Het eerste bezoek van de Formule 2 aan Australië werd afgetrapt met een droge training, waarin lokale held Jack Doohan de snelste tijd klokte. Hoewel die sessie nuttig was om het circuit in Albert Park te leren kennen, stonden zij tijdens de kwalificatie voor een heel andere uitdaging. Nadat het in de tweede oefensessie van de Formule 1 al begon te regenen, gingen de hemelsluizen na afloop van die training echt open. Zodoende stond er een flinke laag water op de baan toen de F2-kwalificatie om 17.30 uur lokale tijd - 8.30 uur Nederlandse tijd - gewoon volgens planning begon.
Dat de omstandigheden zeer verraderlijk waren, bleek binnen de eerste vijf minuten van de sessie al. Doohan meldde in zijn outlap al dat er sprake was van aquaplaning, iets wat een paar minuten later gedemonstreerd werd door Oliver Bearman. De Prema-coureur spinde, raakte de muur en beschadigde daarmee zijn voorvleugel én rechter achterwielophanging. Vrijwel gelijktijdig spinde Arthur Leclerc, terwijl ook Jak Crawford een incident meemaakte waarbij hij zijn voorvleugel kwijtraakte. Vanwege de slechte omstandigheden én brokstukken op de baan besloot de wedstrijdleiding om na nog geen vijf minuten de rode vlag uit te hangen, zonder dat er ook maar een tijd geklokt werd.
Tijdens de onderbreking begon de regen minder hard neer te komen in Melbourne, waardoor de kwalificatie na een kwartier pauze weer hervat kon worden. De coureurs lieten dan ook niet lang op zich wachten om aan de resterende 25 minuten te beginnen. De eerste rondetijden lagen rond de 1 minuut en 50 seconden, maar verbeteringen lieten daarna niet lang op zich wachten. Tegen de tijd dat de rijders met nog ruim tien minuten op de klok een bezoek brachten aan de pits, had Victor Martins de snelste tijd in handen met 1.45.736. Isack Hadjar volgde op drie tienden, Ayumu Iwasa miste zes tienden ten opzichte van de Alpine-junior van ART Grand Prix. Richard Verschoor bezette op dat moment de tiende positie met een achterstand van ruim 1,8 seconde ten opzichte van Martins.
Diverse coureurs bleven wel op de baan, maar zouden zich daarna niet meer verbeteren. De coureurs die wél een nieuwe set regenbanden, leken dat wel te gaan doen. Zo wist Pourchaire met 1.45.732 slechts 0.004 seconde onder de tijd van teamgenoot Martins te duiken, waarna Iwasa de koppositie pakte door 1.45.118. Die tijd zou daarna niet meer bedreigd worden, doordat er met nog drie minuten op de klok opnieuw met de rode vlag werd gezwaaid. Martins had een momentje in bocht 5 en ging daardoor hard de muur in bij het uitkomen van de bocht, waarmee hij de linkerflank van zijn bolide helemaal afschreef. De wedstrijdleiding besloot vervolgens om de sessie niet meer te herstarten.
Iwasa pakte zodoende pole-position voor de hoofdrace van zondag en de twee punten voor de pole brengen hem op gelijke hoogte met kampioenschapsleider Ralph Boschung, die niet verder kwam dan de elfde tijd. Pourchaire besloot de kwalificatie op P2, voor Martins en Hadjar. Zane Maloney reed zich in de slotfase nog naar P5, voor Bearman, Leclerc en Kush Maini. Crawford reed de negende tijd, terwijl Dennis Hauger de kwalificatie besloot op de tiende positie en zich daarmee verzekerde van de pole voor de sprintrace op zaterdag. Richard Verschoor weet intussen dat hij opnieuw voor een flinke opgave staat, want hij kon door de rode vlag zijn ronde niet afmaken en start in zowel de sprintrace als de hoofdrace vanaf de achttiende positie.
Volgt spoedig.
Source: Motorsport