen dat de mannelijke historicus, Steije Hofhuis, ‘bedaard’ uitlegt hoe het werkelijk zit, terwijl vrouwen als Susan Smit en vrouwelijke historici die een feministische lezing van de geschiedenis aanhangen ‘klepkolder’ verkondigen.’
‘De vrouw die ik nu ben, omdat ik nu veel meer mezelf ben. Ik voel de verlamming die ik vroeger voelde veel minder. Ik censureer mezelf nog steeds, heb nog altijd een meerkoppige jury in mijn hoofd die ook tijdens dit gesprek opspeelt en roept: wat klets je nou? Maar ik merk ook dat ik mezelf meer en meer toesta me uit te spreken, buiten mijn eigen, veilige kring.
‘Ik ben een ontzettende laatbloeier. Alles in mijn leven kwam laat, ik werd moeder op mijn 39ste, debuteerde op mijn 41ste en ik werd pas laat feministisch. Ik vrees dat mijn generatie een beetje was ingeslapen op dat front. Ik had die negatieve kijk op vrouwen volledig geïnternaliseerd, wilde vooral graag one of the guys zijn.’
‘Een vriendin vertelde me dat ze had geknuffeld met een populier. Hij straalde wijsheid, levenskracht en gevoel voor humor uit, zei ze. Ik houd wel van de natuur, maar ik ben niet zo aards, hield er als kind al niet van met mijn handen in de zandbak te zitten. Ik heb een enorme truienliefde, ik heb er misschien wel vijftig. Vooral tweedehands, hoor. Het is de zachtheid. Mijn hoofdpersoon in Waar ik liever niet aan denk heeft 142 truien, ze legt soms een trui op schoot om te aaien als een katje. Ze miste warmte bij mensen, en mildheid voor zichzelf. Ik heb dat gewoon bedacht, maar ik bedenk wel vaker dingen voor personages en besef dan later dat het misschien ook wel een beetje over mezelf gaat.’
Jente Posthuma: Heks! Heks! Heks!. Pluijm; 128 pagina’s; € 21,99.
1974 geboren in Enschede
1992-1998 studie literatuurwetenschap en Frans aan de Universiteit Utrecht
2000-2016 werkt als journalist voor o.a. De Groene Amsterdammer en publiceert korte verhalen in De Revisor, Hollands Maandblad, Das Magazin en De Gids
2012 A.L. Snijdersprijs voor het beste zeer korte verhaal
2016 Mensen zonder uitstraling
2020 Waar ik liever niet aan denk
2023 Heks!Heks!Heks!
Jente Posthuma woont met haar man, AI-kunstenaar Bas Uterwijk, en hun zoon (9) in Amsterdam.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden