De hal van het huis van Thijs van Leer is maar net groot genoeg voor zijn gouden platen. Het zijn er zo veel dat je bij de aanblik toch eerder een villa in Beverly Hills zou verwachten dan een woning in Lathum, een dorp aan de IJssel tussen Arnhem en Doesburg, op een schiereilandje dat eens een vakantiehuisjespark was.
‘Dat zou je denken, ja’, zegt Van Leer – toetsenist, fluitist, componist en oerlid van Focus, de band die begin jaren zeventig wereldhits had met Hocus Pocus en Sylvia. ‘Ik zou ze even moeten tellen. Er zit wat zilver tussen, diamant, platina. Maar het meeste is toch met veel te weinig winst gemaakt. Van de opbrengsten kregen we 1 procent de man.’
1 procent maar? ‘Dat je je zo laat verneuken, is wat je vraagt? Het was take it or leave it. Vind je het leuk om een plaat te maken? Gaan jullie mee naar Amerika voor een tournee, ja of nee? Nu zeggen. Ja!’
Hij grijpt naar zijn keel en maakt een stikgeluid. ‘De strop.’
‘We zijn in Amerika vertegenwoordigd door Seymour Stein, de zakenman die ook de Ramones heeft gedaan en Madonna in het begin. Die man heeft miljoenen aan ons verdiend – wij niet, hij wel. Nou, dat weet je dan. Ik voel me niet gefnuikt. Ik ben heel blij dat veel muzikanten tegenwoordig veel slimmer zijn en meer geld overhouden. Ik heb geen spijt, daar ben ik misschien te stom voor. Ik ben blij met wat er nog steeds allemaal op mijn pad komt.’
Over de auteur
Merlijn Kerkhof is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant. Hij publiceerde twee boeken: Alles begint bij Bach, een inleiding tot de klassieke muziek en Oude Maasweg kwart voor drie.
Van Leer treedt weer op met Focus. En hij geeft fluitles aan huis, zes of zeven leerlingen per jaar. Eén komt er zelfs vanuit Noord-Friesland voor op en neer. Behalve met Focus verkocht Van Leer miljoenen platen met de serie albums genaamd Introspection, waarvan de eerste in 1972 verscheen. Je kunt geen tweedehandszaak inlopen zonder een Introspection tegen te komen. Met bewerkingen van klassieke stukken wees hij een hele generatie de weg naar de klassieke muziek.
Vrijdag wordt hij 75, reden om eens met de Volkskrant aan introspectie te doen.
‘Ik ben nog steeds even vierkant en log en lui. Ik ben misschien ietsje geduldiger met luisteren naar de anderen, dat wel. Ik kon altijd rücksichtslos rechtdoor stevenen zonder opzij te kijken. En daardoor onaardiger zijn voor de ander dan ik had gepland. Ik ben niet zo verfijnd als ik zou willen. Misschien is het wel een soort streven om dat iets beter te laten worden in de toekomst.’
Van Leer – ruige bakkebaarden, veel grote sieraden en altijd een pet – is niet iemand die overal in Nederland op straat wordt herkend of vaak op tv komt. Geen Barry Hay. Maar elke muziekjournalist die muzikanten spreekt uit het buitenland, weet hoe Focus door medemuzikanten wordt gewaardeerd – zodanig dat je je kunt afvragen of Nederland ooit een invloedrijkere band heeft voortgebracht. Dream Theater, Opeth, de Foo Fighters, die Hocus Pocus live spelen: ze zijn allemaal grote bewonderaars.
Als aartsvaders van de progrock worden ze nu ingehuurd om op cruises te spelen met allerlei oude, beroemde bands. ‘Daar komen aparte mensen op af’, zegt Van Leer. ‘Ze weten alles van je. Ik hou overigens helemaal niet van dat woord, progressive rock.’ Hij trekt een vies gezicht. ‘Dat is later bedacht. Wij keken juist heel erg terug, er was niet zoveel progressiefs aan wat we deden. Frank Zappa vind ik de enige echte progressieveling in de rockmuziek.’
Je kunt horen waardoor Focus zelf werd beïnvloed – van luitmuziek en Guillaume de Machaut tot Bach, Bartók en jazz. Het leverde een uniek geluid op, en een stel ijzersterke, voornamelijk instrumentale composities. Van Leers schroeiende hammondorgel mengde fenomenaal met de Gibson van gitaarvirtuoos Jan Akkerman.
Met Akkerman, die in de hoogtijdagen van Focus door het blad Melody Maker werd uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld, heeft Van Leer al jaren geen contact meer. Sterker: in 2018 noemde Akkerman zijn oude collega in BN/De Stem nog ‘die flapdrol die het succes overal en altijd alleen wilde opeisen’ en ‘onze jodelende gek’ (Van Leer was met Hocus Pocus degene die het jodelen in de rock introduceerde). Over Akkerman later meer.
Vindt Van Leer dat hij genoeg erkenning heeft gekregen?
‘Ik heb in 2021 een mooie prijs mogen ontvangen.’ Hij laat het beeldje zien: een Lifetime Achievement Award van de auteursrechtenorganisatie Buma. ‘Ik werd daar heel leuk onthaald in het Bimhuis in Amsterdam, met een leuk filmpje, optredens en veel bombarie. Maar de publiciteit vond ik echt be-dróé-vend. De Buma heeft me in het zonnetje willen zetten, maar door de kranten is er niet op gereageerd. Wat ik zo waardeerde, is dat ik werd gezien als componist. Zo zie ik mezelf in de eerste plaats.
‘Als je het allemaal bij elkaar optelt, dan is het zo dat we meer erkenning krijgen in het buitenland. Vooral in Engeland hebben we een heel trouwe fanbeweging. Mensen die honderden mijlen komen rijden voor een optreden. Zoiets bestaat niet of nauwelijks in Nederland. De Engelsman is heel trouw. Maar ik zie wel iets ontstaan bij concerten hier. Het lijkt alsof de band plotseling veel meer te vertellen heeft voor heel veel mensen in Nederland. De zalen zijn overal vol.’
Focus, opgericht in 1969, ging in 1978 uit elkaar. Akkerman was toen al twee jaar uit de band, na een ruzie met Van Leer. Er volgden nog een paar reünies of pogingen daartoe. Pas in 2002 ging het weer lopen, nadat Van Leers stiefzoon, bassist Bobby Jacobs, de nummers met bevriende muzikanten was gaan spelen. Inmiddels bestaat de band uit Van Leer en Pierre van der Linden, de drummer uit de gouden periode, gitarist Menno Gootjes en bassist Udo Pannekeet. De laatste twee hadden Van Leers zoons kunnen zijn.
‘Ik heb voor het eerst het gevoel dat ik in een vriendenband zit’, zegt Van Leer met een Goois accent, het gevolg van een jeugd in Huizen. ‘Heel bijzonder is dat. We kunnen uren stil zijn, maar zijn geïnteresseerd in elkaars diepste roerselen. We hebben ook oppervlakkige pret, maar het is altijd wel... ertoe doend.’
Ze staan op het punt de studio in te gaan. In Wisseloord in Hilversum moet Focus XII worden vastgelegd. Toch zal het publiek live vooral vragen om die stukken van Focus II (internationaal uitgegeven als Moving Waves, met Hocus Pocus) en hun magnum opus, Focus III (met Sylvia). ‘Het nieuwe werk zal nooit zo populair worden als het oude, dat besef ik wel. Maar als ik schrijf, heb ik niet het gevoel dat ik zit te concurreren met het oude materiaal. Gelukkig, dat zou me beperken.’
Het hammondorgel staat al klaar in zijn auto. Hij verontschuldigt zich over het merk, een verlengde BMW X5. ‘Ik wilde vroeger geen Duitse auto’s. Onze geachte oosterburen hebben mijn grootouders vermoord in de kampen. Daar ben ik nog steeds boos over. Maar ja: ze maken wel goede auto’s.’
De roadie van Thijs van Leer draagt een kermitgroene trui met V-hals boven een overhemd. Thon, NRC-lezer, rijdt wel vaker mee – en draagt vandaag de fluit. Net als Van Leer zegt hij niet ‘vriend’ maar ‘vrind’. Ze waren ooit buren in Lathum, tot hij ging scheiden.
‘En wie stond er voor me klaar? Thijs!’
Nu helpt hij Van Leer met computers, waar de muzikant niets van snapt.
De muzikanten druppelen De Kroepoekfabriek binnen, het poppodium van Vlaardingen waar Focus vanavond optreedt. In de backstageruimte wacht een Indonesisch buffet, de producer vertelt dat er na afloop nog broodjes worden gebracht. Van Leer ziet een oude piano staan en begint direct te spelen, afgesloten van de buitenwereld. Alleen de valse lage d brengt hem uit zijn concentratie. Hij heeft een absoluut gehoor, maar wil zich nog even pijnigen en blijft de toets indrukken.
Daar komt de geluidsman binnengelopen, die Geert heet maar Geraldo wordt genoemd. Looks uit het hairmetaltijdperk. Op tournee in Engeland in 2021 zaten Van Leer en hij iets langer dan beoogd met elkaar opgescheept.
‘Ik kreeg corona in Swansea, daar heb ik mee in het ziekenhuis gelegen’, zegt Van Leer. ‘Vier dagen tussen allemaal rochelende mensen die bijna stikten. Ik had gelukkig geen luchtwegentoestand, ik was alleen doodziek en slap. Tijdens het optreden die avond ervoor begon mijn geheugen al gaten te vertonen. Geraldo was ook heel ziek. We zaten nog tien dagen met elkaar in quarantaine, maar spraken niet met elkaar, daar hadden we de energie niet voor. De andere jongens hebben niks gehad, die zijn halsoverkop naar Nederland gevlogen.’
Ze zijn net terug van een optreden in IJsland. Ook daar heeft de band een virus opgelopen. Bassist Udo Pannekeet blijft tot het optreden begint op de bank liggen en speelt vanavond met pijnstillers. Gitarist Menno Gootjes is in IJsland uitgegleden in de sneeuw, kneusde wat ribben en beweegt nu als een robot. Hij trekt een blikje Jupiler open; ook drummer Pierre van der Linden is aan het bier en zegt vrijwel niets.
Wordt de band nog vaak gevraagd naar Jan Akkerman?
Van Leer: ‘Dat valt wel mee. Het is nu al zo lang geleden dat we met elkaar hebben gespeeld. Ik heb ook een paar keer geprobeerd de banden te herstellen, dan zei hij: ‘Mijn nee is nee.’ Ik ben hem natuurlijk mijn wereldroem schuldig. En vice versa trouwens. Dat we die metamorfose doormaakten naar een instrumentale band, dat was Jans inbreng.’
En Source: Volkskrant